Bestuursrecht
Week 1:
1. Kan voorbeelden geven van bestuursactiviteiten op verschillende bestuursniveau en het
verband tussen deze activiteiten, het algemeen belang en het bestuursrecht beschrijven
- Rijk: houdt zich bezig met studiefinanciering of bijvoorbeeld de zorgtoeslag.
- Provincie: ruimtelijke ordening, vooral een toezichthoudende functie (op de gemeenten).
- Gemeentes: verlenen van ontheffingen en vergunningen.
- Waterschappen: bijvoorbeeld bezig met dijken.
- Het openbaar bestuur behartigt het algemeen belang op verschillende manieren; zo reguleert het
openbaar bestuur met het oog op algemeen belang onder meer activiteiten van burgers. Ze voeren
publieke taken uit die burgers niet kunnen uitvoeren. Door de verschillende bestuursniveaus kan er
maatwerk worden geleverd voor het behartigen van het algemeen belang. Zo staat gemeente
dichterbij bevolking dan het rijk.
Bestuurstaken (voorbeelden):
Van het - Verlenen van vergunningen;
gemeentebestuur - Wijzigen van lokale belastingplan;
- Vaststellen van bestemmingsplan;
- Subsidie toekennen aan verenigingen;
- Financiële tegemoetkomingen;
- Geven van bijstandsuitkering.
Van het - Toezicht op gemeenten;
provinciebestuur - Bijvoorbeeld door de gemeentelijke begroting goed te
keuren.
- Ruimtelijke ordening;
- Subsidie toekennen aan diverse culturele en economische
initiatieven.
Op landelijk niveau - Verlenen van studiefinanciering;
- Uitbreiding van luchthavens;
- Verlenen van uitkeringen o.g.v. bepaalde sociale
verzekeringswetten.
Activiteiten van het gemeentebestuur kunnen burgers vaak gemakkelijk waarnemen en daadwerkelijk
zien. Zo kan je op internet vaak al kennisnemen van beslissingen die het gemeentebestuur neemt.
Op provinciaal niveau is de bestuursactiviteit voor burgers minder zichtbaar. Dit komt omdat de
provinciale overheid vooral coördinerende en soms ook toezichthoudende functies vervult.
Op landelijk niveau worden door verschillende organen van het openbaar bestuur bevoegdheden
uitgeoefend. Denk hierbij aan het toekennen van studiefinanciering door de minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap. Beslissingen worden genomen door de daartoe bevoegde minister(s).
2. Kan de historische verklaring van de toename van bestuur wetgeving in de 20 e eeuw
reproduceren:
Enkele factoren groei bestuursrecht:
- Groei van de bevolking à het gedrag moet gereguleerd worden.
- Technische ontwikkeling à door toename fabrieken en de vraag naar wat een veilige manier van
werken is.
- Rampen en crisis (eind 19e eeuw).
Verzorgingsstaat à overheid zorgt tot op een bepaalde hoogte voor de bevolking.
Nachtwakersstaat à de staat houdt zich alleen met een aantal kerntaken bezig. Taken op het gebied van
defensie, orde en veiligheid en bepaalde infrastructuur.
3. Kan de eis van wetmatigheid van bestuur omschrijven en in verband brengen met
bevoegdheden van het openbare bestuur.
- Wetmatigheid van bestuur: ieder bestuur handelen van de overheid moet berusten op een
wettelijke grondslag. Dit is het staatsrechtelijke legaliteitsbeginsel. Ook dient dit voor
rechtszekerheid en rechtsgelijkheid: zo kun je nagaan of er niet naar willekeur wordt gehandeld
door openbaar bestuur.
4. Kan de verhouding benoemen tussen algemeen en bijzonder bestuursrecht
1
, - Bijzonder bestuursrecht: vele bijzondere en specifieke wetten bv: onderwijs, milieu. Elk bijzondere
wet regels een concreet onderdeel van algemeen belang (hogere regelgeving gaat voor de lagere
regelgeving en speciaal gaat voor algemeen à lex specialis voor lex generalis).
- Algemeen bestuursrecht: betreft regels die in het algemeen gelden. Opgenomen in de Awb.
5. Kan algemeen en bijzonder bestuursrecht opzoeken in de wettelijke regeling.
- Algemeen: kijk in Awb.
- Bijzonder: kijk in aparte wet.
6. Kan de verschillen benomen tussen bestuursrecht en andere rechtsgebieden en bij een
casus gemotiveerd aangeven of deze zich afspeelt op terrein publiekrecht
- Publiekrecht heeft te maken met overheid en persoon, privaat tussen persoon en persoon.
- Publiekrecht kan een eenzijdige rechtshandeling treffen, bij privaat gaat het meestal om een
tweezijdige rechtshandeling.
Bestuursorganen:
2
,Week 2:
1. De student kan de relatie tussen burger en overheid karaktiseren
De rechtsverhouding wordt meester beheerst door een doelgebonden bestuursbevoegdheid. Zo’n
bestuursbevoegdheid steunt op de wet. Een bestuursbevoegdheid is eenzijdig en wordt door het
verantwoordelijke bestuursorgaan uitgeoefend. Dit betekent dat er geen instemming van de burger
vereist is voor de uitoefening van een bestuursbevoegdheid.
Een bestuursorgaan kan (op basis van zijn bestuursbevoegdheid) de inhoud van een bestuursrechtelijke
rechtsverhouding zelf invullen. Hij kan voor iedere burger afzonderlijk een beslissing nemen, waarmee het
bestuursorgaan de rechtspositie van deze specifieke burger wijzigt.
à Dit betekent dat de invulling van de rechtsverhouding tussen burger en
bestuur dus niet alleen door de wetgever geschiedt,
maar ook door een bestuursorgaan.
In de gevallen waarin de wetgever het bestuursorgaan die ruimte geeft (voor de invulling van de
rechtsverhouding), wordt gezegd dat het bestuursorgaan over bestuurlijke vrijheid (discretie) beschikt.
De uitoefening van een bestuursbevoegdheid leidt tot een besluit (art. 1:3 Awb).
à Bijvoorbeeld: het toekennen van een bijstandsuitkering en de verlening van een
omgevingsvergunning. Dit zijn besluiten in
de zin van art. 1:3 Awb.
Een bestuursrechtelijke rechtsverhouding heeft drie voorwaarden:
1. Bestuursorgaan;
2. Bestuursbevoegdheid voor het nemen van besluiten;
3. Belanghebbende(n).
2. Kan aan de hand van concrete voorbeelden aangeven wat de begrippen openbaar lichaam,
bestuursorgaan, A-orgaan, B-orgaan inhouden en in een casus de betreffende actoren
onderscheiden en benoemen.
Een bestuursorgaan is een orgaan van een rechtspersoon (openbaar lichaam) die krachtens publiekrecht
is ingesteld of met enig openbaar gezag is bekleed. Zij nemen beslissingen in het algemeen belang. Zij
zijn belast met de behartiging van publieke belangen. Zij oefenen de bestuursbevoegdheid uit en hebben
geen rechtspersoonlijkheid.
à Bijvoorbeeld de burgemeester, de gemeenteraad, college B&W en ministers. Zij
zijn bestuursorganen van het openbaar lichaam gemeente.
Een openbaar lichaam is een verband waarbinnen bevoegde bestuursorganen taken verrichten en
bestuursbevoegdheden uitoefenen.
- Een openbaar lichaam is een rechtspersoon dat is ingesteld krachtens publiekrecht. Daarnaast
heeft het ook rechtspersoonlijkheid omdat zij kunnen handelen in het privaatrecht. Zij zijn dan
rechtspersonen volgens het BW.
o Als je een vergunning of uitkering krijgt van de gemeente, heb je het over bestuursrecht, dit
wordt toegewezen door een bestuursorgaan (= publiekrecht). Als je een brief naar de
gemeente schrijft om hun bijvoorbeeld aansprakelijk te stellen voor het vallen over een
stoeptegel, zit je in het privaatrecht. In dat geval treden zij op als een rechtspersoon in het
privaatrecht.
- De belangrijkste openbare lichamen zijn het rijk, de gemeenten, de provincies en de
waterschappen.
- Openbare lichamen worden onderverdeeld in lichamen met een algemene bestuurstaak, zoals
gemeente, provincies en Rijk, en lichamen met een functionele bestuurstaak, zoals waterschappen.
Bij algemene bestuurstaken zijn de taken veel breder en niet beperkt tot een bepaald doel, wat bij
een functionele bestuurstaak wel zo is.
A-organen zijn organen van een rechtspersoon die krachten publiekrecht is ingesteld. Deze organen
maken deel uit van de openbare lichamen.
- Bijvoorbeeld een burgemeester. Volgens art. 6 Gemeentewet is de burgemeester een orgaan van
de gemeente. De gemeente is een rechtspersoon (art. 2:1 BW). De gemeente is ingesteld
krachtens publiekrecht (art. 123 Gw).
- Bij een a-orgaan moet altijd getoetst worden of het een orgaan is, of het openbare lichaam een
rechtspersoon is en krachtens publiekrecht is ingesteld.
B-organen zijn de restcategorie en zijn met enig openbaar gezag bekleed.
- Bijvoorbeeld een garage wanneer zij een Apk-keuring uitvoeren. Op het moment van de Apk-
keuring zijn zij een b-orgaan omdat zij op dat moment openbaar gezag hebben, zij voeren een
wettelijke taak uit van de Wegenverkeerswet. Wanneer zij geen wettelijke taak verrichten, zijn zij
geen b-orgaan maar een gewone garage.
3
, 4