Naam: Melanie Hoeven
Studentnummer: 2575528
Vraag 1:
Welke verschillen worden gevonden in opvoeding van Nederlandse en Nederlands-
Marokkaanse jongens in relatie tot criminaliteit en welke verklaringen worden gegeven
voor de gevonden resultaten?
In het onderzoek onderscheidt men een drietal aspecten van ouderschap die relevant zijn
voor wat betreft de ontwikkeling van jeugdcriminaliteit. Deze drie aspecten zijn emotionele
warmte, controle en consistentie. Uit het onderzoek komt naar voren dat Nederlandse
jongens significant hogere niveaus van vaderlijke emotionele warmte rapporteren, dan
Marokkaans-Nederlandse jongeren doen. Hetzelfde geldt ook voor vaderlijke consistentie.
Daarnaast rapporteerde Nederlandse jongens significant lagere waarden van vaderlijke
afwijzing en vaderlijke striktheid dan Marokkaans-Nederlandse jongens.
Als we kijken naar de eigenschappen van ouderschap van moeders komt het
volgende beeld naar voren. Nederlandse jongens rapporteren significant hogere waarden
van emotionele warmte dan Marokkaans-Nederlandse jongens doen. Hetzelfde geldt voor
de moederlijke consistentie. Tot slot komt naar voren dat Nederlandse jongeren significante
lagere waarde rapporteren van moederlijke afwijzing. Er zijn geen significante verschillen
gevonden in de striktheid van moeders tussen de twee etnische groeperingen.
De indicatoren emotionele warmte en afwijzing waren sterker gerelateerd aan
jeugdige gewelddadige overtredingen dan de striktheid en consistentie van het
opvoedgedrag. Bovendien waren voor Nederlandse jongens twee van de voorspellende
variabelen niet gerelateerd aan gewelddadige delinquentie, namelijk zowel de moederlijke
als de vaderlijke consistentie. Voor Marokkaans-Nederlandse jongens waren alle
voorspellende variabelen significant gerelateerd aan gewelddadige delinquentie.
De bevindingen van deze studie naar de invloed van etniciteit op de opvoeding van
gewelddadige jonge delinquenten lijken zowel specificiteit als generaliseerbaarheid te
suggereren. Ongeacht de verschillen in voorspellings- en uitkomstvariabelen, en ondanks de
gematigde verschillen in de voorspellende relaties van de variabelen per etniciteit,
suggereren de resultaten ook grote overeenkomsten in de patronen van associaties.
Aangezien de variabelen van vaders en moeders op ouderschap significant gerelateerd
waren aan jeugdige gewelddadige delinquentie bij Marokkaans-Nederlandse jongens op een
vergelijkbare manier als hun Nederlandse leeftijdsgenoten, is het belangrijk dat sociale
diensten preventieve en interventiestrategieën bieden voor zowel vaders als moeders.
Vraag 2:
Beschrijf het veranderende belang van risicofactoren op verschillende leeftijden (artikel v.d
Put et al.)
De effectiviteit van strafrechtelijke interventies is het grootst indien er wordt gewerkt
volgens het Risk-Need-Responsivity (RNR)-model. Dit model beschrijft drie basisprincipes
waaraan interventies moeten voldoen om effectief te zijn: (1) het risicobeginsel: de
intensiteit van een interventie moet zijn afgesteld op het recidiverisico, (2) het
behoeftebeginsel: de interventie moet gericht zijn op criminogene behoeften en (3) het
responsiviteitsbeginsel: de interventie moet passen bij de intellectuele mogelijkheden van
de dader.