PDN Hoofdstuk 8 - Natuurbeleving
Betekenis
- Natuurbeleving gaat over de betekenis die natuur voor je heeft
- Materieel
- Immaterieel (subjectief)
- Betrokken lln leiden tot betere leerprestaties
- (Scharrel)natuur kan concentratiestoornissen of zelfs depressies verhelpen
- Je eigen houding is essentieel voor de houding van de lln
Natuuronderwijs en expressie
Verhalen
- Zijn bedoeld om de leerlingen hun ervaringen met de natuur te herbeleven
- moet dus aansluiten bij wat leerlingen al eerder hebben meegemaakt.
- Leerlingen ervaren iets wat ‘waar’ is.
- hoeft niet waar gebeurd maar moet wel realistisch
PDN Hoofdstuk 9 - Stap voor stap: structuur in de les
5-stappenplan
1. Introductie / confrontatie
- Nieuwsgierigheid aanwakkeren
2. Spontane verkenning (vrije exploratie)
- Spullen in handen houden
- Vertrouwd raken met onbekende
- Bekende eigenschappen oproepen
- Vragen oproepen
- Alle kinderen hebben vergelijkbare ervaring (voorkennisverschillen worden
onderuit gehaald)
3. Onderzoek en vastleggen van resultaten
- Doelgericht werken met materiaal
- Meer gesloten aanpak, geeft meer houvast maar wel risico op niet aansluiten bij eigen
vragen van de kinderen
4. Rapportage / communicatie over resultaten
- Soms verschillende antwoorden door
- Verschillende spullen gebruikt
- Verschillen in vaardigheid en zorgvuldigheid
, 5. Verbreding / verdieping
- Kan veel extra leeropbrengst opleveren
- kijken of de kinderen ook kunnen toepassen in andere context
- dingen ophelderen
- fouten uitleggen en tot verbetering komen
Methodelessen
- vaak een soort begrijpend lezen
- ga niet versimpelen maar laat kinderen zoveel mogelijk doen, goed voor techniek en taal.
- Door kinderen te laten doen worden misconcepten vermeden.
Voor andere stappenplannen (Van Graft & Kemmers en Margadant-van Arcken) zie blz 125 - 127!
PDN Hoofdstuk 10 - Werkvormen met ‘echt’ materiaal
Demonstratie / observatiekring
- Centrale plek in klas
- Laat leerlingen ook aan materialen zitten, goed voor betrokkenheid en niet te hoog tempo
- Bedoelingen
- Reacties uitlokken
- Vaardigheid aanleren
- Nauwkeurige waarneming en onderzoek
- Illustratie van datgene wat is uitgelegd
- Jij bepaalt de sfeer
- Kleuters: zorg dat het materiaal is waar veel waar de nemen is en veel te beleven is.
- meerdere kinderen dezelfde handeling uitvoeren
- Laat wat het is even op de kinderen inwerken
- Zorg dat het niet te snel of te langzaam gaat, heb altijd wat achter de hand
(ogen dicht. wat is er nu verandert?)
Practicum
- Kost veel tijd
- Individuele en klassikale begeleiding
- Verklap antwoorden niet te snel
- Verschillende organisatievormen
- Parallel
+ Overzichtelijk
+ Eigen tempo
+ Gelijke kennis aangeleerd
- Veel spullen
- Roulerend
- Rouleren
- Geen tempoverschillen mogelijk
- Veel plaatswisseling
- Werk wordt vaak afgebroken
- Geen opbouw in opdrachten
- Met open plaats
- Veel plaatswisseling
- Geen opbouw in opdrachten
Betekenis
- Natuurbeleving gaat over de betekenis die natuur voor je heeft
- Materieel
- Immaterieel (subjectief)
- Betrokken lln leiden tot betere leerprestaties
- (Scharrel)natuur kan concentratiestoornissen of zelfs depressies verhelpen
- Je eigen houding is essentieel voor de houding van de lln
Natuuronderwijs en expressie
Verhalen
- Zijn bedoeld om de leerlingen hun ervaringen met de natuur te herbeleven
- moet dus aansluiten bij wat leerlingen al eerder hebben meegemaakt.
- Leerlingen ervaren iets wat ‘waar’ is.
- hoeft niet waar gebeurd maar moet wel realistisch
PDN Hoofdstuk 9 - Stap voor stap: structuur in de les
5-stappenplan
1. Introductie / confrontatie
- Nieuwsgierigheid aanwakkeren
2. Spontane verkenning (vrije exploratie)
- Spullen in handen houden
- Vertrouwd raken met onbekende
- Bekende eigenschappen oproepen
- Vragen oproepen
- Alle kinderen hebben vergelijkbare ervaring (voorkennisverschillen worden
onderuit gehaald)
3. Onderzoek en vastleggen van resultaten
- Doelgericht werken met materiaal
- Meer gesloten aanpak, geeft meer houvast maar wel risico op niet aansluiten bij eigen
vragen van de kinderen
4. Rapportage / communicatie over resultaten
- Soms verschillende antwoorden door
- Verschillende spullen gebruikt
- Verschillen in vaardigheid en zorgvuldigheid
, 5. Verbreding / verdieping
- Kan veel extra leeropbrengst opleveren
- kijken of de kinderen ook kunnen toepassen in andere context
- dingen ophelderen
- fouten uitleggen en tot verbetering komen
Methodelessen
- vaak een soort begrijpend lezen
- ga niet versimpelen maar laat kinderen zoveel mogelijk doen, goed voor techniek en taal.
- Door kinderen te laten doen worden misconcepten vermeden.
Voor andere stappenplannen (Van Graft & Kemmers en Margadant-van Arcken) zie blz 125 - 127!
PDN Hoofdstuk 10 - Werkvormen met ‘echt’ materiaal
Demonstratie / observatiekring
- Centrale plek in klas
- Laat leerlingen ook aan materialen zitten, goed voor betrokkenheid en niet te hoog tempo
- Bedoelingen
- Reacties uitlokken
- Vaardigheid aanleren
- Nauwkeurige waarneming en onderzoek
- Illustratie van datgene wat is uitgelegd
- Jij bepaalt de sfeer
- Kleuters: zorg dat het materiaal is waar veel waar de nemen is en veel te beleven is.
- meerdere kinderen dezelfde handeling uitvoeren
- Laat wat het is even op de kinderen inwerken
- Zorg dat het niet te snel of te langzaam gaat, heb altijd wat achter de hand
(ogen dicht. wat is er nu verandert?)
Practicum
- Kost veel tijd
- Individuele en klassikale begeleiding
- Verklap antwoorden niet te snel
- Verschillende organisatievormen
- Parallel
+ Overzichtelijk
+ Eigen tempo
+ Gelijke kennis aangeleerd
- Veel spullen
- Roulerend
- Rouleren
- Geen tempoverschillen mogelijk
- Veel plaatswisseling
- Werk wordt vaak afgebroken
- Geen opbouw in opdrachten
- Met open plaats
- Veel plaatswisseling
- Geen opbouw in opdrachten