Biologie
❖ Basisstof 1: Het ordenen van organismen
● Begrippen
- Kenmerk= waardoor je iets/iemand herkent
- Domeinen= De eerste grote groepen die ontstaan bij het indelen van
organismen
- Prokaryoten= Bacteriën en Archaea
- Celkern= Regelt alles wat er in de cel gebeurt
- Celwand= Een stevig laagje om de cel heen
- Ééncellig= Bestaan uit één cel
- Veelcellig= Bestaan uit meerdere cellen
- Vruchtbaar= In staat om nakomelingen voort te brengen
3 Domeinen 3 Kenmerken
1. Bacteriën 1. Celkern
2. Archaea 2. Celwand
3. Eukaryoten 3. Bladgroenkorrels
Domein Rijk Celkenmerken
Bacteriën & Archaea - -Ééncellig
-geen celkern
-celwand
-geen bladgroenkorrel
Eukaryoten Schimmels -Ééncellig of veelcellig
Planten -celkern(en)
Dieren -celwand(en) behalve
Dieren
-Geen bladgroenkorrels
behalve planten
● Een Prokaryote bestaat uit 1 kleine cel zonder celkern
● Een Eukaryoot bestaat uit 1 of meer grotere cellen met een celkern
, Rassen
-Organismen behoren tot één soort als ze samen vruchtbare nakomelingen kunnen
voortbrengen.
-Organismen van één soort kunnen tot verschillende rassen behoren
ze kunnen bijvoorbeeld sterk in uiterlijk verschillen.
-Het DNA van organismen die tot dezelfde soort behoren, vertoont veel
overeenkomsten.
❖ Basisstof 2: De domeinen, bacteriën en archaea