Na deze bijeenkomst is leerstof uit jaar 1 en jaar 2 aangaande normale congenitale afwijkingen van
het voorste en achterste oogsegment weer opgefrist.
Voor volledige stof zie jaar 1 en 2. Hieronder een samenvatting van het werkcollege:
Embryonale ontwikkeling:
- Ontwikkeling oog: va. 8,5 week
- Bij geboorte: nasaal is ontwikkelend, temporaal nog niet volledig
Congenitale cataract:
- Typen:
1 & 2 niet progressief
3 & 4 progressief
- Voorbeelden:
Y-suture cataract (verstrooiing van licht, geen visusverlies)
Primary nucleus cataract
Coloboom
- Ooglid
Soms i.c.m. gehoorproblemen
Soms i.c.m. droogteproblemen (exposure keratitis)
Tx: kunsttranen (niet altijd nodig; soms voldoende als pt oog naar boven
draait bij knipperen)
Tx: alleen indien noodzakelijk (litteken is niet gewenst)
Fuchs heterochrome iridocyclitis:
- Lichte vorm van uveïtis
- Verschillende kleuren ogen
PHPV (persistent hyper-plastic primary vitreous)
- 1e glasvocht lost niet op tijdens ontwikkeling
- Wordt plakaat op oogzenuw
- Ontwikkeling loopt hierdoor achter
RPE onjuist aangelegd
Maculaproblemen
Hoe ouder, hoe meer lipofusine (zorgt voor herstelwerkzaamheden)
- Lipofusine geeft licht (te zien met FAF)
- Bv. bij beginstadium kegeltjesdystrofie (zwart = dood; wit probeert te herstellen)
- Autosomaal dominant