Mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag, probleemgedrag of psychiatrische stoornissen hebben deskundige ondersteuning nodig. Dit is nodig omdat deze
situaties:
de kwaliteit van het bestaan aantasten
belasting voor de mensen in hun omgeving
ze belemmeren de ontwikkeling van adaptieve vaardigheden.( vaardigheden die je nodig hebt in het dagelijks functioneren en het vermogen je daar
aan te passen)
Benaderingswijzen:
Benaming Uitgangspunten Interventies
Basale stimulatie: Bewust uitvoeren van handelingen en Inleven in de situatie van de EMB.
Fröhlich bewust omgaan met bewegingen zodat de Het aanbieden van eenvoudige prikkels voor de
persoon zelf invloed heeft. zintuigen. Richt zich op de directe omgeving/ lichaam.
Doelgroep: Het aanbieden van prikkels om zichzelf als Gebruik maken van dagelijkse activiteiten om contact te
EMB mens te ervaren. herstellen en op te bouwen.
Gaat om het ervaren van veiligheid omdat Gaat verder dan snoezelen. Het is een middel tot
wordt ingespeeld op de behoeften. communicatie en niet bedoeld als ”ontspanning”.
Omgeving mag niet als bedreigend worden Contact maken tijdens verzorgingsmomenten om een
ervaren; omgeving is tastbaar, zichtbaar en veilige relatie op te bouwen.
ruikbaar. Inspelen op beweging, mimiek, geluidjes.
Basisattitude geworden.
Zintuiglijke Contact gericht gedrag ontwikkeld zich Reageren op het niveau van de VG. Contactgericht
stimulering: volgens vaste patronen (volgens Nielsen) gedrag beantwoorden op eigen niveau.
Nielsen Zie schema boek. Reacties VP sluiten aan op communicatieniveau van de
Contact maken op het passende emotionele VG.
Doelgroep: niveau van functioneren van de VG. Ontdekken van de zintuigen die toegang geven tot
EMB en EVB Het methodisch aanbieden van allerlei contact/ ontwikkeling.
materialen met als doel hen te brengen tot
Overzicht begeleidingsstrategieën GHZ Niveau 4 LZ Pagina 1
, bepaalde vormen van actie en reactie.
Stimuleren van de ontwikkeling waardoor
de VG zich meer bewust worden van en
invloed krijgen op de omgeving.
Mogelijkheden staan centraal, niet de
beperkingen.
Hechtingstheorie: Hechtingstheorie van Bowlby. Aandacht voor opbouwen van relaties.
Bowlby Elk mens in staat tot hechting ook de VG. Adequaat reageren op behoeften van de VG.
Hechting ontstaat als de interactie tussen 2 Aandacht voor afbouwen van relaties.
Doelgroep: personen goed is. Gaat om kwaliteit en niet
Iedereen kwantiteit van de relatie. Een veilig gehecht kind is in staat tot het aangaan van
VG vaak moeilijk gehecht a.g.v. relaties, vrienden maken, is toegankelijk, is
verschillende factoren zoals ; uiterlijk, belangstellend en kan inspelen op gevoelens van
contact hechtingsobject, wisselende anderen.
verzorgers, ziekenhuisopnames etc. Een goed gehecht kind zal in zijn latere leven
gemakkelijker relaties aan kunnen gaan. Als dit niet
gebeurt krijg je mensen die wantrouwend in het leven
staat en niet bereid zijn om zich aan personen te
hechten. Gevolg: gedragsproblemen.
Tender-loving care: Is een basisattitude gebaseerd op de Op schoot nemen, knuffelen, praten.
Ribble hechtingstheorie ontwikkeld door Ribble. Was en verzorgingsmomenten zijn basis voor contact
Zorgvuldig en doelbewust toedienen van opbouwen.
Doelgroep: affectief lichamelijk contact. ADL zijn doel op zich en geen middel.
EMB Bij tekort kunnen kinderen wegkwijnen en Gaat om warmte en persoonlijke aandacht voor de VG.
apathisch worden > (marasmus)
Methode Vlaskamp: Opvoedingsprogramma gericht op kwaliteit Methodische aanpak: systematisch en doelgericht werken.
van leven. Hoofddoelen (functioneringsdoelen) gericht op lichaam
Doelgroep: Observaties zijn grote bron van informatie. ervaringen, communicatie, zelfredzaamheid en
EMB Nauwkeurig in kaart brengen hoe cliënt zich stemming.
gedraagt en reageert op verschillende Werkdoelen: concreet geformuleerd einddoel dat je wil
Overzicht begeleidingsstrategieën GHZ Niveau 4 LZ Pagina 2