Naam: Melanie Hoeven
Studentnummer: 2575528
1.Beschrijf de ontwikkelingstrajecten van antisociaal gedrag bij vrouwen die gevonden
worden door Fontaine et al. en wat geven zij voor mogelijk verklaringen voor deze
trajecten?
Empirisch bewijs suggereert dat antisociaal gedrag bij vrouwen voorspellend is voor
aanpassingsproblemen in adolescentie en volwassenheid, waaronder middelengebruik, laag
opleidingsniveau, gedragsstoornis, antisociale persoonlijkheidsstoornis, delinquent gedrag,
internaliserend gedrag, geweld in intieme relaties, afhankelijkheid van sociale bijstand en
vroege zwangerschappen.
Het eerste ontwikkelingstraject van antisociaal gedrag bij vrouwen dat door Fontaine
et al. wordt gevonden is early-onset/life-course persisent. Personen die dit
ontwikkelingstraject volgen worden verondersteld biologische- en omgevingsgebonden
kinderrisicofactoren te bezitten, en antisociaal gedrag te vertonen vanaf de kindertijd tot in
de volwassenheid. Uit de onderzochte studies is naar voren gekomen dat, net als bij
mannen, ook vrouwen antisociaal gedrag vertonen die aanvang vindt in de kindertijd en
gedurende het hele leven aanwezig is. Het betreft echter wel maar een kleine groep
vrouwen die dit traject volgen.
Een tweede ontwikkelingstraject die de studie onderscheidt is die van adolescence-
onset. In ongeveer vijftig procent van de bestudeerde onderzoeken wordt dit
ontwikkelingstraject gerapporteerd. Dit is aanzienlijk meer dan het life-course-persisent
traject. Een tweetal soorten adolescent-onset konden worden geïdentificeerd bij vrouwen.
Dit zijn adolescent-limited en adolescent-delayed-onset.
Naast deze twee “standaard” ontwikkelingstrajecten worden er in het onderzoek ook
nog een tweetal andere ontwikkelingstrajecten gerapporteerd. Zo zijn er ook vrouwen die
pas in de volwassenheid een verhoogd niveau van antisociaalgedrag vertonen. Een
verklaring voor deze adulthood-onset wordt mogelijk geleverd door socialisatieprocessen.
Om hier concrete uitspraken over te doen is er echter meer onderzoek nodig. Daarnaast is er
ook het childhood-limited-traject. In dit traject doet het antisociale gedrag zich uitsluitend
gedurende de kindertijd, leeftijden van zes tot zestien jaar, voor. Opgemerkt moet worden
dat vrouwen die een childhood-limited-traject volgen minder slechte uitkomsten in de
volwassenheid kennen dan hun mannelijke tegenhangers.
Kort samengevat kan het antisociale gedrag bij vrouwen dus verschillende
ontwikkelingstrajecten volgen.
2. Wat zijn de meest opvallende bevindingen over jeugdige vrouwelijke daders met
betrekking tot ernstige gewelddadige persistente delinquentie?
In dit onderzoek is gekeken naar de kenmerken van ernstig gewelddadige persistente
vrouwelijke daders. Dit onderzoek heeft de volgende resultaten opgeleverd. In de eerste
plaats is er een duidelijk onderscheidt voor wat betreft ras. Zo zijn donkere vrouwen
significant vaker dan blanke vrouwen, ernstige gewelddadige persistente daders, hierna te
noemen EGP-daders. In termen van persoonlijke risicofactoren blijkt dat vrouwelijke EPG-
daders op jongere leeftijd voor het eerst van school geschorst worden. Daarnaast zijn deze
vrouwen vaker betrokken bij gangs. Tot slot geldt dat deze groep daders in het verleden
vaker te maken hebben gehad met alcoholmisbruik en drugsgebruik.