abstractieprincipe - correct answer verschillende voorwerpen kunnen worden
opgeteld
ambidexter - correct answer zowel Li- als Re even vaardig
ambilateraal - correct answer Links noch rechts vaardig, ze presteren op motorisch
vlak onder het gemiddelde.
anticiperen - correct answer Vooruitlopen
arouseltoestand - correct answer Toestand van waakzaamheid voor zintuiglijke
prikkels
ATNR - correct answer asymmetrische tonische nekreactie
backward-chaining - correct answer bij het aanleren van iets nieuw het kind eerst
slechts het laatste stapje alleen laten doen, dan voorlaatste en laatste enz.
bimanuele coördinatie - correct answer samenwerking tussen beide handen,
meestal stabiliseert het ene hand en manipuleert het andere 1 hand wordt ervaren als doelgerichte
hand, de andere assisteert.
body-awareness - correct answer Lichaamsbeleving, het gevoel van het lichaam
(niet-verbaal) en de lichaamsdelen, hun houding en positie in de ruimte, voorafgaand aan de verbale
kennis
cardinaliteits-principe - correct answer laatste getal in de rij representeert gehele
verzameling
, cefalo-caudaal - correct answer van hoofd naar voeten
centratie - correct answer bij beoordeling situatie zich richten op 1 opvallend
kenmerk
classificatie - correct answer omgeving ordenen op een abstracter niveau dan de
directe waarneming
"compensatoire houdingsreacties" - correct answer onderdeel van de babyreacties
contralateraal - correct answer Aan de andere kant van het lichaam
denkkader - correct answer interne cognitieve structuur
disharmonisch profiel - correct answer op sommige vlakken grotere
ontwikkelingsachterstand dan op andere
bv. 24maanden achterstand voor taal en 3 maanden voor motoriek
één op één principe - correct answer "per object in een getallenrij 1 getal in de telrij
1 tel = 1 blokje, tellen zelf mag nog fout zijn"
éénkennig - correct answer specifieke band ts kind en verzorgende, angst voor
onbekende, roept als vetrouwde peronen weggaan
egocentrisme - correct answer het ego (het ik) staat centraal, het onvermogen van
het kind om zaken vanuit het standpunt van de andere te bekijken.
expressieve taal - correct answer actieve woordenschat, kind gebruikt zelf de taal
(blik) fixatie - correct answer gericht kunnen kijken naar 1 punt