Hoorcollege 1 Nutrition Vetten...................................................................................................................... 1
Vertering en functie eiwitten......................................................................................................................... 5
Hoorcollege 3 Eiwitten................................................................................................................................... 8
Kennisclip eiwitkwaliteit.....................................................................................................................................11
Hoorcollege 4 Alcohol.................................................................................................................................. 12
Hoorcollege 5 Zout....................................................................................................................................... 15
Hoorcollege 6 Voedingsvezels...................................................................................................................... 18
Hoorcollege 1 Nutrition Vetten
1. Verschillende soorten vetten in onze voeding
1
, 2. Waarop is de wel of geen negatieve gezondheidseffecten van verzadigd
vet op gebaseerd
3. Wat is de achtergrond van de aanbeveling voor verschillende vetten en
vetzuren
4. Wat is de VCP en hoe de voedingsinname in Nederland gemeten wordt.
1 Verschillende vetten
Drie verschillende soorten: Fosfolipiden, sterolen (cholesterol) en triglyceriden
(95% van onze voeding). Sterolen hebben een ring-structuur.
In de voeding vooral langere vetzuren.
Korte vetzuren worden makkelijk in het bloed opgenomen. Lange vetzuren
worden opgenomen in de darmcel en worden verpakt in transportbolletje en
worden afgegeven aan het lymfevat. Lymfevat mondt uit in het bloed en komt
dus uiteindelijk later wel in het bloed.
De transsportbolletjes zijn chylomicronen.
De lever kan ook vetzuren aanmaken. Daar zijn andere transsportbolletjes
voor.
Cholesterol heeft een ring structuur. Dit wordt getransporteerd door
transsportbolletjes. Bij een hoog cholesterolgehalte wordt vaak gesproken over
de totale hoeveelheid transsportbolletjes zoals de LDL. LDL heeft de hoogste
concentratie cholesterol.
- Chylomicronen die raken de vetachtige inhoud kwijt als ze door het
bloed gaan. Ze raken hierdoor leeg, de restjes hiervan worden herkend
door de lever en worden door de lever opgenomen.
- De lever maakt vetten en geeft dit af als VLDL. Met hele lage dichtheid.
VLDL-triglyceriden gaan eruit en concentratie cholesterol wordt hoger.
- LDL kan cholesterol afgeven. Dit heb je nodig.
- LDL haalt cholesterol uit de lever en transporteert het naar de
lichaamscellen. Verhoogd LDL-cholesterol staat bekend als risicofactor
voor de ontwikkeling van coronaire hartziekten.
- Lever maakt ook HDL, hebben niet zoveel vet maar meer eiwit. Ze
kunnen cholesterol ophalen waar het niet meer nodig is. Wat vervolgens
weer wordt terug afgegeven aan de lever.
Chylomicronen zijn de grootste transsportbolletjes.
Hoge concentratie LDL dan is er meer LDL in de vaatwand opgenomen. Als deze
daar gaan oxideren dan komen ontstekingsfactoren en grote bloedcellen. Dit is
het begin van plak.
2
, Verzadigd vet verhoogd de totale cholesterol. Er zijn ook andere factoren van
belang voor het effect op hart en vaatziekten zoals de bloeddruk en
bloedstolling.
Vetzuren in de voeding
Vetzuren bevatten een methyl (omega end) en zuurgroep (alpha end)
Essentiële vetzuren linolzuur en alfa-linoleenzuur.
Dit zijn omega-3 en 6 vetzuren.
Visvetzuren zijn de EPA en de DHA. Dit zijn meervoudig onverzadigde vetzuren.
Allebei omgea-3 vetzuren.
Elaïdinezuur en vacceenzuur zijn de transvetzuren.
Van een omega-6 vetzuur kan geen omgea-3 vetzuur gemaakt worden. Of
andersom, enzym technisch is dat niet mogelijk. Kan wel langer gemaakt
worden of meerdere dubbele bindingen erbij maar dan niet voor de eerste
dubbele binding. 18:0 naar 18:1 of 2 kan. Dubbele bindingen alleen bij hogere n
en 3 C’s verder. 18:1 n-9 naar 18:2 n-9,12 dat kan. Maar kan niet eentje lager
worden zoals n-6.
Korte ketens vetzuren die kunnen ook makkelijker bewegen ten opzichte van
elkaar.
Cis betekent H- atomen bij dubbele binding aan dezelfde kant staan. Bij
transvetten staan ze tegen over elkaar.
Transverbinding is wel rechter in structuur. Waardoor makkelijker harde
koekjes gemaakt kan worden bijvoorbeeld. Verzadigde vetzuren kunnen
gemaakt uit onverzadigde vetzuren. Hierbij ontstaan ook transvetten. Zijn
harder en makkelijker voor de industrie om mee te werken. Ook goedkoper en
lekkerder. Dit gebeurt bij het verharden van plantaardige oliën.
Transvetten verhogen alleen LDL (low density lipoproteïnen) en niet HDL.
Onderzoek is als de koolhydraten vervangen zijn door vetten. Hierbij kwam de
uitslag dat dit geen effect had op totaal cholestrol. Vervanging van verzadigd
vet door onverzadigd vet is wel goed.
2 Discussie wel of geen verzadigd vet
Verzadigd vet verhoogt LDL-cholesterol en totaalcholesterol.
3