Fysiologie 1 Vertering vetten............................................................................................................................ 2
Fysiologie 2 Transport van vetten .................................................................................................................... 6
Fysiologie 3 Vertering en functie eiwitten ...................................................................................................... 10
Fysiologie hoorcollege 4 ................................................................................................................................. 13
Fysiologie 5 .................................................................................................................................................... 17
Fysiologie hoorcollege 6 ................................................................................................................................. 23
,Fysiologie 1 Vertering vetten
- Functies van verschillende macronutriënten in het lichaam benoemen, op
lichaamsniveau als op celniveau.
- Processen vertering, absorptie en transport macronutriënten.
- Hoe wordt energie uit macronutriënten gehaald.
Leerdoelen les 1:
- Soorten en structuren van lipiden benoemen
- Hoe verloopt de vertering en opname van vetten aan de hand van betrokken
organen en enzymen.
- Verschillende functies van vetten benoemen
- Functie en regulatie van hormonen die betrokken zijn bij honger en verzadiging.
Lever, galblaas en alvleesklier niet onderdeel van spijsverteringskanaal maar wel van het
stelsel. Stelsel zijn mondholte, slokdarm, maag, dunne darm en dikke darm.
Productie van verteringsenzymen dan is dat de exocriene functie van de alvleesklier. De
verteringssappen worden afgegeven aan de darmholte dus het uitwendige milieu. De
pancreas heeft ook een endocriene functie door de eilandjes van Langerhans die produceren
hormonen: insuline en glucagon voor de regulatie van de bloedsuikerspiegel. Deze worden
aan het bloed afgegeven.
Lipiden zijn vetten en vetachtige stoffen
- Vetten (triglyceriden) dit is vaak in voeding
- Glycerol en vetzuren
- Vetachtige stoffen (fosfolipiden en sterolen)
Functies vetten:
- Brandstof bij te kort aan koolhydraten
- Regulatie
- Structuur bijvoorbeeld in het celmembraan
Het loskoppelen van triglyceriden is hydrolyse. Dat is een proces waarbij water vrijkomt.
Triglyceriden worden omgezet in monoglyceriden, vetzuren en glycerol.
Vetvertering is lastig voor het lichaam omdat vetten hydrofoob zijn terwijl
verteringsenzymen hydrofiel zijn.
Stappen van vertering vetten
1. Mondholte – kauwen en beweging tong. Ook door de warmte smelten.
2. De maag – kneden en spiercontractie waardoor vetten niet verder klonteren.
3. Duodenum (dunne darm) – komt daar via de maagportier. Dit is het belangrijkste
gedeelte voor de vertering. CCK wordt geproduceerd door de cellen van de dunne
darm. Dat stimuleert de afgifte van gal als de afgifte van alvleesklier sap. Gal heeft als
functie om vet te emulgeren in kleine vetdruppeltjes. Lipase uit alvleesklier sap kan
alleen op het oppervlak van vetten werken. Het oppervlak waarop lipase kan
inwerken wordt groter door emulgeren. Door lipase kunnen triglyceriden
losgekoppeld worden tot glycerol en vetzuren. De meeste sterolen kunnen meestal
, meteen worden opgenomen. De gal wordt later weer opgenomen in de dunne darm,
de resorptie van gal, zodat de bestanddelen van gal opnieuw gebruikt kunnen
worden.
Gal
- Produceert in de lever (600-1000 ml/dag)
- Wordt opgeslagen en ingedikt in de galblaas
- Bestaat uit galzuren (kan gemaakt worden uit cholesterol), galzouten, cholesterol,
fosfolipiden, water, elektrolyten, bilirubine (pigmentstof).
- Functie is emulgeren van vetten.
Geëmulgeerd en verteerd dan is absorptie op 2 manieren
- Diffusie (kleine deeltjes) kan door de darmcel aan het bloed worden afgegeven.
- Een groot deel bijvoorbeeld de monoglyceriden en sterolen worden in de darmcel als
ze zijn opgenomen verpakt in chylomicronen en worden dan in de lymfe opgenomen.
Bij de opname van de grote producten is het ontstaan van micellen belangrijk. Die
zorgen ervoor dat de vetverteringsproducten aan de binnenkant worden verteerd.
Deze smelten samen met de binnenkant van de darmcel. Micellen ontstaan tijdens
de vertering in de dunne darm. Aan de buitenkant worden vetverteringsproducten
verteerd door galmoleculen/fosfolipiden.
Een micel is een geëmulgeerd vetdruppeltje. Galmoleculen en fosfolipiden hebben
een vergelijkbare functie, hebben een wateroplosbare kop en hydrofobe staart.
Binnenkant van de darmcel van de entrocyt worden afgegeven.