Maak de onderstaande MC-vragen individueel.
1. Fadoua is vorige week 16 jaar geworden en begint volgende maand als
verkoopmedewerkster bij de H&M in het centrum van Amsterdam voor 8 uur per
weekend. Mag Fadoua volgens de wet een arbeidsovereenkomst aangaan?
a. Nee, want Fadoua is volgens de wet nog geen 18 en dus minderjarig.
b. Ja, Fadoua is volgens de wet bekwaam om een arbeidsovereenkomst aan te gaan, omdat
zij gelijk wordt gesteld met een meerderjarige werknemer.
c. Nee, want Fadoua heeft eerst toestemming nodig van haar ouders om een
arbeidsovereenkomst aan te gaan.
d. Ja, want Fadoua gaat maar 8 uur in het weekend werken en dan mag zij volgens de wet
wel een arbeidsovereenkomst aangaan.
2. Klaas (15) is inmiddels zes weken werkzaam bij koeriersbedrijf Speedy Deliveries
als fietskoerier. Zijn ouders zijn sinds vorige week hiervan op de hoogte en willen de
overeenkomst met de werkgever vernietigen omdat ze Klaas te jong vinden om te
werken. Kunnen de ouders van Klaas na zes weken alsnog de arbeidsovereenkomst
vernietigen?
a. Ja, want Klaas is volgens de wet nog minderjarig en mag geen arbeidsovereenkomst
aangaan zonder toestemming van zijn ouders.
b. Nee, volgens artikel 7:612 BW is alleen Klaas bevoegd de arbeidsovereenkomst op te
zeggen.
c. Nee, de ouders van Klaas kunnen de arbeidsovereenkomst niet meer vernietigen, omdat
de vierwekentermijn inmiddels verstreken is.
d. Ja, de ouders van Klaas moeten dan eerst een ontbindingsprocedure starten bij de
kantonrechter voordat de arbeidsovereenkomst vernietigd kan worden.
3. Welke van de onderstaande loonvormen is geen wettelijke loonvorm in de zin van
7:617 lid 1 BW?
a. Het gebruik van een woning.
b. Onkostenvergoedingen die de daadwerkelijk gemaakte kosten van de werknemer dekken.
c. Het toekennen van werknemers aandelen in de onderneming van werkgever.
d. Een auto van de zaak (leaseauto).
, Opdracht 2
Leg uit waarom artikel 7:610a BW een bewijsvoordeel oplevert voor oproepkrachten.
Als de oproepkracht aan die voorwaarden van art 7:610a voldoet dan wordt er vermoed dat
je de werkzaamheden hebt uitgevoerd op basis van een arbeidsovereenkomst. Het is dan
aan de werkgever om tegenbewijs te leveren dat jij daar niet werkzaam bent geweest op
basis van een arbeidsovereenkomst maar op basis van een andere overeenkomst.
Opdracht 3
Leg uit wat het kenmerkende verschil is tussen de overeenkomst van opdracht en een
aannemingsovereenkomst.
Spreek je af dat je iets van stoffelijke aard gaat maken dan spreek je van aanneming van
werk terwijl bij de overeenkomst van opdracht gaat het om iets anders dan het
totstandbrengen van een werk van stoffelijke aard.
Huiswerk week 2
Proeftijdbeding:
- Art 7:652 lid 4 BW → Vanaf 6 maanden
- Art 7:652 lid 5 sub a en b BW → 1 of 2 maanden
- Art 7:676 BW → Ontslag zonder reden
- Art 7:652 lid 8 BW → nietigheden
- HR: ijzeren proeftijd
Proeftijd opvolgende arbeidsovereenkomst:
- Art 7:652 lid 8 BW → nietigheden
● Sub d → dezelfde werkgever
● Sub e → Andere opvolgende werkgever
Wijziging arbeidsvoorwaarden:
- Art 7:613 BW
● Niet-wijzigingsbeding
● Ontoelaatbaar
● Tenzij zwaarwichtig belang werkgever
● Waardoor belang van werknemer dient te wijken
- Art 7:611 BW
● Goed werkgever / goed werknemer
● Dubbele redelijkheidstoets
● HR Van der Lely / Hoffman
● HR Stoof / Mammoet
- Art 6:248 lid 2 BW
● Vooral bij wijziging normatieve bepalingen