Samenvatting inspannings- en sportfysiologie
Hoofdstuk 14
Een passende lichaamsgrootte, -bouw en -samenstelling zijn onmisbaar voor succes in bijna alle
takken van sport. Alleen lichaamssamenstelling kan substantieel veranderd worden door voeding en
training.
Voor optimaal lichamelijk presteren is er ook een goede balans nodig in essentiële voedingsstoffen.
De individuele energiebehoefte hangt af van grootte sporter, geslacht en de sportkeuze.
Lichaamssamenstelling verwijst naar de chemische samenstelling van het lichaam. Drie modellen van
lichaamssamenstelling: chemisch model (vet, eiwit, koolhydraat, water, mineraal), anatomisch model
(vetweefsel, spier, organen, bot, anders) en tweecomponentenmodel (vetmassa, vetvrije massa).
Vetvrije massa (VVM): alle niet-vette weefsels in het lichaam, incl. botten, spieren, organen en
bindweefsel.
Vetmassa: het percentage van de totale lichaamsmassa dat uit vet bestaat (vetpercentage).
Bepalen van de lichaamssamenstelling
5% is het minimum vetpercentage voor een sporter. Hoe hoger het vetpercentage, hoe slechter de
prestaties.
Densitometrie: het meten van de dichtheid van het lichaam van de sporter. Dichtheid (D) wordt
gedefinieerd als massa (M) gedeeld door volume (V):
D lichaam = M lichaam : V lichaam
Massa: het gewicht van de sporter op de weegschaal
Lichaamsvolume
- Hydrostatisch wegen (meest gebruikt), of onderwaterwegen
Het verschil tussen het gewicht op de weegschaal en het gewicht onderwater komt, na
correctie voor de dichtheid van water, overeen met het lichaamsvolume. Dit wordt verder
gecorrigeerd voor de lucht die opgesloten is in het lichaam (gas in de longen).
De dichtheid van de VVM is hoger dan de dichtheid van water, terwijl die van vet lager is
dan de dichtheid van water (mensen met veel vet drijven makkelijker door lagere dichtheid
totaal).
Sterk punt van densitometrie: wanneer het lichaamsgewicht, het gewicht onder water en de
longvolume tijdens onderwaterwegen correct worden gemeten, is de daaruit volgende
dichtheidswaarde nauwkeurig.
Zwak punt van densitometrie: de conversie van dichtheid naar een schatting van het vetpercentage
Meest gebruikte vergelijking om lichaamsdichtheid om te zetten in geschat vetpercentage is de
standaardvergelijking van Siri:
% lichaamsvet = (495 : D lichaam) – 450
Deze vergelijking gaat ervanuit dat de dichtheid van vetmassa en VVM bij iedereen relatief gelijk zijn.
Om deze dichtheid vast te leggen, moeten we twee aannames doen:
De dichtheid van elk van de weefsels van de VVM is beken en blijft constant;
Elk type weefsel vertegenwoordigt een constant deel van de vetvrije massa.
Uitzonderingen veroorzaken fouten bij het omzetten van de lichaamsdichtheid. Tussen personen
varieert de VVM fors (helaas).
- Radiografie
, - computertomografie (CT)
- magnetische resonantie imaging (MRI)
- hydrometrie (voor meten van totaal aan lichaamsvocht)
- bio-elektrische impedantie (totale elektrische geleidingssnelheid van lichaam)
- neutronenactiviteit
Meeste technieken zijn duur en complex.
- dual X-ray absorptiemetrie (DXA)
Kwantificering van bot en samenstelling zachte weefsels (spier en vetweefsel).
Schattingen voor het hele lichaam – precies en betrouwbaar.
Voordeel boven weging onderwater: ook botdichtheid en botmineralen kunnen geschat
worden. Daarnaast hoeft de proefpersoon alleen op een tafel te liggen.
Nadeel: kosten zijn hoog
- luchtverplaatsing
Volume wordt bepaald door luchtverplaatsing
Afgesloten kamer met lucht onder gewone atmosferische druk met een bekend volume
Persoon gaat stil zitten, deur sluit en vormt dichte afsluiting. Het nieuwe volume lucht in de
kamer wordt bepaald en dit wordt afgetrokken van het beginvolume van de kamer.
Nadeel: vereist grote nauwkeurigheid bij het zorgen voor constante temperatuur,
samenstelling van gassen en de ademhaling.
Wel nog steeds onzeker of het vetpercentage klopt wanneer de vergelijking wordt gebruikt
Voordeel: relatief nauwkeurig
- Veldmethoden
- Huidplooidiktemetingen
meest gebruikte veldmethode
op één of meer plaatsen. Verkregen waarden worden gebruikt om het vetpercentage
te schatten. Aangeraden om de som van drie of meer te gebruiken in een
kwadratische, curvilineaire vergelijking om lichaamsdichtheid te schatten.
Curvilineaire vergelijking beter dan lineair, want lineaire vergelijkingen onderschatten
dichtheid van magere personen en geven daardoor overschatting van lichaamsvet
(andersom bij obese personen).
Redelijk nauwkeurig.
- Bio-elektrische impedantie
Simpel en snel
Vier elektroden aangebracht op enkel, voet, pols en rug van de hand.
Onmerkbaar stroompje wordt door onderste elektroden (hand en voet) gestuurd, de
hogergeplaatste elektroden (pols en enkel) ontvangen de elektrische stroom.
Elektrische geleiding hangt af van verdeling water en elektrolyten in dat weefsel.
VVM bevat bijna al het lichaamsvocht en alle geleidende elektrolyten, geleiding is
hier dus veel hoger dan in vetmassa (deze heeft namelijk een hogere impedantie:
stroompje verplaatst moeilijker).
De metingen correleren sterk met de metingen van onderwaterwegen. Door de
vergelijkingen kan de impedantie overschat worden bij magere sporters.
Lichaamssamenstelling en sportprestaties
Vetvrije massa
Het maximaliseren van de VVM is gunstig voor sporters die activiteiten uitvoeren waarvoor kracht,
vermogen en spieruithoudingsvermogen nodig zijn.
Hogere VVM is extra gewicht kan prestaties beperken bij duursporters of ver/hoogspringers.
Combineren van krachttraining met het eten van koolhydraten, of koolhydraten met eiwitten, tijdens
het herstel van krachttraining is effectief voor het vergroten van de VVM. Dit lijkt de afgifte van
anabole hormonen te stimuleren.
Hoofdstuk 14
Een passende lichaamsgrootte, -bouw en -samenstelling zijn onmisbaar voor succes in bijna alle
takken van sport. Alleen lichaamssamenstelling kan substantieel veranderd worden door voeding en
training.
Voor optimaal lichamelijk presteren is er ook een goede balans nodig in essentiële voedingsstoffen.
De individuele energiebehoefte hangt af van grootte sporter, geslacht en de sportkeuze.
Lichaamssamenstelling verwijst naar de chemische samenstelling van het lichaam. Drie modellen van
lichaamssamenstelling: chemisch model (vet, eiwit, koolhydraat, water, mineraal), anatomisch model
(vetweefsel, spier, organen, bot, anders) en tweecomponentenmodel (vetmassa, vetvrije massa).
Vetvrije massa (VVM): alle niet-vette weefsels in het lichaam, incl. botten, spieren, organen en
bindweefsel.
Vetmassa: het percentage van de totale lichaamsmassa dat uit vet bestaat (vetpercentage).
Bepalen van de lichaamssamenstelling
5% is het minimum vetpercentage voor een sporter. Hoe hoger het vetpercentage, hoe slechter de
prestaties.
Densitometrie: het meten van de dichtheid van het lichaam van de sporter. Dichtheid (D) wordt
gedefinieerd als massa (M) gedeeld door volume (V):
D lichaam = M lichaam : V lichaam
Massa: het gewicht van de sporter op de weegschaal
Lichaamsvolume
- Hydrostatisch wegen (meest gebruikt), of onderwaterwegen
Het verschil tussen het gewicht op de weegschaal en het gewicht onderwater komt, na
correctie voor de dichtheid van water, overeen met het lichaamsvolume. Dit wordt verder
gecorrigeerd voor de lucht die opgesloten is in het lichaam (gas in de longen).
De dichtheid van de VVM is hoger dan de dichtheid van water, terwijl die van vet lager is
dan de dichtheid van water (mensen met veel vet drijven makkelijker door lagere dichtheid
totaal).
Sterk punt van densitometrie: wanneer het lichaamsgewicht, het gewicht onder water en de
longvolume tijdens onderwaterwegen correct worden gemeten, is de daaruit volgende
dichtheidswaarde nauwkeurig.
Zwak punt van densitometrie: de conversie van dichtheid naar een schatting van het vetpercentage
Meest gebruikte vergelijking om lichaamsdichtheid om te zetten in geschat vetpercentage is de
standaardvergelijking van Siri:
% lichaamsvet = (495 : D lichaam) – 450
Deze vergelijking gaat ervanuit dat de dichtheid van vetmassa en VVM bij iedereen relatief gelijk zijn.
Om deze dichtheid vast te leggen, moeten we twee aannames doen:
De dichtheid van elk van de weefsels van de VVM is beken en blijft constant;
Elk type weefsel vertegenwoordigt een constant deel van de vetvrije massa.
Uitzonderingen veroorzaken fouten bij het omzetten van de lichaamsdichtheid. Tussen personen
varieert de VVM fors (helaas).
- Radiografie
, - computertomografie (CT)
- magnetische resonantie imaging (MRI)
- hydrometrie (voor meten van totaal aan lichaamsvocht)
- bio-elektrische impedantie (totale elektrische geleidingssnelheid van lichaam)
- neutronenactiviteit
Meeste technieken zijn duur en complex.
- dual X-ray absorptiemetrie (DXA)
Kwantificering van bot en samenstelling zachte weefsels (spier en vetweefsel).
Schattingen voor het hele lichaam – precies en betrouwbaar.
Voordeel boven weging onderwater: ook botdichtheid en botmineralen kunnen geschat
worden. Daarnaast hoeft de proefpersoon alleen op een tafel te liggen.
Nadeel: kosten zijn hoog
- luchtverplaatsing
Volume wordt bepaald door luchtverplaatsing
Afgesloten kamer met lucht onder gewone atmosferische druk met een bekend volume
Persoon gaat stil zitten, deur sluit en vormt dichte afsluiting. Het nieuwe volume lucht in de
kamer wordt bepaald en dit wordt afgetrokken van het beginvolume van de kamer.
Nadeel: vereist grote nauwkeurigheid bij het zorgen voor constante temperatuur,
samenstelling van gassen en de ademhaling.
Wel nog steeds onzeker of het vetpercentage klopt wanneer de vergelijking wordt gebruikt
Voordeel: relatief nauwkeurig
- Veldmethoden
- Huidplooidiktemetingen
meest gebruikte veldmethode
op één of meer plaatsen. Verkregen waarden worden gebruikt om het vetpercentage
te schatten. Aangeraden om de som van drie of meer te gebruiken in een
kwadratische, curvilineaire vergelijking om lichaamsdichtheid te schatten.
Curvilineaire vergelijking beter dan lineair, want lineaire vergelijkingen onderschatten
dichtheid van magere personen en geven daardoor overschatting van lichaamsvet
(andersom bij obese personen).
Redelijk nauwkeurig.
- Bio-elektrische impedantie
Simpel en snel
Vier elektroden aangebracht op enkel, voet, pols en rug van de hand.
Onmerkbaar stroompje wordt door onderste elektroden (hand en voet) gestuurd, de
hogergeplaatste elektroden (pols en enkel) ontvangen de elektrische stroom.
Elektrische geleiding hangt af van verdeling water en elektrolyten in dat weefsel.
VVM bevat bijna al het lichaamsvocht en alle geleidende elektrolyten, geleiding is
hier dus veel hoger dan in vetmassa (deze heeft namelijk een hogere impedantie:
stroompje verplaatst moeilijker).
De metingen correleren sterk met de metingen van onderwaterwegen. Door de
vergelijkingen kan de impedantie overschat worden bij magere sporters.
Lichaamssamenstelling en sportprestaties
Vetvrije massa
Het maximaliseren van de VVM is gunstig voor sporters die activiteiten uitvoeren waarvoor kracht,
vermogen en spieruithoudingsvermogen nodig zijn.
Hogere VVM is extra gewicht kan prestaties beperken bij duursporters of ver/hoogspringers.
Combineren van krachttraining met het eten van koolhydraten, of koolhydraten met eiwitten, tijdens
het herstel van krachttraining is effectief voor het vergroten van de VVM. Dit lijkt de afgifte van
anabole hormonen te stimuleren.