neurowetenschappen
samenvatting
Hoorcollege 1: recap
Recap quiz
Neurotransmissie is het overdragen van signalen.
Depolarisatie-fase: het verschil in membraanpotentiaal wordt minder positief:
natriumstromen. Natrium bevindt zich veel buiten de cel en stroomt naar binnen en
veroorzaakt de depolarisatie.
Excitotoxiciteit: glutamaat, is een neurotransmitter die excitatie bewerkstelligt, als cellen
dood gaan geven ze veel glutamaat af, wat voor kan komen bij een herseninfarct. Herseninfarct
kan dus de oorzaak zijn van excitotoxiciteit.
Benzodiazepines stimuleren GABA receptoren (inhiberende neurotransmitter), waardoor
glutamaat activiteit afgeremd worden
Acetylcholine zorgt voor contractie van skeletspieren en voor relaxatie in hartspieren
Cellen en synapsen
Grijze massa
Cellichamen van neuronen
Witte massa:
Uitlopers neuronen
Gliacellen
2 soorten celtypen van het brein
Neuronen zijn kleine cellen met lange uitlopers
Gliacellen kunnen allemaal verschillende vormen hebben en ondersteunen neuronen maar
hebben ook andere functies
Neuronen
Cellichaam: bevat celkern
Dendrieten: bevinden zich rondom cellichaam, binnenkomende gedeelte, ontvangt
informatie
Axonen: langer dan dendrieten, uitzendende gedeelte, verzendt informatie, maakt contact
met andere dendrieten op de synaps
Actiepotentialen zijn de informatie unit in het brein
Bij actiepotentiaal heb je eerst een snelle natriumstroom die snel uitdooft en een
kaliumstroom die langer duurt en langzaam is
Depolarisatie fase: natrium snel naar binnen maar kalium naar buiten
Actiepotentiaal
Rustpotentiaal: Na en Ka kanaal gesloten
Depolarisatie tot drempel: iets minder negatief
, Activatie na drempelwaarde, depolarisatie: natrium stroomt snel naar binnen tot +10 mV,
Ka+ kanaal springt open die instroom natrium opheft.
Terug naar normale permeabiliteit d.m.v. repolarisatie: kaliumstroom neemt over en schiet
onder de -70
Rustpotentiaal: -60 mV
Alles of niets fenomeen
1 duidelijke richting
Cellen maken groot netwerk waarin informatie gecodeerd en opgeslagen worden
We hebben presynaptische cellen en postsynaptische cellen
Presynaptische levert het actiepotentiaal en postsynaptische cel gaat
depolariseren/repolariseren
Gliacellen
Steuncellen
3 keer zoveel gliacellen als neuronen
3 soorten: astrocyt, oligodendrocyt en microgliacel
Astrocyten: homeostase
Oligodendrocyt: vormt myeline
Microgliacel: macrofagen in hersenen
Astrocyt
Stervormig
Maken geen actiepotentialen
Kunnen wel depolariseren
Bewaken homeostase in brein: genoeg water/ionen/neurotransmitters voor actiepotentialen
Belangrijk voor voedingsstoffen voor neuronen: vetten, energie
Als er cel verlies optreedt, vullen astrocyten die plek op
Belangrijk voor bloed-hersenbarrière (medicijnen moeten bloed-hersenbarriere over, wat
heel moeilijk is)
Oligodendrocyten
Winden om axonen heen, maken isolatielaag (myeline) om de axonen heen en zorgen voor
snellere actiepotentiaal
In brein oligodendrocyten, in perifeer zenuwstelsel swanncellen
Myeline bevat veel vetten: goed isolatiemateriaal
Andere dieren lossen dit op door hele grote axonen te hebben
Als myeline beschadigd raakt krijg je MS (multiple sclerosis)
MS heeft veel verschillende symptomen, je kan MS ook in heel veel gradaties hebben
Microglia
Macrofagen van het brein (fagocyterende cellen)
Uitgestrekte cellen: inactief
Als gevolg van herkenning worden ze ronde cellen, dit is de actieve
vorm
, Primaire afweersysteem van brein
Soms worden ze te enthousiast en breken ze af die intact moeten blijven, omdat neuronen
zo moeilijk te herstellen zijn kunnen er problemen komen. Er ontstaat dan cel schade
Synaptische transmissie
Synaptische transmissie is de overdracht van een elektrisch signaal tussen cellen.
Neurotransmitters worden gemaakt neurotransmitter afgifte aan synapsspleet
neurotransmitters worden opgenomen door post-synaptische cel door neurotransmitter receptoren
het opnemen van de neurotransmitters zorgt voor opwekken actiepotentiaal, of niet.
Chemisch synaps: belangrijkste synaps voor deze cursus
Synaps die werkt via chemische signaalstoffen: neurotransmitters
Neurotransmitters zitten verpakt in blaasjes in presynaptisch membraan
Als Ca+ binnenkomt gaan neurotransmitters in de blaasjes fuseren naar de
buitenwereld en kunnen direct worden opgenomen door receptoren van
postsynaptische membraan en kunnen de ionenstromen van na+ en ka+ kunnen
stromen en wellicht actiepotentiaal doorgeven
Je moet gem 10 actiepotentialen doorgeven om 1 signaal overdracht te hebben
Maar signalen kunnen worden versterkt, verzwakt, totaal niet doorgeven of
veranderd worden (eiwitten fosforyleren of gen transcriptie aanzetten =
plasticiteit
Op die postsynaptische cel heb je een donker gedeelte: alle neurotransmitters
receptoren die neurotransmitters ontvangen
Neurotransmitter soorten
Kleine: glutamaat en GABA (clear core vescicles)
Grotere: dopamine, serotonine (dense core vescicles)
In ER worden eiwitten aangemaakt, in Golgi worden ze verwerkt en verpakt en langs
axon gebracht en wachten in terminal.
Dense core blaasjes zijn single use, clear core niet. Clear core hebben een recycle
proces: synaptische vescicle cycle.
In langste axon (onderrug-->teen) duurt het 3 dagen voordat het blaasje je teen bereikt.
Lokale recycling vindt plaats in vescicle cycle: er moet opnieuw een blaasje gebouwd worden en de
specifieke neurotransmitters in het blaasje krijgen.
Een gedeelte van plasma membraan wordt ingesnoerd dat een intern blaasje vormt (anders
groeit het membraan maar), er moet een lokale pomp in zitten in die protonen kan uitwisselen
tegen neurotransmitters (neurotransmitter pompen voor glutamaat, GABA etc) en die
neurotransmitters opnemen en concentreren.