• Nederland was een republiek, rol van adel dus beperkt. 1. Sociale misstanden
o Wel onderscheid sociale groepen. 2. Sociale kwestie
§ Groot verschil arm/rijk 3. Sociale wetgeving
§ Lage lonen (Arbeiders)
§ Veel armoede
o Mensen uit hogere klasse (Artsen, Schrijvers etc.) vinden dat dit verschil niet langer kan.
Ze brengen de problemen aan het licht
§ Sociale misstand = Structurele ongelijkheid binnen samenleving die bepaalde
groepen benadeelt.
§ Sociale kwestie = Kwestie over problemen rond armoede en slechte
arbeidsomstandigheden die duidelijk worden
• Ook binnen hoge klasse duidelijk (Die zien het eerst)
§ Kinderwetje van houten (1874): Verbood fabrieksarbeid onder 12 jaar
• Door weinig controle weinig impact
• Leerplicht (1901), was het echte einde van kinderarbeid. Hierop werd
wel gecontroleerd.
o Sociale wetgeving ontstaan (= wetten om misstanden op gebied
woon/werk/leefomstandigheden op te lossen of te voorkomen)
§ Min. Loon, ziekte wet, bijstand wet etc.
• Grondwet (GW) = wet met belangrijkste rechten van burgers en overheid.
o Bijv.: art. 1 = discriminatie verboden
o Wijzigen GW moeilijk (2 regeringsperiodes moet meer dan ½ parlement akkoord zijn)
• In 1814 wordt NL constitutionele (= koninkrijk met GW) monarchie (Nog geen democratie!)
o Willem I is eerste koning.
§ Hij benoemt ministers die verantwoording (= uitleggen wat ze hebben gedaan en
besloten) moesten afleggen aan hem.
§ Regeert autoritair (Trekt zich weinig aan van parlement/burgers)
• Conservatieven
o Blij met koning (Macht moest bij hem blijven)
o Tegen Franse revolutie
o Traditioneel (Laat alles zoals het was: monarchie)
o Tegenovergestelde van liberalen.
• 1840: Willem II gedraagt zich autoritair (net zoals zijn vader), gevolg: ontevreden volk.
• 1845: Honger door misoogsten hierdoor meer ontevredenheid
o Dus meer rellen, ook omdat ze geen politieke invloed hadden.
• 1848: Revolutie (Want Willem II bang voor zijn positie)
o GW gewijzigd, wijzigingen geschreven door Thorbecke.
o Parlementair stelsel ingevoerd (Trias politica)
§ Parlement (1/2 kamer)
§ Regering
§ Rechterlijke macht
• Koning geen macht meer, parlement moet altijd goedkeuring geven.
o Er waren nog geen politieke partijen, kwam door districtenstelsel.
§ In elk district een persoon die in de kamer mocht zitten.