Probleemverhelderendgesprek
Tips voor het gesprek:
Wel doen:
- Herhaal wat de cliënt heeft gezegd.
- Samenvatten en vragen of de samenvatting klopt (tussendoor en aan het einde).
- Voorbeelden vragen.
- Rustig praten/gesprekstempo.
- Open houding en attitude.
- Wees nieuwsgierig.
- Laat OMA thuis, neem ANNA mee, NIVEAU,
- Soften: smile, open posture, forward leaning, touch, eyecontact, nod.
- Toon empathie (verbaal en non-verbaal > ik kan me voorstellen dat).
- Toon respect.
- Metacommuniceren > ik zie dat het je echt wat doet/ ik zie je lachen als je dit vertelt.
- Jij voert de regie
- Stel een open beginvraag.
- Stel vooral e-in vragen.
- Actief luisteren
- Laat stiltes vallen.
Niet doen:
- Dubbele vragen.
- Eigen meningen geven.
- Eigen adviezen of oplossingen geven.
- Suggestieve vragen.
- Snel praten.
- Waarom vragen maar ‘’wat maakt dat’’
Verschillende soorten vragen:
1. E- in vragen
2. E – ex vragen
3. Open vragen
4. Gesloten vragen
5. Gevoel
6. Feiten
7. Meningen
8. Gedrag
9. Oplossingsgericht
10. Directe vragen
11. Indirecte vragen
Verschillende soorten samenvattingen:
, 1. Samenvatten op gevoel.
2. Samenvatten op feiten.
Voorbeeld vragen:
1. Open beginvraag: Hoi …, ik hoorde dat je het graag wil hebben over …, klopt dit?
2. Dat is fijn. Ik zou eerst graag een beeld willen krijgen over… kan je daar wat meer
over vertellen?
3. Kan je een voorbeeld geven?
4. Je zucht, vertel?
5. Om even terug te gaan naar wat je eerder zei…
6. Wat is jou gevoel hierbij?
7. Hoe was dit vroeger, en hoe is dit nu?
8. Wie zijn hier nog meer bij betrokken?
9. Wat voor cijfer geef je de pijn/jezelf/die dag..
10. Wie, wat waar, wanneer, hoe, wat maakt dat?
11. Wat doe jij in dit soort situaties?
12. Hoe zien anderen aan jou dat je boos/verdrietig/blij… bent?
Probleemgerichte vragen:
1. Heb je dit probleem nog steeds?
2. Hoe vaak ervaar jij dit probleem?
3. Wat is je probleem?
4. Waarom heb je dit probleem?
5. Hoe lang heb je dit probleem al?
6. Welke dingen doe je wel en niet door dit probleem?
7. Wiens schuld is het?
8. Wanneer was dit probleem het ergst?
9. Kun je een situatie beschrijven waarin dit probleem zich voordeed?
Zorg er altijd voor dat het probleem eerst duidelijk is voor jou en de cliënt, vraag dit ook,
voordat je doorgaat naar oplossingsgerichte vragen. Geef geen advies of oplossing, dit moet
de cliënt zelf doen.
Doelen van oplossingsgerichte vragen:
1. Cliënt weet wat hij wilt.
2. Cliënt weet hoe hij dit op eigen wijze kan bereiken.
3. Cliënt heeft hoop dat hij kan bereiken wat hij wilt.
4. Cliënt onderneemt zelfgekozen stappen om te bereiken wat hij wilt.
Oplossingsgerichte vragen:
1. Waar heb je behoefte aan?
2. Wat is jou doel precies?
3. Welke andere mogelijkheden heb je bedacht?
4. Wie kan er met je meedenken?
5. Wie wil jij betrekken in jou situatie?
6. Van wie zou jij hulp kunnen verwachten?
7. Wil je dat ook?