Jeugdinstituut
Hoofdstuk 1: werkzame elementen
De precieze werkzame bestanddelen voor preventie en behandeling zijn onbekend. Wel
bestaat er consensus over onderstaande onder onderzoekers:
Preventie:
CGT is de meest evidence based methodiek voor voorkomen en verminderen
stemmingsproblemen bij jeugdigen. Ook IPT preventieve werking
Selectieve/geïndiceerde preventieprogramma’s hebben betere effecten dan
universele programma’s
Programma werkt goed bij: structuur, concrete doelen, getrainde uitvoerders
en korte duur (<12 sessies)
Verhoogd effect programma bij: interactieve elementen, huiswerkopdrachten
Programma’s lijken effectief wanneer uitgevoerd door professionals ipv docenten
Demografische kenmerken zijn mogelijk van invloed op de effecten.
Behandeling:
Altijd van belang ongeacht de ernst: psycho-educatie, aansluiten bij jeugdige en
opbouwen goede relatie met jeugdige en omgeving
Milde depressie -> 1e keus voor ondersteunende behandeling (psycho-educatie
of zelfhulp)
Matig tot ernstig-> psychotherapie (CGT en IPT). Bij kinderen groepsmatige
CGT. Bij jongeren zowel groep als individueel effectief. Belangrijke elementen
psychotherapie: activering en versterken van probleemoplossende
vaardigheden, zelfmonitoring, SoVa, ontspanning, cognitieve herstructurering en
terugvalpreventie
Demografische kenmerken lijken geen invloed te hebben op effectiviteit
psychotherapeutische behandelingen
Mogelijk wel van invloed: ernst symptomen, comorbiditeit
Meer sessies CGT leiden tot grotere behandeleffecten. Ook boostersessies kunnen
effect versterken
Ernstig -> aanvullend medicatie. Overtuigend aangetoonde werkzaamheid:
fluoxetine (SSRI). Belangrijk: psycho-educatie, beweging en monitoring
Hoofdstuk 2: preventie van depressie
2.1 er worden 3 typen preventie onderscheiden:
Universele preventie: gericht op de bevolking in het algemeen en bedoeld om
de invloed van risicofactoren in het algemeen te verkleinen. Bijv: voorlichting over
verschillende ziektebeelden en vaardigheidstrainingen voor kinderen. Voordelen:
goedkoop, leerkrachten kunnen na 1 keer zelf uitvoeren, minder stigmatiserend,
werving & screening niet nodig.
Selectieve preventie: gericht op specifieke bevolkingsgroepen met een
verhoogd risico op ontwikkelen problemen. Verschil met universeel &
geïndiceerd: de interventies kennen meer variatie omdat ze gericht zijn op meer
diverse groep.
Geïndiceerde preventie: gericht op jeugdigen die al stemmingsproblemen
hebben maar nog niet voldoen aan de diagnose. Gericht op het verminderen van
stemmingsproblemen en voorkomen van stoornis.
2.2 preventieve interventies zijn afgeleid van effectieve behandelingen. Centrale
aanname CGT: dat wat individuen voelen en hoe ze zich gedragen, bepaald wordt door
wat zij denken. Irrationele cognities worden uitgedaagd, jeugdigen leren vanuit een
ander perspectief naar dezelfde situatie te kijken en op een andere manier te reageren.
IPT: leert jongeren effectieve strategieën zoals het verbeteren van de communicatie en
het leren uitdrukken van gevoelens, om met interpersoonlijke problemen om te gaan of
ze op te lossen. Depressiepreventie heeft bescheiden maar positieve effecten, maar deze
nemen op lange termijn af.