PERIODEWEEK 1: constructieve opbouw en bouwmethode .......................................................................... 1
PERIODEWEEK 2: Kappen daken en dakbedekking ......................................................................................... 4
Refresh week1: (toets niveau) .................................................................................................................... 4
Hoorcollege ................................................................................................................................................. 4
PERIODEWEEK 3: gebakken en niet-gebakken stenen en steenconstructies ................................................. 9
Refresh week 2: ........................................................................................................................................... 9
Hoorcollege ................................................................................................................................................. 9
PERIODEWEEK 4: Steen en beton (constructie) ............................................................................................ 14
Refresh week 3 .......................................................................................................................................... 14
Hoorcollege ............................................................................................................................................... 14
PERIODEWEEK 5: houten kozijnen, ramen en deuren .................................................................................. 19
Refresh week 4 .......................................................................................................................................... 19
Hoorcollege ............................................................................................................................................... 19
PERIODEWEEK 6: Trappen............................................................................................................................. 27
Refresh ...................................................................................................................................................... 27
Hoorcollege ............................................................................................................................................... 27
PERIODEWEEK 9: Grond en funderingen ...................................................................................................... 32
Refresh week 6: ......................................................................................................................................... 32
Hoorcollege ............................................................................................................................................... 32
, PERIODEWEEK 1: constructieve opbouw en bouwmethode
• Boek nodig voor tentamen > Na de les kan je H doornemen over dat HC
• Bouwmethodiek = wijze van bouwen, hoe maak je gebouw: de leer van bouwmethode
→ bouwmethode = manier waarop hoofdstructuur van een gebouw wordt opgezet
→ soms pas je in 1 gebouw meerdere bouwmethode toe
• Verschillende bouwmethodes:
1. Stapelbouw = stapelen van dingen, met bv cement of lijn om ze te verbinden
2. Tunnelbouw = op basis van beton, in de mal gieten die vorm heeft van tunnel die je daarna
verwijderd
3. Montagebouw = prefab naar bouwplaats gebracht en daar gemonteerd
→ beton, CLT
4. Skeletbouw = skelet van hout, staal of beton (bv parkeergarages)
1 2
3 4
• Bouwen = omhullen van ruimte om comfortabel te hebben, ergens voor af te sluiten
of mens dier of ding in te laten functioneren.
• Invloeden van buiten (sneeuw, wind) die ook gebouw belasten + invloeden van eigen gebruik.
• Twee hoofdelementen gebouw:
1. Draagstructuur: zorgt voor de sterkte en stijfheid van bouwwerk (tentstokken)
→ omdat kracht naar beneden moet naar fundering
→ kan je op verschillende manieren maken met elk voordelen en nadelen, adhv benodigde functie
- Massieve structuren: legt plattegrond in 2 richtingen vast (BM = stapelbouw)
→ mogelijkheid aanpassen op bouwplaats en wijzigingen aanbrengen tijdens gebruik
- Schijven structuren: legt plattegrond in 1 richting vast (BM =montagebouw)
- Kolom structuren : legt plattegrond in 2 richtingen vrij (BM = skeletbouw)
2. Scheiding (tentdoek)
3.
1
, • Soorten belastingen:
1. Permanente belasting
2. veranderlijke belasting
• Twee dingen die constructieonderdelen moeten hebben voor stabiliteit:
1. sterkte = niet sterk genoeg = bezwijken = onveilig
2. stijfheid = niet stijf genoeg = doorbuigen = minder functioneel
• Stabiliteit: hiervoor moet gebouw altijd een verticale belasting geven op de fundering
= heipalen worden niet uit de grond getrokken
→ stabiliteit moet uiteindelijk uit de grond gehaald worden nadat het uit het gebouw is gehaald.
→ Eifeltoren, kan zo hoog worden door de 4 richtingen = Fres binnen gebouw
→ des te verder poten uit elkaar staan = hoe stabieler het wordt
• Methodes om iets stabiel te krijgen: verschillende structuren = verschillende oplossingen
- Fig 2, 3 en 4: gebouw wil in 3 richtingen vervormen
- Fig 5 en 7: kolommen vast verbinden = duur + geeft grote vervorming
- Fig 6: gebruik van windverbanden = goedkoop + geeft weinig vervorming (driehoek=vormvast)
- Fig 8 t/m 12: schrijvenstructuren, eventueel met kern (stijve koker)/vloer als vloervaste schijven
1.dakvloer
3.verdiepingsvloer
2. woning scheidende vloer
4.begane grond vloer
5.keldervloer
• Horizontale vlak = vloeren, daken, plafonds
• Termen voor vloertypes: hebben allemaal andere eigenschappen nodig bij functie. Zie hierboven:
• Eisen aan vloeren en plafonds:
1. Bestand zijn tegen belastingen
2. Bestand zijn tegen vervorming
3. Brandwerendheid
4. Warmte en geluid isolerend (tussen 2 woningen of garage)
• Verschillende vloertypes: welke ga ik gebruiken = afwegen eigenschappen
1. Vloeren op houten balklaag: samenstel van balken die horizontaal op gelijke hoogte en gelijke
onderlinge afstanden worden aangebracht. balklaag dient een verdiepings- of dakvloer te dragen.
→ Bij houten verdiepingsbalklagen worden verschillende belastingen via balklaag op muren overgb
→ met daaroverheen plaat (OSB/multiplex)
→ maar houden ook de muren bij elkaar door haakankers
• begrippen:
- balkoplegging = vlak waarmee je balk op muur draagt > minimaal 100 mm
Dragend - balk dragende muur= muur waar uiteinde balken op rusten =brengt gewicht over naar fundrng
Niet dragen - balk steunende muur = tussensteunpunt voor balk = brengt gewicht niet over naar fundering
- hart op hartafstand = manier om te maatvoeren ,
- strijkbalk = laatste balk in het rijtje tegen gevel
- onderslagbalk = ondersteund balken laag en voert deel van krachten af. (als het niet sterk is)
- oplegvilt = voorkomt scheuren en zijdelinkse verschuivingen, zorgt voor betere drukverdeling
2
, - Raveling = sparing in balklaag > trap, schoorsteen, leiding.
→ = kracht afdragen naar 2 andere balkjes = raveelbalk
- Messing en groef = 2 kanten van 1 plank die in elkaar passen
• verschillende manier van vastmaken balken = raveelverbindingen: nu weer interessant omdat je
geen staal nodig hebt. Maar kost veel tijd om passend te maken
• hout is eigenlijk best goed bestand tegen brand = door ontstane koollaag = geen O2 bij kern = stopt >
groter maken zodat constructieve deel niet geraakt wordt
→ is CLT nieuwe bouwen (bij montage bouw)?
2. Vloeren van steenachtige materialen: plaatvloeren. Zorgt dat stekeind
uitsteekt zodat je door kan vlechten met wapening = meerdere platen.
→ moet nog wel laag overheen = deklaag of drukvloer (met deklaag)
- Bekistingplaatvloeren: slimme verloren bekisting
- Breedplaatvloeren: in breedte richting
- kanaalplaatvloeren = prefab. snel > geen sparingen maken
= raveelbalk + van te voren
→ zitten gaten in voor gewichtbesparing
→ voordelen: Geluidsisolatie door grote massa , grote overspanningen
mogelijk, goed toe te passen in vochtige/chemisch ruimten en
grote weerstand tegen brand
• Vrijdragende vloeren: belasting overgebracht via oplegging naar muren
→ toepassing: woning/utiliteit gebouw: begane grond, verdieping, dak
→ eisen: Thermisch, voldoende weerstand tegen doorbuigen, koppelen verticale constructieonderdelen
• Bollenplaatvloer: direct stort maar vloer lichter maakt door plastic bollen in te leggen,
• combinatievloer = balkenbroodjesvloer: alleen op begane grond gebruikt: je legt balk neer met
piepschuim ertussen > beton storten = gelijk klaar
• alle betonvloeren afwerken met dekvloer: zandcement of anhydriet (lichter)
→ hierin kan je vloerverwarming in verwerken > gladtrekken
• Vlinderen = apparaat die zorgt dat opp glad wordt
3. Betonnen vloer op staalplaat:
→ beton op zwaluwstaart vloer = betonvloeren op houten ondergrond maken door zwaluwstaart
balken op houten balklaag te leggen met daaroverheen een laag beton >
• Houten plafonds:
3