Hoofdstuk 1: Inleiding
1.1 in Amsterdam heeft 40% van de veelplegers een LVB. Daarnaast is er vaak sprake
van sociale, emotionele of psychiatrische problematiek (veel icm een verslaving).
Werkloosheid vergroot de kans op recidive. Hoofdlijnen plan van aanpak in A’dam:
lik-op-stuk-beleid, intensieve begeleiding en ingrijpen in gezinnen. De meest
problematische jeugdgroepen komen voor in de sterk stedelijke gemeenten.
Meerderjarige veelpleger: persoon van 18 jaar of ouder die in het gehele criminele
verleden meer dan 10 processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt, waarvan ten minste
1 in het peiljaar (jaar waarin iemand als veelpleger wordt aangemerkt). Jeugdige
veelpleger: 12-17 jaar die in het gehele criminele verleden meer dan 5 processen-
verbaal tegen zich zag opgemaakt, waarvan ten minste 1 in het peiljaar.
Hoofstuk 3: Een verkenning van de literatuur
3.1 ontwikkelingstrajecten die een jongere kan doorlopen tot ernstig crimineel
gedrag:
1. begint met openlijk probleemgedrag (agressie, oppositie)
2. begint met heimelijk prolbeemgedrag (diefstal, vernieling)
3. begint met autoriteitsconflicten voor het 12e jaar.
Kans op ernstig niveau van crimineel gedrag: het grootst wanneer problemen vroeg
beginnen. Jongeren kunnen meerdere trajecten tegelijk bewandelen.
Bindingstheorie: mensen die sterke bindingen hebben met sociale groepen als familie,
school en vrienden, zullen minder snel tot crimineel gedrag komen. Effectieve manier om
crimineel tot inzicht te laten komen is door ter verantwoording te worden geroepen door
deze personen.
3.2 meeste delicten worden gepleegd in groepsverband. Criminaliteit als kickgedrag
verdwijnt naarmate een jongere ouder wordt. Harde kern: al op vroege leeftijd geleerd
dat misdaad loont, blijven eerste lange tijd uit handen van justitie omdat ze nog zo jong
zijn. Afwijzing door leeftijdsgenoten staat in verband met delinquent gedrag.
3.4 profiel jeugdige veelpleger: bijna altijd jongens, de helft van Marokkaanse
afkomst, sprake van spijbelen op school, vaak uit gebroken en pedagogisch onmachtige
gezinnen, weinig lid van sport of andere verenigingen. 1 e contact met politie gemiddeld
op 13e jarige leeftijd. Kans op veroordeling neemt toe als vader >15 delicten gepleegd
heeft en over langere periode verspreid. Autoritatief ouderschap: combinatie tussen
ouderlijke responsiviteit en een sterke mate van controle, positieve affectieve relatie. Dit
kan de ontwikkeling van antisociaal gedrag voorkomen.
3.7 LVB als risicofactor: overvraging, weinig omhanden in vrije tijd, niet lid van een
vereniging, beperkte sociale vaardigheden, gebrekkig zelfvertrouwen en beïnvloedbaar.
Hoofdstuk 4: onderzoeksresultaten
4.1 nationaliteit veelplegers Friesland (N=34) is voor het merendeel Nederlands,
sommige jongeren hebben een andere etnische achtergrond. De helft woonde in de stad,
30% in een dorp en 20% in beide. 37% was LVB, 17% beneden-gemiddeld IQ.
Beschikken over positieve sociale vaardigheden (24/34). 27 van de 29 zijn
beïnvloedbaar. 19 personen hebben een inadequate agressieregulatie. In 19 van de
22 dossiers worden psychische problemen genoemd. 69% een DSM classificatie
(voornamelijk ADHD en ODD). Meest voorkomende ingrijpende gebeurtenis die
genoemd wordt is scheiding van ouders. Daarnaast uithuisplaatsing, verhuizing,
overlijden, ziekte en huiselijk geweld. In 20 dossiers komen 3 of meer ingrijpende
gebeurtenissen voor.