Samenvatting hoofdstuk 6
• §6.1 t/m §6.5
§6.1 het inwendige van de aarde
Door boringen kan een geofysicus direct te weten komen welke gesteenten en mineralen zich op
een bepaalde diepte bevinden. Nadeel is dat boringen duur zijn en dat je slechts éen plek te
weten komt van de bodem.
Seismologie: de studie naar trillingen in de aarde die vrijkomen bij aardbevingen. Uit
seismologisch onderzoek is gebleken dat de aarde uit verschillende lagen bestaat:
• De aardkorst.
Bestaat voornamelijk uit graniet en basalt. De aardkorst bestaat uit continentale platen,
die drijven als het ware op de mantel
• Mantel.
Is ong 2900 km dik en grotendeels vervormbaar. Mantelgesteenten bestaan voornamelijk
uit silicaat houdende mineralen, zoals olivijn en pyroxeen.
• Buitenkern
Is ong 2200 km dik en bestaat voornamelijk uit vloeibaar ijzer en nikkel. Door de
stromingen (convectie) in de buitenkern wordt een magneetveld opgewekt. Het
magneetveld is meerdere keren omgekeerd.
• Binnenkern
Door de extreme druk op deze diepte is het binnenste deel van de aarde vast
Ook gebruiken geofysici een andere indeling, op basis van mechanische eigenschappen:
• Lithosfeer
Dit is de aardkorst en het bovenste deel van de mantel. Het bestaat uit voornamelijk vast
gesteente, dat onder druk breekt.
• Asthenosfeer
Door de hoge temperatuur is het gemakkelijk te vervormen. De lithosfeer drijft zowat op
de asthenosfeer.
• De rest van de mantel
De rest van de mantel is vast, maar kan nog iets vervormen.
• De laatste twee lagen zijn de binnenkern en de buitenkern
Convectie: stromingen van gesteente in de mantel
Divergend: <- ->
Convergend: -><-
Transgeen: langs elkaar op
Geofysisch onderzoek wordt gedaan naar de kans op aardbevingen. Door de bewegingen in de
platen in de lithosfeer ontstaan er op sommige plekken in de aardkorst mechanische
spanningen. Bij het ontspannen ontstaat een aardbeving.
• §6.1 t/m §6.5
§6.1 het inwendige van de aarde
Door boringen kan een geofysicus direct te weten komen welke gesteenten en mineralen zich op
een bepaalde diepte bevinden. Nadeel is dat boringen duur zijn en dat je slechts éen plek te
weten komt van de bodem.
Seismologie: de studie naar trillingen in de aarde die vrijkomen bij aardbevingen. Uit
seismologisch onderzoek is gebleken dat de aarde uit verschillende lagen bestaat:
• De aardkorst.
Bestaat voornamelijk uit graniet en basalt. De aardkorst bestaat uit continentale platen,
die drijven als het ware op de mantel
• Mantel.
Is ong 2900 km dik en grotendeels vervormbaar. Mantelgesteenten bestaan voornamelijk
uit silicaat houdende mineralen, zoals olivijn en pyroxeen.
• Buitenkern
Is ong 2200 km dik en bestaat voornamelijk uit vloeibaar ijzer en nikkel. Door de
stromingen (convectie) in de buitenkern wordt een magneetveld opgewekt. Het
magneetveld is meerdere keren omgekeerd.
• Binnenkern
Door de extreme druk op deze diepte is het binnenste deel van de aarde vast
Ook gebruiken geofysici een andere indeling, op basis van mechanische eigenschappen:
• Lithosfeer
Dit is de aardkorst en het bovenste deel van de mantel. Het bestaat uit voornamelijk vast
gesteente, dat onder druk breekt.
• Asthenosfeer
Door de hoge temperatuur is het gemakkelijk te vervormen. De lithosfeer drijft zowat op
de asthenosfeer.
• De rest van de mantel
De rest van de mantel is vast, maar kan nog iets vervormen.
• De laatste twee lagen zijn de binnenkern en de buitenkern
Convectie: stromingen van gesteente in de mantel
Divergend: <- ->
Convergend: -><-
Transgeen: langs elkaar op
Geofysisch onderzoek wordt gedaan naar de kans op aardbevingen. Door de bewegingen in de
platen in de lithosfeer ontstaan er op sommige plekken in de aardkorst mechanische
spanningen. Bij het ontspannen ontstaat een aardbeving.