College 1
Scientist-practitioner model van klinische psychologie (Boulder, 1949): een
opleidingsmodel dat leidt tot professioneel handelen waarbij klinische psychologen zich in
hun dagelijkse praktijk baseren op wetenschappelijke methodes, procedures en onderzoek.
Het doel is dat clinici wetenschappelijke methoden gebruiken in hun praktische
besluitvorming en uitvoering.
Kerndoelstellingen model:
Gebruikmaken van meetinstrumenten en behandelingen in overeenstemming met
wetenschappelijke literatuur/protocollen
Gebruikmaken van (recente) wetenschappelijke bevindingen bij
gezondheidszorgbeleid en beslissingen
Opbouwen en onderhouden van effectieve samenwerking (netwerken) met andere
(ggz-)professionals en onderling uitwisselen van ‘scientist-practitioner bijdragen’
Bijdragen of deelnemen aan practice-based onderzoeken het verbeteren van de
kwaliteit en effectiviteit van de ggz
Tegelijkertijd: psychologie eigen studierichting’ afname psychoanalyse en toename therapie-
effectonderzoek en behandelprotocollen.
APA: psychologen spelen een belangrijke rol bij de verbetering van zorg voor patiënten, met
hun (eigen) opleiding die gestoeld is op empirische methoden.
Well-established behandeling:
RCT, minstens 2
Minstens 2 onafhankelijke onderzoeksgroepen (& settings) -> dus niet alleen maar 2
onderzoeken van EUR maar ook andere organisatie
Resultaatbeoordeling met goede meetmethodes, liefst meerdere
Resultaat beter dan TAU of placebo
Repliceerbare behandelprocedures (protocol)
Treatment integrity (check) -> of therapeut ook doet wat in het protocol staat
Relevante inclusiecriteria (betrouwbaar en valide gemeten)
Geschikte data-analyse
Clinical trials -> wel onderzoeken in een klinische populatie ook (echte DSM-
diagnose)
Toetsing klinische significantie -> mensen ervaren ook echt dat het helpt
Langetermijneffect (follow-up minstens 3 maanden)
Dat het nog niet onderzocht is betekent niet dat het niet effectief is.
Wetenschappelijke evidentie: het moet geëvalueerd zijn op twee dimensies, te weten
effectiviteit en klinische bruikbaarheid.
Effectiviteit: hoe sterk is de evidentie voor de causale relatie tussen interventie en
verbetering van de stoornis?
Klinische bruikbaarheid: aandacht voor o.a. generaliseerbaarheid (m.b.t. patiënten,
therapeuten, settings), robuustheid in varianten, haalbaarheid in de echte wereld, kosten et
cetera.
Scientist-practitioner model van klinische psychologie (Boulder, 1949): een
opleidingsmodel dat leidt tot professioneel handelen waarbij klinische psychologen zich in
hun dagelijkse praktijk baseren op wetenschappelijke methodes, procedures en onderzoek.
Het doel is dat clinici wetenschappelijke methoden gebruiken in hun praktische
besluitvorming en uitvoering.
Kerndoelstellingen model:
Gebruikmaken van meetinstrumenten en behandelingen in overeenstemming met
wetenschappelijke literatuur/protocollen
Gebruikmaken van (recente) wetenschappelijke bevindingen bij
gezondheidszorgbeleid en beslissingen
Opbouwen en onderhouden van effectieve samenwerking (netwerken) met andere
(ggz-)professionals en onderling uitwisselen van ‘scientist-practitioner bijdragen’
Bijdragen of deelnemen aan practice-based onderzoeken het verbeteren van de
kwaliteit en effectiviteit van de ggz
Tegelijkertijd: psychologie eigen studierichting’ afname psychoanalyse en toename therapie-
effectonderzoek en behandelprotocollen.
APA: psychologen spelen een belangrijke rol bij de verbetering van zorg voor patiënten, met
hun (eigen) opleiding die gestoeld is op empirische methoden.
Well-established behandeling:
RCT, minstens 2
Minstens 2 onafhankelijke onderzoeksgroepen (& settings) -> dus niet alleen maar 2
onderzoeken van EUR maar ook andere organisatie
Resultaatbeoordeling met goede meetmethodes, liefst meerdere
Resultaat beter dan TAU of placebo
Repliceerbare behandelprocedures (protocol)
Treatment integrity (check) -> of therapeut ook doet wat in het protocol staat
Relevante inclusiecriteria (betrouwbaar en valide gemeten)
Geschikte data-analyse
Clinical trials -> wel onderzoeken in een klinische populatie ook (echte DSM-
diagnose)
Toetsing klinische significantie -> mensen ervaren ook echt dat het helpt
Langetermijneffect (follow-up minstens 3 maanden)
Dat het nog niet onderzocht is betekent niet dat het niet effectief is.
Wetenschappelijke evidentie: het moet geëvalueerd zijn op twee dimensies, te weten
effectiviteit en klinische bruikbaarheid.
Effectiviteit: hoe sterk is de evidentie voor de causale relatie tussen interventie en
verbetering van de stoornis?
Klinische bruikbaarheid: aandacht voor o.a. generaliseerbaarheid (m.b.t. patiënten,
therapeuten, settings), robuustheid in varianten, haalbaarheid in de echte wereld, kosten et
cetera.