College 2
Therapeutische relatie
Percentage verklaarde variantie van
therapie-uitkomst gerelateerde aan
therapiefactoren:
45%: onverklaard
25%: patiënt variabelen
10%: therapeutische relatie
8%: behandelmethode
7%: kenmerken therapeut
5%: interactie therapiefactoren
De kenmerken van de therapeut en de
therapeutische relatie zijn 1/3 van het
verklaarde deel.
De 15-20% meest effectieve therapeuten heeft 2x zo veel herstelratio en 2x minder terugval
of verslechtering dan de minste 15-20% minst effectieve therapeuten.
Verklaarde variantie van de therapie-uitkomst is ongeveer 7% voor therapeut-effecten. Voor
moeilijkere cliënten/problematiek is dit zelfs 10%.
Zeer consistente bevinding is de positieve relatie tussen de therapeutische relatie en
therapie-uitkomst: r = .28. waarbij cliënten met ernstige(re) problematiek er het meest van
profiteren.
Meta analyses:
Therapeutische relatie is gerelateerd aan therapie uitkomst: r = .22 of r = .28
Drie algemene elementen:
1. Overeenstemming over behandeldoelen en -taken
2. Samenwerkende natuur van de relatie
3. Affectieve band: cliënten stabieler dan therapeuten (dus begin is belangrijk). Bij
therapeuten meer afhankelijk van de sessie, bij cliënten is het een redelijk stabiel
patroon dus het begin is voor de cliënt belangrijk.
Meta-analyses van studies bij kinderen:
Relatie tussen kwaliteit alliantie kind- therapeut en therapeutische verbetering r = .24 en r
= .22.
Trend: sterkere relatie bij kinderen (dan adolescenten) en bij CBT. Verband lijkt sterker bij
externaliserende problematiek. Komt omdat bij CBT we vaak dingen behandelen waarbij
cliënten bang voor zijn. We vragen veel van cliënten, daardoor is het belangrijk dat de cliënt
zich veilig voelt. Hierdoor is het ook bij externaliserende problematiek sterker, ook omdat
hier wat meer weerstand bij komt kijken.
Limitatie: vaak 1 meetmoment, aan eind van behandeling. Zou kunnen dat het effect van de
behandeling effect heeft op de mate van band tussen cliënt en therapeut.
Kazdin et al: 77 kinderen met gedragsproblemen, CBT.
Relatie alliantie kind-therapeut en therapeutische uitkomst: r = .40. Relatie alliantie ouder-
, therapeut en therapeutische uitkomst: r = .28. Wanneer de therapeut de relatie inschat is
het .40, de band met de ouder is ook belangrijk.
Therapeutische trouw: in hoeverre houdt therapeut zich aan het protocol
Therapeutische competentie: in hoeverre past therapeut de interventies vaardig en passend
bij cliënt toe.
Therapeutische alliantie: kwaliteit therapeut-cliënt relatie
Weck et al: succesvolle versus failure C(B)T -> 61 patiënten met depressie, sociale fobie of
hypochondrie.
Verschil in adherence en alliantie, maar niet in competentie
Alliantie in beginsessie(s) beïnvloedde adherence en competentie in volgende
sessies, omgekeerde effect was er niet.
Therapeutische alliantie = voorwaarde voor slagen CBT omdat het de andere dingen
beïnvloedt, niet andersom
Algemene elementen van de therapeutische relatie
Effectief:
Therapeutische alliantie
Cohesie (in groepstherapie)
Empathie van de therapeut
Overeenstemming over het doel / samenwerking
Veelbelovende en waarschijnlijk effectief:
Positive regard (warm, accepterend, oordeelvrij)
Congruentie / echtheid
Feedback (tav effect van gedrag)
Repair alliance ruptures
Self-disclosure -> wel in het teken van het client doen
Management of counter-transferencce
Interpretatie van relatie
Belangrijke therapeutfactoren:
Kernvaardigheden in werkrelatie-vaardigheden: empathie en oprechtheid
Faciliative interpersonal skills, zoals verbale vlotheid, emotionele expressie, warmte,
empathie, werkrelatie kunnen opbouwen, overredingskracht, hoopgevend
Belangrijke therapeutfactoren: mindfulness en veerkracht, zelfvertrouwen en
gezonde twijfel aan jezelf
Goede therapeuten zijn nieuwsgierig, reflectief, emotioneel receptief, zelfbewust,
niet defensief, open voor feedback, aandacht voor eigen emotionele gezondheid
4 belangrijke staten van aanwezigheid: in het hier en nu, open zijn en er zijn voor en
met de cliënt
Als therapeut moet je bepaalde competenties bezitten om deze ook echt aan iemand anders
te kunnen leren. Eerst ging je in leertherapie, de laatste decennia meer verplaatst naar
zelfreflectie en meditatieprogramma’s.
Therapeutische relatie
Percentage verklaarde variantie van
therapie-uitkomst gerelateerde aan
therapiefactoren:
45%: onverklaard
25%: patiënt variabelen
10%: therapeutische relatie
8%: behandelmethode
7%: kenmerken therapeut
5%: interactie therapiefactoren
De kenmerken van de therapeut en de
therapeutische relatie zijn 1/3 van het
verklaarde deel.
De 15-20% meest effectieve therapeuten heeft 2x zo veel herstelratio en 2x minder terugval
of verslechtering dan de minste 15-20% minst effectieve therapeuten.
Verklaarde variantie van de therapie-uitkomst is ongeveer 7% voor therapeut-effecten. Voor
moeilijkere cliënten/problematiek is dit zelfs 10%.
Zeer consistente bevinding is de positieve relatie tussen de therapeutische relatie en
therapie-uitkomst: r = .28. waarbij cliënten met ernstige(re) problematiek er het meest van
profiteren.
Meta analyses:
Therapeutische relatie is gerelateerd aan therapie uitkomst: r = .22 of r = .28
Drie algemene elementen:
1. Overeenstemming over behandeldoelen en -taken
2. Samenwerkende natuur van de relatie
3. Affectieve band: cliënten stabieler dan therapeuten (dus begin is belangrijk). Bij
therapeuten meer afhankelijk van de sessie, bij cliënten is het een redelijk stabiel
patroon dus het begin is voor de cliënt belangrijk.
Meta-analyses van studies bij kinderen:
Relatie tussen kwaliteit alliantie kind- therapeut en therapeutische verbetering r = .24 en r
= .22.
Trend: sterkere relatie bij kinderen (dan adolescenten) en bij CBT. Verband lijkt sterker bij
externaliserende problematiek. Komt omdat bij CBT we vaak dingen behandelen waarbij
cliënten bang voor zijn. We vragen veel van cliënten, daardoor is het belangrijk dat de cliënt
zich veilig voelt. Hierdoor is het ook bij externaliserende problematiek sterker, ook omdat
hier wat meer weerstand bij komt kijken.
Limitatie: vaak 1 meetmoment, aan eind van behandeling. Zou kunnen dat het effect van de
behandeling effect heeft op de mate van band tussen cliënt en therapeut.
Kazdin et al: 77 kinderen met gedragsproblemen, CBT.
Relatie alliantie kind-therapeut en therapeutische uitkomst: r = .40. Relatie alliantie ouder-
, therapeut en therapeutische uitkomst: r = .28. Wanneer de therapeut de relatie inschat is
het .40, de band met de ouder is ook belangrijk.
Therapeutische trouw: in hoeverre houdt therapeut zich aan het protocol
Therapeutische competentie: in hoeverre past therapeut de interventies vaardig en passend
bij cliënt toe.
Therapeutische alliantie: kwaliteit therapeut-cliënt relatie
Weck et al: succesvolle versus failure C(B)T -> 61 patiënten met depressie, sociale fobie of
hypochondrie.
Verschil in adherence en alliantie, maar niet in competentie
Alliantie in beginsessie(s) beïnvloedde adherence en competentie in volgende
sessies, omgekeerde effect was er niet.
Therapeutische alliantie = voorwaarde voor slagen CBT omdat het de andere dingen
beïnvloedt, niet andersom
Algemene elementen van de therapeutische relatie
Effectief:
Therapeutische alliantie
Cohesie (in groepstherapie)
Empathie van de therapeut
Overeenstemming over het doel / samenwerking
Veelbelovende en waarschijnlijk effectief:
Positive regard (warm, accepterend, oordeelvrij)
Congruentie / echtheid
Feedback (tav effect van gedrag)
Repair alliance ruptures
Self-disclosure -> wel in het teken van het client doen
Management of counter-transferencce
Interpretatie van relatie
Belangrijke therapeutfactoren:
Kernvaardigheden in werkrelatie-vaardigheden: empathie en oprechtheid
Faciliative interpersonal skills, zoals verbale vlotheid, emotionele expressie, warmte,
empathie, werkrelatie kunnen opbouwen, overredingskracht, hoopgevend
Belangrijke therapeutfactoren: mindfulness en veerkracht, zelfvertrouwen en
gezonde twijfel aan jezelf
Goede therapeuten zijn nieuwsgierig, reflectief, emotioneel receptief, zelfbewust,
niet defensief, open voor feedback, aandacht voor eigen emotionele gezondheid
4 belangrijke staten van aanwezigheid: in het hier en nu, open zijn en er zijn voor en
met de cliënt
Als therapeut moet je bepaalde competenties bezitten om deze ook echt aan iemand anders
te kunnen leren. Eerst ging je in leertherapie, de laatste decennia meer verplaatst naar
zelfreflectie en meditatieprogramma’s.