Rechtsfeit
Feitelijke handeling Rechtshandeling (3:33, wil en verklarin
Eenzijdig Meerzijdig
Onrechtmatige daad (6:162) Rechtmatige daden Overeenkoms
1. Gericht • Aanbod en
(opzeggen contract) • 6:217
2. Ongericht (testament)
Niet beoogd
Beoogd
Rechtsgevolg
,Totstandkoming overeenkomst Wilsvertrouwensleer
Aanbod en aanvaarding (6:217)
Aanbod Wilsverklaring
• Bepaalbaarheidscriteria • Bescherming van vertrouwen
o Essentiële informatie • 3:37
o Simpelweg met ja kunnen beantwoorden o Vormvrij
• 6:219 o Ontvangsttheorie: verklaring moet door de persoon zijn ontva
o Onherroepelijk: termijn voor aanvaarding of onherroepelijkheid volgt op de verklaring pas werking
andere wijze uit het aanbod o Een verklaring kan worden ingetrokken indien deze nog niet i
o Herroepelijk: niet meer nadat een verklaring houdende aanvaarding is
verzonden
• 6:221: verval aanbod Vertrouwensleer
• 3:33 en 3:35
o Wil en verklaring kunnen uiteenlopen
Aanvaarding = ‘Ja’ o Oneigenlijke dwaling: onjuiste voorstelling van de inhoud van
• 6:225 verklaring
o Afwijkende aanvaarding geldt als nieuw aanbod en als verwerping van het o Geestelijke stoornis (3:34): bijna alle vormen van geestesstoo
oorspronkelijk aanbod hieronder blijvend/tijdelijk
• 6:223
o Regels over een te late aanvaarding
Wat als wil en verklaring uiteenlopen?
Gevolg: er komt geen overeenkomst tot stand (wilsont
Tenzij: gerechtvaardigd vertrouwen (3:35)
• Wederpartij moet te goeder trouw zijn geweest (3:11)
• Onderzoeksplicht wederpartij
• HR Eelman/Hin
Maar let op! Artikel 6:2 en 6:248 kunnen het beroep op
gerechtvaardigd vertrouwen ontnemen (redelijkheid en billijkheid)
, Juridisch kader precontractuele aansprakelijkheid
HR Baris/Riezenkamp
• De precontractuele fase wordt geregeld door redelijkheid
en billijkheid
• Men moet rekening houden met de gerechtvaardigde
belangen van de wederpartij
HR Plas/Valburg
Als onderhandelingen worden afgebroken en er geen rompovereenkomst is, komt
redelijkheid en billijkheid aan bod. 3 stadia:
1. Afbreken staat vrij
a. Geen rechten/plichten tussen partijen
b. Contractsvrijheid
2. Afbreken staat nog wel vrij, maar vergoeding voor bepaalde kosten is op zijn
plaats
a. Negatief contractsbelang: wederpartij moet andere partij in toestand brengen waarin
zij hadden verkeerd als zij nooit hadden onderhandeld
3. Afbreken is in strijd met redelijkheid en billijkheid HR CBB/JPO
a. Positief contractsbelang: de winst voor partijen als de opdracht was voortgezet • Partijen zijn vrij onderhandelingen af te
b. Doorhandelingsplicht kan worden afgedwongen op basis van het gerechtvaardigd vertro
o Jarenlange bestendige samenwerking
o wederpartij of in verband met andere o
Exclusiviteit
o Afhankelijkheidsrelatie onaanvaardbaar is (totstandkomingsve
o • Omstandigheden:
Onderlinge schriftelijke afspraken
o Procesafspraken over het onderhandelingsproces a. Bijdrage van de afbrekende partij
o Belang van derden van het vertrouwen
b. Onvoorzienbare omstandigheden
Ruiterij/MBO)
c. Beoordeling van onderhandelinge
achtergrond van het verloop van
onderhandelingen (HR Combinati