• Klimaat VS wordt bepaald door verschillende
factoren
o Breedteligging: in noorden is het kouder
dan in het zuiden
§ Jaaramplitude: verschil tussen
gemiddelde temperatuur in
warmste/koudste maand van het
jaar.
o Herkomst van wind: vanuit zee / vanuit het
land
§ Aan westkust is een aanlandige
wind (Van zee naar land)
§ Heeft matige invloed op temperatuur, in zomer verkoeling en
minder kou in de winter = zeeklimaat
• Bijv. Seattle heeft een zeeklimaat.
• Hoe zuidelijker je komt Middellandse Zeeklimaat: warme
zomers, milde winters met neerslag.
§ In noordoosten VS heeft landklimaat: warme zomers en koude
winters.
• Kou in winter komt door aflandige wind. (Van land naar zee)
• Het regent veel in dit soort steden (1250-1500mm per jaar)
o Hier valt meer regen dan in Seattle, maar heeft ook
een zeeklimaat.
o Reliëf (Sommige delen bergachtig (westen), andere delen vlak (oosten))
§ Bergen houden zeewind tegen, hoe verder Landinwaarts hebben
oceanen dus minder invloed op temperatuur.
• Hierdoor grote verschillen tussen zomer- en
wintertemperatuur.
§ Bergen vangen ook vochtige oceaanwind op.
• Neerslag valt vooral aan de loefzijde van dat gebergte:
stuwingsregen. Aan lijnzijde ligt lange/smalle vallei in de
regenschaduw (Central Valley)
§ In midden VS liggen 2 gebergten in tussenliggende gebied is
daardoor weinig invloed vanuit de Atlantische Oceaan.
o Meer landinwaarts ligt het Great Basin (Droog gebied met hoogvlakten)
§ Ligt in regenschaduw van berggebieden
§ Bestaat uit rotsen/graspollen/cactussen (= woestijn- en
steppeklimaat)
, • In het westen liggen Great Plains (hoogvlakte met natuurlijke begroeiing)
o Hier wordt tarwe verbouwt / Is er Vee (= extensieve veeteelt)
o Meer naar oosten wordt het natter en lager: laagvlakte (200-500m hoog)
• Rocky Mountains zijn een hooggebergte, het is ook net zoals alpen een jong
gebergte (scherpe bergtoppen)
o Appalachen zijn een middelgebergte en dat is een oud gebergte
(afgeronde bergtoppen)
• Boven Amerikaanse content 5 luchtsoorten
o Luchtsoort: grote hoeveelheid lucht met
bepaalde temperatuur en vochtigheid.
§ Meestal groot (Honderden km’s)
§ Boven zee is lucht vochtig
§ Boven land droog
§ In zuiden: warm
§ In noorden: koud
§ Grensgebied tussen 2 luchtsoorten: front
o Deze hebben grote invloed op het weer in VS.
§ Verplaatsen zich door verschillen in luchtdruk
• Lucht gaat van hogedrukgebied naar lagedrukgebied
• In winter: door geen gebergte droge poolwinden uit noorden
• In zomer: warme winden uit het zuiden
o Hierdoor kan ene dag voelen als 20*C en andere als
-10*C
• Luchtdruk verandert, maar zijn ook standaardsituaties:
o In zuidelijke staten VS: zeeklimaat
o In California is er een: Middellandse Zeeklimaat
§ In zomer weer bepaald door H gebied. (Droog en zonnig)
o L gebieden (depressies): zorgen voor extreme weersituaties