PIONIERS GRONDSLAGEN 1 + BRONNEN UITGEWERKT
1) Johannes van den Bosch 1780 – 1844
- “Armoede is een gebrek aan arbeid “
- Schrok van de omstandigheden van de Nederlandse burgers. Kinderen leefde in
weeshuizen, terwijl ze nog wel een vader en moeder hadden, omdat dit goedkoper
was.
- Als je de arme burgers aan het werk zet, zal de armoede afnemen. Ook zal het hun
leven verbeteren volgens Johannes.
- Oprichter maatschappij van weldadigheid
- Proefkolonie Frederiksoord: lapje grond, huis met schuur, huisraad, eten, zaaigoed,
koe.
- Plan van ontginning en opvang
Plan van ontginning en opvang:
Kanalen aanleggen
Dorpen aanleggen (frederiksoord)
Reeks aan koloniehuisjes met lapje grond etc werden gebouwd, men kon hier terecht
Oprichter maatschappij van weldadigheid:
Deze zou wat doen aan de armoede in Nederland.
Rijken leven een bijdrage in en krijgen dit later terug
Problemen van maatschappij van weldadigheid:
- Grootste probleem: oplossing was te groot. Niet iedereen is geschikt om te werken
als boer. Drenthe had arme grond, dus je had vaardigheden nodig om er wat uit te
kunnen halen. Hierdoor leverde het plan niet veel op.
- Niet genoeg paupers die mee wilde werken aan het plan: minder belangstelling dan
verwacht
- Geen oplossing voor de paupers
- Meer kosten
Daarom: onvrijwillige koloniën. O.a Veenhuizen
De armen werkten hier hele dag, slapen in een hangmatje, wat te eten, en de volgende dag
hetzelfde.
Verzorgingsstaat Johannes:
Ziekenfonds, je krijgt zorg als je ziek bent en het wordt vergoed
Leerplicht, 80 jaar voor dat het in hele NL kwam
Kerken
Rustoorden
,PROFIEL WELZIJN EN SAMENLEVING
PROEFKOLONIE FREDERIKSOORD
PLAN VOOR ONTGINNING EN OPVANG
OPRICHTER MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID 1818
VEENHUIZEN – ONVRWIJILLEGE KOLONIEN
, 2) Marie Muller Lulofs 1854 – 1954
“Sociaal ingrijpen vraagt om wetenschappelijke onderbouwing en morele oordeelsvorming “
- Marie komt zelf uit een rijk gezin, maar besefte al vroeg dat rijkdom niet
vanzelfsprekend is.
- Tastbare en concrete oplossingen: huisvesting, gezondheidszorg, naschoolse opvang
voor kinderen
- Lezingen en cursussen aan arme mensen
- Artikelen over haar visie op de armenzorg
- Oprichter eerste school voor maatschappelijk werk
- Van Mensch tot Mensch
- Armenzorg
Eerste school voor maatschappelijk werk:
De armenzorg moet moderniseren, zodat de juiste zorg terecht komt bij de mensen die het
nodig hebben.
Oprichter van:
- Utrechtse vereniging tot verbetering van armenzorg 1890
- Volkshuisvesting
- Werklozen bureau
- Hulpbank tegen woeker
- Cursussen voor armbezoekers in opleiding
Hoe Marie Muller te werk ging: met sociale kennis:
Kennis en kunde
Onderbouwde methodiek
De vraag achter de vraag
Onderzoek
Oorzaken
Sociale diagnose
Hulpbronnen aanboren
Visie op armenzorg door Marie:
- Armoede was geen natuurverschijnsel, maar een gevolg van de onrechtvaardige
verdeling van maatschappelijke rijkdom
- Armenzorg moet moderniseren. Niet zomaar wat liefhebberen, maar zakelijk en met
sociale kennis te werk gaan.
- Problemen moeten niet alleen individueel bekeken worden maar ook vanuit
maatschappelijk context.
- Haar bijdragen vormen een belangrijke aanzet tot verdere doordenking en
professionalisering van het sociaal werk
- Ze streefde naar zelfredzaamheid
1) Johannes van den Bosch 1780 – 1844
- “Armoede is een gebrek aan arbeid “
- Schrok van de omstandigheden van de Nederlandse burgers. Kinderen leefde in
weeshuizen, terwijl ze nog wel een vader en moeder hadden, omdat dit goedkoper
was.
- Als je de arme burgers aan het werk zet, zal de armoede afnemen. Ook zal het hun
leven verbeteren volgens Johannes.
- Oprichter maatschappij van weldadigheid
- Proefkolonie Frederiksoord: lapje grond, huis met schuur, huisraad, eten, zaaigoed,
koe.
- Plan van ontginning en opvang
Plan van ontginning en opvang:
Kanalen aanleggen
Dorpen aanleggen (frederiksoord)
Reeks aan koloniehuisjes met lapje grond etc werden gebouwd, men kon hier terecht
Oprichter maatschappij van weldadigheid:
Deze zou wat doen aan de armoede in Nederland.
Rijken leven een bijdrage in en krijgen dit later terug
Problemen van maatschappij van weldadigheid:
- Grootste probleem: oplossing was te groot. Niet iedereen is geschikt om te werken
als boer. Drenthe had arme grond, dus je had vaardigheden nodig om er wat uit te
kunnen halen. Hierdoor leverde het plan niet veel op.
- Niet genoeg paupers die mee wilde werken aan het plan: minder belangstelling dan
verwacht
- Geen oplossing voor de paupers
- Meer kosten
Daarom: onvrijwillige koloniën. O.a Veenhuizen
De armen werkten hier hele dag, slapen in een hangmatje, wat te eten, en de volgende dag
hetzelfde.
Verzorgingsstaat Johannes:
Ziekenfonds, je krijgt zorg als je ziek bent en het wordt vergoed
Leerplicht, 80 jaar voor dat het in hele NL kwam
Kerken
Rustoorden
,PROFIEL WELZIJN EN SAMENLEVING
PROEFKOLONIE FREDERIKSOORD
PLAN VOOR ONTGINNING EN OPVANG
OPRICHTER MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID 1818
VEENHUIZEN – ONVRWIJILLEGE KOLONIEN
, 2) Marie Muller Lulofs 1854 – 1954
“Sociaal ingrijpen vraagt om wetenschappelijke onderbouwing en morele oordeelsvorming “
- Marie komt zelf uit een rijk gezin, maar besefte al vroeg dat rijkdom niet
vanzelfsprekend is.
- Tastbare en concrete oplossingen: huisvesting, gezondheidszorg, naschoolse opvang
voor kinderen
- Lezingen en cursussen aan arme mensen
- Artikelen over haar visie op de armenzorg
- Oprichter eerste school voor maatschappelijk werk
- Van Mensch tot Mensch
- Armenzorg
Eerste school voor maatschappelijk werk:
De armenzorg moet moderniseren, zodat de juiste zorg terecht komt bij de mensen die het
nodig hebben.
Oprichter van:
- Utrechtse vereniging tot verbetering van armenzorg 1890
- Volkshuisvesting
- Werklozen bureau
- Hulpbank tegen woeker
- Cursussen voor armbezoekers in opleiding
Hoe Marie Muller te werk ging: met sociale kennis:
Kennis en kunde
Onderbouwde methodiek
De vraag achter de vraag
Onderzoek
Oorzaken
Sociale diagnose
Hulpbronnen aanboren
Visie op armenzorg door Marie:
- Armoede was geen natuurverschijnsel, maar een gevolg van de onrechtvaardige
verdeling van maatschappelijke rijkdom
- Armenzorg moet moderniseren. Niet zomaar wat liefhebberen, maar zakelijk en met
sociale kennis te werk gaan.
- Problemen moeten niet alleen individueel bekeken worden maar ook vanuit
maatschappelijk context.
- Haar bijdragen vormen een belangrijke aanzet tot verdere doordenking en
professionalisering van het sociaal werk
- Ze streefde naar zelfredzaamheid