Hoorcollege 1 & PU 1
Variabele Iets wat kan variëren, wat verschillende waardes aan kan nemen. vb. IQ, Schoenmaat,
wattage, gewicht, gebeurtenissen.
Twee typen variabelen:
1. Afhankelijk of AV: het gevolg. Wat je meet
2. Onafhankelijk of OV: de oorzaak. Wat je manipuleert.
Meetniveau’s:
Nominaal = classificatie, de een is niet beter dan de ander (vb. nationaliteit, sekse, automerken)
Ordinaal = rangorde, hoe hoger de score hoe beter (vb. weinig/gemiddeld/veel, kort/gemiddeld/lang)
Interval = rangorde met gelijke intervallen (vb. temperatuur in graden Celsius, jaartallen, kloktijden)
Ratio = rangorde met gelijke intervallen en een natuurlijk nulpunt (vb. aantal medeklinkers in een
tekst, lengte in meters)
Jamovi:
Continuous is for variables with numeric values which are considered to
be Interval or Ratio scales
ID measure type is , unlike the others, unique to jamovi. It’s intended for variables that contain
identifiers that you would almost never want to analyse. For example, a persons name, or a participant
ID
,Hoorcollege 2 & PU 2
Om een tabel als dit te krijgen moet je bij descriptives StudentType bij variables zetten. Vervolgens
moet je ‘frequency tables’ aantikken om een tabel als dit te krijgen.
Descriptives:
N = aantal mensen in dataset
Mean (gemiddelde) = som van alle scores gedeeld door het aantal scores
Median (mediaan) = score waaronder en waarboven 50% van alle scores liggen
Mode (modus) = score met de hoogste frequentie (=die het vaakste voorkomt)
Standaard deviation (standaarddeviatie = geeft aan hoe ver iedere score gemiddeld van het
gemiddelde afligt)
Normaliteit: (afronden op 2 decimalen)
Skewness: de symmetrie van de verdeling
- Rechts-scheef = ophoping bij lage scores (rechts laag/links hoog)
- Links-scheef = ophoping bij hoge scores (rechts hoog/links laag)
Kurtosis: gepietktheid of platheid van verdeling
- ‘leptokurtic’: hoge piek, ‘lichte’ staarten
- ‘platykurtic’: lage piek, ‘zware’ staarten
Grafieken en tabellen
Histogram
Histogrammen zijn nuttig om te onderzoeken hoe een bepaalde
continue variabele is verdeeld. Ze laten zien of een variabele kurtosis
of skewness vertoont (d.w.z. niet normaal verdeeld is) of dat hij
‘uitbijters’ bevat (d.w.z. zeer ongebruikelijke waarden (iemand in uw
steekproef is ongeveer 137 jaar oud). Hieronder ziet u een typisch
histogram, dat de leeftijdsverdeling van de groep respondenten
weergeeft.
Boxplot
U kunt de verdeling van continue variabelen ook
onderzoeken door boxplots te maken. Met
boxplots kunt u zien waar 50% van de scores
liggen, waar de bovenste en de onderste 25% van
de scores liggen en of uw gegevens uitschieters of
extreme gevallen bevatten.
Bar chart
In wetenschappelijke artikelen kom je vaak staafdiagrammen tegen. Met dit
type grafiek kunt u de gemiddelde waarde van een bepaalde variabele
afzonderlijk weergeven voor verschillende omstandigheden. Een
staafdiagram dat de gemiddelde leeftijden voor de jongens (23,24) en meisjes
(22,16) in de groep van onze respondenten weergeeft, ziet er als volgt uit.
, Scatterplot
Met scatterplots kan je de relatie tussen twee continue variabelen grafisch weergeven.