Praktijkleren 3
HBO-VERPLEEGKUNDE
Hogeschool Utrecht
,Inhoud
................................................................................................................................................................1
1. Klinisch redeneren..............................................................................................................................2
1.1. Inleiding.......................................................................................................................................2
1.2. Stap 1: Probleemoriëntatie..........................................................................................................2
1.2.1. Introductie............................................................................................................................2
1.2.2. Veranderende situatie..........................................................................................................4
1.2.3. Hypothetische diagnose........................................................................................................5
1.3. Stap 2: probleemanalyse.............................................................................................................5
1.3.1. Probleemgebieden................................................................................................................5
1.3.2. Orgaansystemen...................................................................................................................7
1.3.3. Screeningsinstrumenten.......................................................................................................7
1.4. Stap 3: Aanvullend onderzoek en diagnose.................................................................................8
1.4.1. Aanvullend onderzoek..........................................................................................................8
1.4.2. Verpleegkundige diagnoses..................................................................................................9
1.5. Stap 4: Klinisch beleid................................................................................................................10
1.5.1. Toelichting interventies......................................................................................................11
1.6. Stap 5: Klinisch verloop..............................................................................................................12
1.6.1. Verloop korte en lange termijn...........................................................................................12
1.6.2. Zelfmanagement.................................................................................................................13
1.7. Stap 6: Evaluatie........................................................................................................................14
1.8. Literatuurlijst opdracht Klinisch redeneren...............................................................................16
1
, 1. Klinisch redeneren
1.1. Inleiding
Een korte inleiding om zo het proces van klinisch redeneren te verduidelijken. Klinisch redeneren
betekent een onderzoekende houding hebben rondom het bed van de zorgvrager. Het proces
bestaat uit zes stappen en begint met scherp observeren en het stellen van kritische vragen.
Allereerst volgt er een oriëntatie in het probleem waar voorafgaand de zorgvrager wordt
geïntroduceerd. Bij de tweede stap (de probleemanalyse) verzamel je gegevens. Ik heb hierbij niet
alleen rekening gehouden met de ziektegeschiedenis van de zorgvrager maar ook met de
persoonlijke en externe factoren. Op basis van de anamnese zijn er verpleegkundige diagnoses
gesteld, vervolgens een resultaat waarna interventies zijn opgesteld. En tot slot de evaluatie. Klinisch
redeneren is een basiscompetentie van iedere verpleegkundige. Je kunt hierdoor inschatten welke
zorg een patiënt nodig heeft en waarom (Bakker et al., 2017).
1.2. Stap 1: Probleemoriëntatie
1.2.1. Introductie
Hieronder volgt een introductie over patiënt mevrouw X. Mevrouw X. is geboren in 1962 te
Amsterdam en dit maakt haar 57 jaar oud. Mevrouw X. komt humoristisch en spontaan over. Ze is
altijd in voor een grapje, ook als haar humeur het laat afweten. Er is sprake van een
(boven)gemiddelde intelligentie. Ze is biologisch gezien geboren als man, maar doorloopt reeds enige
tijd een gender veranderingstraject. Mevrouw X. heeft gedurende haar leven als man zijnde, altijd al
een vrouw willen zijn. Ze is als het ware in het verkeerde lichaam geboren. In 2017 is er officieel
bevestigd dat er sprake is van genderdysforie, waarna er een officiële naamswijziging heeft
plaatsgevonden. Tevens is er een hormoonbehandeling gestart. Op haar borsten na, leeft mevrouw
X. in een mannelijk postuur. Merendeels loopt zij er verslonst bij in een joggingbroek met
teenslippers en daarop een effen T-shirt. Haar input in het zijn van een vrouw is nihil. Er doen zich
ook dagen voor waarop mevrouw X. zich wel kleedt als vrouw. Mevrouw X. is kaalhoofdig maar
draagt weleens een pruik.
Eind 2017 bezoekt mevrouw X. het ziekenhuis voor een operatie aan een ontstoken abces op haar
zitvlak. Tot op heden is deze wond nog steeds aanwezig. Naast bovengenoemde somatische klacht
heeft zij last van ischemie in haar benen en is zij ook een diabetespatiënt, diabetes mellitus type 2.
Mevrouw X. heeft al circa 28 jaar lang een colostoma en heeft hierbij zelf de regie in handen.
Mevrouw X. is gediagnosticeerd met een borderline- en antisociale persoonlijkheidsstoornis en
trekken van de narcistische persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast is er sprake van hoge mate van
psychopathie. Haar persoonlijkheidsstoornissen openbaren zich op verschillende manieren. Zo wordt
het functioneren van mevrouw X. gekenmerkt door forse stemmingswisselingen, impulsiviteit,
gevoelens van leegte, een lage frustratietolerantie en gebrek aan empathie. Ook heeft mevrouw X.
een sterke gevoeligheid voor vernedering en afwijzing en de neiging hierop te reageren met
achterdocht en wraak. Er kan soms sprake zijn van een naar binnen gerichte woede, welke zich uit in
suïcidale impulsen en destructief gedrag. Mevrouw X. heeft een instabiel zelfbeeld dat neigt naar
zelfoverschatting. Ze heeft behoefte aan aandacht en bevestiging.
Mevrouw X. verblijft op een long care tbs-afdeling. Het betreft een lage behandeldruk waarbij de
nadruk ligt op de kwaliteit van leven binnen een beveiligde omgeving. Er wordt gekeken naar wat er
nog te bereiken valt.
2