Trainingskunde Samenvatting
THEMA 2 – het trainingsplan
Leerdoelen
o Je hebt basiskennis van trainingsplannen met een verschillende
tijdshorizon.
o Je hebt basiskennis van verschillende trainingsgroepen.
o Je hebt basiskennis van verschillende trainingsvormen.
o Je hebt basiskennis van trainingswetmatigheden en
trainingsbelasting.
o Je kunt planmatig een training voorbereiden of een trainingsplan
opstellen.
o Je formuleert duidelijke doelstellingen die passen bij de doelgroep.
o Je maakt zorgvuldige keuzes bij de voorbereiding van een training of
het opstellen van een trainingsplan.
Trainen = planmatig oefenen om de sportprestatie te verbeteren.
Cyclus voorbereiden – uitvoeren – evalueren herhaalt zich keer op
keer.
Trainingsreeks = samenhangende trainingen.
Trainingsplanning = trainingsreeken of trainingscycli die samenhangen.
Ze maken een deel uit van het grotere geheel.
Verschillende planningen
o Meerjarenplan
o Jaarplannen, onderverdeeld in macroplannen
o Meso- en microplannen
Periodeplan = plannen voor een bepaalde periode.
Periode plan kan je opdelen in:
o Macroplannen – duren vele maanden tot een jaar.
o Mesoplannen – duren meerdere weken.
o Microplannen – duren enkele dagen tot een dag.
Stappen voor het maken van een trainingsplanning:
Stap 1: analyseer de beginsituatie van de sporter. (gezondheid, techniek,
tacktiek, conditie en het mentaal vermogen).
Stap 2: analyseer de prestatiebepalende factoren. Je richt je op de
trainbare factoren (techniek, tactiek, conditie en mentaal vermogen).
Stap 3: formuleer doelen op basis van bovenstaande analyses.
Stap 4: orden de doelen volgens de mate van belangrijkheid en verdeel
de doelen over periodeplannen.
Stap 5: werk het periodeplan uit in een trainingsreeks.
Stap 6: werk de trainingsreeks uit in concrete trainingen.
,Stap 7: evalueer de trainingen, trainingsreeks en het periodeplan. Stel
waar nodig is de trainingsplanning bij.
Meerjarenplan
Meerjarenplan = een planning voor meerdere jaren.
Goede trainers stellen scherpe grenzen aan:
o Trainingsdoelen
o Trainingsfrequentie
o Trainingsintensiteit
We delen meerjarenplanning op in 3 perioden, zodat de periode
overzichtelijk word:
Basistrainingperiode – tijdens deze periode leg je voor de allerjongste
sporters de basis om aan wedstrijdsport te doen.
o 2 tot 3 jaren.
o Leeftijd: 6 t/m 10 jaar.
o 2 tot 4 trainingen per week.
o 80% algemene trainingsvormen –
o 20% specifieke trainingsvormen –
Opbouwtrainingsperiode – tijdens deze periode bouw je de
basisvorming verder uit en gaan de jeugdige sporters gericht trainen om
de prestatiebepalende factoren geleidelijk verder te ontwikkelen.
o 3 tot 6 jaren
o Leeftijd: 11 t/m 16 jaar.
o 3 tot 8 trainingen per week.
o 30-60% algemene trainingsvormen.
o 40-70% specifieke trainingsvormen.
Topprestatietrainingsperiode – tijdens deze periode vormt het
bereiken van de individueel hoogst mogelijke prestatie de
hoofddoelstelling van de sporters en hun trainer. l
o 4 jaar en langer.
o Leeftijd: vanaf 17 jaar.
o Meer dan 8 trainingen per week.
o 10% algemene trainingsvormen.
o 90% specifieke trainingsvormen.
Goed jeugdplan is van belang om jeugdige sporters:
o Goed op te leiden
o Plezierig te laten sporten
o Moeilijke periode overbruggen
Vierjarencyclus: de periode tussen twee olympische spelen of tussen
twee belangrijke internationale toernooien.
, Jaarplan
Jaarplan = periode uit de jarenlange topsportcarière.
o Word afgeleid van het meerjarenplan.
o Houd rekening met de belangrijke wedstrijden van het seizoen.
o Je richt je op het realiseren van een zo hoog mogelijke prestatie in
dat jaar.
o Je richt je ook op het halen van de belangrijke doelen die in het
meerjarenplan beschreven staan.
Cyclisch = perioden die elkaar voortdurend opvolgen.
o De perioden worden macrocycli genoemd.
o De planning noemt men ook wel een macroplanning.
In een jaarplan onderscheiden we de volgende macrocycli:
Voorbereidingsperiode
o Doel: sportvorm ontwikkelen en een basis voor goede
wedstrijdprestaties te scheppen.
o Je splitst deze periode op in twee deelperioden: de algemene
voorbereidingsperiode en de specifieke voorbereidingsperiode.
o De algemene voorbereidingsperiode: een brede en algemene
conditionele voorbereiding op de voorgrond.
o De specifieke voorbereidingsperiode: je vermindert de
trainingsomvang en je voert de trainingsintensiteit op. De sporter
gaat specifieker trainen.
Wedstrijdperiode
o Doel: prestatie verder ontwikkelen door middel van specifieke
trainingsbelastingen en deelname aan wedstrijden.
o De wedstrijd is de meest specifieke belasting.
o Wedstrijd is de beste training.
o Tijdens deze periode word er toegewerkt naar de belangrijkste
wedstrijd van het seizoen.
THEMA 2 – het trainingsplan
Leerdoelen
o Je hebt basiskennis van trainingsplannen met een verschillende
tijdshorizon.
o Je hebt basiskennis van verschillende trainingsgroepen.
o Je hebt basiskennis van verschillende trainingsvormen.
o Je hebt basiskennis van trainingswetmatigheden en
trainingsbelasting.
o Je kunt planmatig een training voorbereiden of een trainingsplan
opstellen.
o Je formuleert duidelijke doelstellingen die passen bij de doelgroep.
o Je maakt zorgvuldige keuzes bij de voorbereiding van een training of
het opstellen van een trainingsplan.
Trainen = planmatig oefenen om de sportprestatie te verbeteren.
Cyclus voorbereiden – uitvoeren – evalueren herhaalt zich keer op
keer.
Trainingsreeks = samenhangende trainingen.
Trainingsplanning = trainingsreeken of trainingscycli die samenhangen.
Ze maken een deel uit van het grotere geheel.
Verschillende planningen
o Meerjarenplan
o Jaarplannen, onderverdeeld in macroplannen
o Meso- en microplannen
Periodeplan = plannen voor een bepaalde periode.
Periode plan kan je opdelen in:
o Macroplannen – duren vele maanden tot een jaar.
o Mesoplannen – duren meerdere weken.
o Microplannen – duren enkele dagen tot een dag.
Stappen voor het maken van een trainingsplanning:
Stap 1: analyseer de beginsituatie van de sporter. (gezondheid, techniek,
tacktiek, conditie en het mentaal vermogen).
Stap 2: analyseer de prestatiebepalende factoren. Je richt je op de
trainbare factoren (techniek, tactiek, conditie en mentaal vermogen).
Stap 3: formuleer doelen op basis van bovenstaande analyses.
Stap 4: orden de doelen volgens de mate van belangrijkheid en verdeel
de doelen over periodeplannen.
Stap 5: werk het periodeplan uit in een trainingsreeks.
Stap 6: werk de trainingsreeks uit in concrete trainingen.
,Stap 7: evalueer de trainingen, trainingsreeks en het periodeplan. Stel
waar nodig is de trainingsplanning bij.
Meerjarenplan
Meerjarenplan = een planning voor meerdere jaren.
Goede trainers stellen scherpe grenzen aan:
o Trainingsdoelen
o Trainingsfrequentie
o Trainingsintensiteit
We delen meerjarenplanning op in 3 perioden, zodat de periode
overzichtelijk word:
Basistrainingperiode – tijdens deze periode leg je voor de allerjongste
sporters de basis om aan wedstrijdsport te doen.
o 2 tot 3 jaren.
o Leeftijd: 6 t/m 10 jaar.
o 2 tot 4 trainingen per week.
o 80% algemene trainingsvormen –
o 20% specifieke trainingsvormen –
Opbouwtrainingsperiode – tijdens deze periode bouw je de
basisvorming verder uit en gaan de jeugdige sporters gericht trainen om
de prestatiebepalende factoren geleidelijk verder te ontwikkelen.
o 3 tot 6 jaren
o Leeftijd: 11 t/m 16 jaar.
o 3 tot 8 trainingen per week.
o 30-60% algemene trainingsvormen.
o 40-70% specifieke trainingsvormen.
Topprestatietrainingsperiode – tijdens deze periode vormt het
bereiken van de individueel hoogst mogelijke prestatie de
hoofddoelstelling van de sporters en hun trainer. l
o 4 jaar en langer.
o Leeftijd: vanaf 17 jaar.
o Meer dan 8 trainingen per week.
o 10% algemene trainingsvormen.
o 90% specifieke trainingsvormen.
Goed jeugdplan is van belang om jeugdige sporters:
o Goed op te leiden
o Plezierig te laten sporten
o Moeilijke periode overbruggen
Vierjarencyclus: de periode tussen twee olympische spelen of tussen
twee belangrijke internationale toernooien.
, Jaarplan
Jaarplan = periode uit de jarenlange topsportcarière.
o Word afgeleid van het meerjarenplan.
o Houd rekening met de belangrijke wedstrijden van het seizoen.
o Je richt je op het realiseren van een zo hoog mogelijke prestatie in
dat jaar.
o Je richt je ook op het halen van de belangrijke doelen die in het
meerjarenplan beschreven staan.
Cyclisch = perioden die elkaar voortdurend opvolgen.
o De perioden worden macrocycli genoemd.
o De planning noemt men ook wel een macroplanning.
In een jaarplan onderscheiden we de volgende macrocycli:
Voorbereidingsperiode
o Doel: sportvorm ontwikkelen en een basis voor goede
wedstrijdprestaties te scheppen.
o Je splitst deze periode op in twee deelperioden: de algemene
voorbereidingsperiode en de specifieke voorbereidingsperiode.
o De algemene voorbereidingsperiode: een brede en algemene
conditionele voorbereiding op de voorgrond.
o De specifieke voorbereidingsperiode: je vermindert de
trainingsomvang en je voert de trainingsintensiteit op. De sporter
gaat specifieker trainen.
Wedstrijdperiode
o Doel: prestatie verder ontwikkelen door middel van specifieke
trainingsbelastingen en deelname aan wedstrijden.
o De wedstrijd is de meest specifieke belasting.
o Wedstrijd is de beste training.
o Tijdens deze periode word er toegewerkt naar de belangrijkste
wedstrijd van het seizoen.