Artikel 1: Bullying in schools: the power of bullies and the plight of victims, Juvonen &
Graham
Mobbing: wanneer een groep zich keert tegen een person.
Definitie en prevalentie pesten: bij pesten hoort gerichte intimidatie of vernedering. Vaak
(mis)bruikt een persoon die fysiek sterker is meer vooraanstaand is zijn macht om te
bedreigen, vernederen of een persoon naar beneden halen. Om een persoon machteloos te
laten voelen kunnen een aantal agressieve gedragingen voordoen. Er is een dynamische
interactie tussen dader en slachtoffer: een machtsbalans zorgt ervoor dat er onderscheid
wordt gemaakt tussen een conflict en pesten. Soms wordt er gezegd dat het gedrag
herhaald moet worden om het pesten te noemen maar hier is niet iedereen het mee eens
omdat een traumatisch evenement al voor angst en verwachtingen kan zorgen. 20-25% van
de jongeren zijn direct betrokken als pesters, slachtoffers of beide. In Westerse naties
pesten 4-9% van de kinderen en wordt 9-25% van de kinderen gepest. Er is ook een kleinere
subgroep die en gepest wordt en zelf pest.
Stabiliteit pesten en slachtofferschap: een longitudinale studie (Broidy et al) heeft de
ontwikkeling van agressief gedrag in kinderen onderzocht. Veel kinderen hadden dezelfde
agressieve kenmerken en bleven pesten van de leeftijden 5-7 tot ten minste adolescentie. 5-
10% (hou 10 aan in het algemeen) van de jongeren bleek chronisch agressief, maar er waren
ook klasses gevonden die minder stabiel waren (15-60% over verschillende longitudinale
studies). Vaak groeien kinderen over het agressieve pestgedrag heen maar niet zeker of dit
gedrag wordt vervangen door andere vormen van pesten.
Een vergelijkbare studie voor de stabiliteit van slachtofferschap bestaat niet, maar
vaak is het tijdelijk (meestal 1-2 jaar, soms 4-5 jaar). In het begin van de schooltijd is pesten
redelijk verdeeld, maar rond de 2e klas is er een grotere groep die niet meer gepest wordt.
9% van de kinderen die vroeger pestte werd later als adolescent een slachtoffer van pesten
en 6% van de slachtoffers van pesten ging later zelf pesten.
Verschillende vormen van pesten:
• Direct: bijvoorbeeld fysieke agressie, bedreigingen en uitschelden. Hebben te maken
met intimidatie, vernedering of een persoon naar beneden halen voor een publiek.
• Indirect: heeft te maken met het verspreiden van roddels, in je rug steken en
buitensluiting van de groep -> relationele manipulatie. Vooral voor het neerhalen van
je reputatie of je sociale status verminderen terwijl je je rol als dader verbergt.
Hiervoor gebruik je een peergroup.
Er zat geen leeftijdsverschil in het gebruik van directe en indirecte vormen van pesten.
Fysieke vormen van pesten zouden wel met leeftijd afnemen. Fysieke agressie zou meer
voorkomen bij mannen, terwijl relationele vormen van agressie voorkomen bij vrouwen,
maar hiertussen geen hele sterke verschillen. De fysieke geslachtsverschillen zijn veel groter.
Vooral in het midden van de adolescentie komt dit voor omdat fysieke agressie dan minder
sociaal geaccepteerd is.
Pesten en sociale dominantie: het is niet zo dat pesters sociale vaardigheden missen of geen
goede emotieregulatie hebben, wat er eerst gedacht werd. Vaak missen ze wel empathie en
, gebruiken ze dwingende strategieën om het gedrag van leeftijdsgenoten te domineren en
controleren. Vaak hebben de pesters ook een hoge sociale status, dus pesten zorgt ervoor
dat je een dominante positie in je groep krijgt en behoudt. Dit wordt bevestigd omdat het
vaak voorkomt in tijden van onzekerheid of sociale herkenning, dus de overgang van
basisschool naar middelbare school. Pestgedrag wordt dan erger en er is een robuuste
associatie tussen agressief gedrag en hoge sociale status wanneer je naar een nieuwe school
gaat. Er ontstaat een dominantie hiërarchie. Het is niet duidelijk of alleen de
omgevingsveranderingen er een rol bij spelen (nieuwe school) of dat ook de
ontwikkelingsveranderingen (puberteit) er een rol in spelen.
Verhoogde self-views en sociaal cognitieve biases van pesters: agressieve kinderen hebben
een hogere perceptie van zichzelf, ze overschatten hun status en hun academische en
atletische vaardigheden. Ze raten zichzelf ook lager op depressie, sociale angst en
eenzaamheid. Dit zou waarschijnlijk komen door een informatieverwerkingsbias. In ambigue
situaties geven ze anderen de schuld waardoor ze de positieve kijk op zichzelf kunnen
behouden en geen persoonlijke verantwoordelijkheid accepteren voor negatieve
evenementen. Ook wordt het pesten positief versterkt doordat anderen gaan (glim)lachen
en niet ingrijpen. Anderen keuren het gedrag niet goed maar beschermen hun sociale status,
reputatie en fysieke veiligheid.
Slachtoffers vertonen veel aanpassingsproblemen, zoals een depressieve toestand en angst,
psychosomatische problemen (hoofd en buikpijn) en academische moeilijkheden. Het is niet
zeker of dit komt door pesten of omdat ze deze eigenschappen al hebben en dit ze tot
makkelijke slachtoffers maakt.
Subtypes slachtoffers: meest typische slachtoffers zijn angstig, onzeker en gevoelig (huilen).
Een andere groep is de groep met aandachts- en emotieregulatieproblemen en hyperactieve
stoornissen. Ze proberen op te komen tegen de pester maar dit lukt niet, wat als belonend
wordt gezien voor de pester.
Individuele en sociale risicofactoren: kinderen met obesitas en kinderen die off-time
puberteit/volwassen worden hebben een risicofactor. Ook kinderen met een handicap of
LGBT (lesbian, gay, bisexual en transgender) kinderen zullen ook sneller gepest worden. Elke
eigenschap waardoor je opvalt in vergelijking met je leeftijdsgenoten vergroot de kans om
gepest te worden.
Social misfit: wanneer het sociale gedrag van een individu afwijkt van dat van een groep. Als
je op de grens ligt van sociale acceptatie vergroot dit de kans om gepest te worden omdat er
dan weinig mensen zijn die voor je op zullen komen. Als je een lagere status hebt en
interpersoonlijke problemen zoals emotionele en gedragsproblemen kan dit pesten
uitlokken. Ook volwassenen die depressief zijn kunnen eerder gepest worden omdat ze
moeite hebben met vriendschappen maken. Een marginale (grens) sociale status en weinig
vrienden hebben zijn ook onafhankelijke risicofactoren voor pesten.
Emotionele support van een vriend is van belang in hoe het pesten aankomt bij het
slachtoffer. Dan zou je meer beschermd zijn voor internaliserende problemen. De relatie
tussen risicofactoren en gevolgen van pesten is wederkerend, wat zorgt voor een cyclisch
proces. Als deze cyclus niet verbroken wordt kunnen er psychosociale moeilijkheden zich
Graham
Mobbing: wanneer een groep zich keert tegen een person.
Definitie en prevalentie pesten: bij pesten hoort gerichte intimidatie of vernedering. Vaak
(mis)bruikt een persoon die fysiek sterker is meer vooraanstaand is zijn macht om te
bedreigen, vernederen of een persoon naar beneden halen. Om een persoon machteloos te
laten voelen kunnen een aantal agressieve gedragingen voordoen. Er is een dynamische
interactie tussen dader en slachtoffer: een machtsbalans zorgt ervoor dat er onderscheid
wordt gemaakt tussen een conflict en pesten. Soms wordt er gezegd dat het gedrag
herhaald moet worden om het pesten te noemen maar hier is niet iedereen het mee eens
omdat een traumatisch evenement al voor angst en verwachtingen kan zorgen. 20-25% van
de jongeren zijn direct betrokken als pesters, slachtoffers of beide. In Westerse naties
pesten 4-9% van de kinderen en wordt 9-25% van de kinderen gepest. Er is ook een kleinere
subgroep die en gepest wordt en zelf pest.
Stabiliteit pesten en slachtofferschap: een longitudinale studie (Broidy et al) heeft de
ontwikkeling van agressief gedrag in kinderen onderzocht. Veel kinderen hadden dezelfde
agressieve kenmerken en bleven pesten van de leeftijden 5-7 tot ten minste adolescentie. 5-
10% (hou 10 aan in het algemeen) van de jongeren bleek chronisch agressief, maar er waren
ook klasses gevonden die minder stabiel waren (15-60% over verschillende longitudinale
studies). Vaak groeien kinderen over het agressieve pestgedrag heen maar niet zeker of dit
gedrag wordt vervangen door andere vormen van pesten.
Een vergelijkbare studie voor de stabiliteit van slachtofferschap bestaat niet, maar
vaak is het tijdelijk (meestal 1-2 jaar, soms 4-5 jaar). In het begin van de schooltijd is pesten
redelijk verdeeld, maar rond de 2e klas is er een grotere groep die niet meer gepest wordt.
9% van de kinderen die vroeger pestte werd later als adolescent een slachtoffer van pesten
en 6% van de slachtoffers van pesten ging later zelf pesten.
Verschillende vormen van pesten:
• Direct: bijvoorbeeld fysieke agressie, bedreigingen en uitschelden. Hebben te maken
met intimidatie, vernedering of een persoon naar beneden halen voor een publiek.
• Indirect: heeft te maken met het verspreiden van roddels, in je rug steken en
buitensluiting van de groep -> relationele manipulatie. Vooral voor het neerhalen van
je reputatie of je sociale status verminderen terwijl je je rol als dader verbergt.
Hiervoor gebruik je een peergroup.
Er zat geen leeftijdsverschil in het gebruik van directe en indirecte vormen van pesten.
Fysieke vormen van pesten zouden wel met leeftijd afnemen. Fysieke agressie zou meer
voorkomen bij mannen, terwijl relationele vormen van agressie voorkomen bij vrouwen,
maar hiertussen geen hele sterke verschillen. De fysieke geslachtsverschillen zijn veel groter.
Vooral in het midden van de adolescentie komt dit voor omdat fysieke agressie dan minder
sociaal geaccepteerd is.
Pesten en sociale dominantie: het is niet zo dat pesters sociale vaardigheden missen of geen
goede emotieregulatie hebben, wat er eerst gedacht werd. Vaak missen ze wel empathie en
, gebruiken ze dwingende strategieën om het gedrag van leeftijdsgenoten te domineren en
controleren. Vaak hebben de pesters ook een hoge sociale status, dus pesten zorgt ervoor
dat je een dominante positie in je groep krijgt en behoudt. Dit wordt bevestigd omdat het
vaak voorkomt in tijden van onzekerheid of sociale herkenning, dus de overgang van
basisschool naar middelbare school. Pestgedrag wordt dan erger en er is een robuuste
associatie tussen agressief gedrag en hoge sociale status wanneer je naar een nieuwe school
gaat. Er ontstaat een dominantie hiërarchie. Het is niet duidelijk of alleen de
omgevingsveranderingen er een rol bij spelen (nieuwe school) of dat ook de
ontwikkelingsveranderingen (puberteit) er een rol in spelen.
Verhoogde self-views en sociaal cognitieve biases van pesters: agressieve kinderen hebben
een hogere perceptie van zichzelf, ze overschatten hun status en hun academische en
atletische vaardigheden. Ze raten zichzelf ook lager op depressie, sociale angst en
eenzaamheid. Dit zou waarschijnlijk komen door een informatieverwerkingsbias. In ambigue
situaties geven ze anderen de schuld waardoor ze de positieve kijk op zichzelf kunnen
behouden en geen persoonlijke verantwoordelijkheid accepteren voor negatieve
evenementen. Ook wordt het pesten positief versterkt doordat anderen gaan (glim)lachen
en niet ingrijpen. Anderen keuren het gedrag niet goed maar beschermen hun sociale status,
reputatie en fysieke veiligheid.
Slachtoffers vertonen veel aanpassingsproblemen, zoals een depressieve toestand en angst,
psychosomatische problemen (hoofd en buikpijn) en academische moeilijkheden. Het is niet
zeker of dit komt door pesten of omdat ze deze eigenschappen al hebben en dit ze tot
makkelijke slachtoffers maakt.
Subtypes slachtoffers: meest typische slachtoffers zijn angstig, onzeker en gevoelig (huilen).
Een andere groep is de groep met aandachts- en emotieregulatieproblemen en hyperactieve
stoornissen. Ze proberen op te komen tegen de pester maar dit lukt niet, wat als belonend
wordt gezien voor de pester.
Individuele en sociale risicofactoren: kinderen met obesitas en kinderen die off-time
puberteit/volwassen worden hebben een risicofactor. Ook kinderen met een handicap of
LGBT (lesbian, gay, bisexual en transgender) kinderen zullen ook sneller gepest worden. Elke
eigenschap waardoor je opvalt in vergelijking met je leeftijdsgenoten vergroot de kans om
gepest te worden.
Social misfit: wanneer het sociale gedrag van een individu afwijkt van dat van een groep. Als
je op de grens ligt van sociale acceptatie vergroot dit de kans om gepest te worden omdat er
dan weinig mensen zijn die voor je op zullen komen. Als je een lagere status hebt en
interpersoonlijke problemen zoals emotionele en gedragsproblemen kan dit pesten
uitlokken. Ook volwassenen die depressief zijn kunnen eerder gepest worden omdat ze
moeite hebben met vriendschappen maken. Een marginale (grens) sociale status en weinig
vrienden hebben zijn ook onafhankelijke risicofactoren voor pesten.
Emotionele support van een vriend is van belang in hoe het pesten aankomt bij het
slachtoffer. Dan zou je meer beschermd zijn voor internaliserende problemen. De relatie
tussen risicofactoren en gevolgen van pesten is wederkerend, wat zorgt voor een cyclisch
proces. Als deze cyclus niet verbroken wordt kunnen er psychosociale moeilijkheden zich