Aleida Assmann – Memory, Individual and Collective
- Vier ‘formats’ van herinnering:
o Individuele herinneringen.
o Sociale herinneringen.
o Politieke herinneringen.
o Culturele herinneringen.
- Sprake van een ‘memory boom’ in politiek en maatschappij -> meer wetenschappelijke
interesse voor het onderwerp:
o Breakdown van de ‘grand narratives’ door einde Koude Oorlog -> nieuwe basis voor
geschiedenis.
o Postkoloniale situatie waarin mensen hun eigen cultuur en geschiedenis proberen te
ontdekken.
o Posttraumatische situatie van Holocaust en wereldoorlogen -> na periode van
verstening meer aandacht voor.
o Vergaan van generatie ooggetuigen -> vastleggen.
o Digitale revolutie -> efficiëntere manieren om informatie en herinneringen te
verzamelen.
- Twee categorieën: individueel en collectief.
o Assmann -> niet genoeg, individueel omvangt meer dan alleen persoonlijke
herinneringen.
- Individuele herinneringen:
o Neurologen -> menselijk geheugen zeer onbetrouwbaar.
o Schacter -> ‘seven sins of memory’.
o Herinneringen vormen de mens.
o Proust -> deel van herinneringen slaapt totdat het getriggerd wordt.
o ‘Episodic memory’ -> autobiografische herinneringen.
Gelimiteerd tot één perspectief.
Fragmenten.
Gelinkt aan een breder netwerk van herinneringen, creëren dus ook sociale
banden.
Veranderlijk.
- Sociale herinneringen:
o Halbwachs -> Herinneringen zijn gevormd, ontwikkeld en behouden door
uitwisseling met anderen.
o Herinneringen worden breed gedeeld (familie, vrienden, leeftijdsgenoten).
o Ervaringen creëren gelijk frame van waarden, normen en eigenschappen. Generaties
vormen een eigen profiel.
- Politieke herinneringen:
o Politieke en culturele herinneringen transgenerationeel.
o Politieke herinneringen gemedieerde herinneringen -> symbolen, media en
praktijken.
o Sterker in etnisch homogene groepen en naties.
o Geschiedenis wordt herinnering als deze in vormen van gedeelde kennis en
collectieve identificatie wordt gegoten.
o Overdragen van generatie op generatie.
o Politieke herinnering vooral nationale herinnering -> wat de natie sterker maakt en
het zelfbeeld versterkt.
, o Collectieve nationale herinneringen -> historische momenten van triomf of verlies,
heroïsche of martelaar narratief.
o Organiseren van collectieve herinneringen;
Evenementen.
Monumenten.
Visuele herinneringen.
Gedeelde ‘rituelen’.
- Culturele herinneringen:
o Gevormd door combinatie van herinneren en vergeten.
o Culturele functie van het bewaren van herinneringen in musea en bibliotheken.
o Geen cirkelende gedeelde kennis.
o Transnationaal en transgenerationeel.
- Nieuw onderscheid om discussie over collectief geheugen te omzeilen.
- ‘We’ is een constructie ven bepaalde grenzen en inclusie en exclusie.
Ludmilla Jordanova – Public History
- Public history = pupular history. Ontwikkeld voor grote groepen mensen.
- Publieksgeschiedenis betrekt veel aspecten van geschiedenis -> academische geschiedenis,
grote publiek, verleden op zichzelf.
- Musea belangrijk voor begrijpen van houding tot het verleden.
- Voorwerpen in musea zijn echter wel behandeld/aangepast.
o Selectieprocedure, management en interpretatie blijven onzichtbaar voor groot
publiek.
- Musea vormen de manier waarop publiek naar het verleden kijkt en hoe zij nieuwsgierig zijn
naar het verleden.
o Generaliserende manier van overbrengen informatie.
Alledaags leven van vroeger ‘vies of gevaarlijk’.
o Verleden versimpelen/meer zwart wit.
Verhaal van helden en slechteriken.
- Publieksgeschiedenis in musea heeft veel invloed op historisch besef van het publiek.
- Publieksgeschiedenis als een parapluterm -> inclusief gebouwen, schilderijen enzovoort die
niet bedoeld waren als vorm van publieksgeschiedenis.
- Verleden als bruikbaar gezien -> geschiedenis als open en bruikbaar.
- Nostalgie -> verlangen naar ongrijpbaar verleden, vaak vorm van fantasie ingezet.
- Monumenten en herdenkingsplaatsen -> vaal geen ruimte voor de volledige geschiedenis.
Niet ontworpen als ‘geschiedenis’ maar geworden na oprichting.
o Oprichters hebben eigen specifieke agenda.
- Publieksgeschiedenis kent andere genres dan academische geschiedenis.
- Concept en ‘practices’ van publieksgeschiedenis zijn zelf geschiedenis.
- Publiek -> bredere interesse en participatie dan academie en gespecialiseerde publicaties.
- Publieksgeschiedenis als politiek middel:
o Displays promoten bepaalde belangen.
o Bepaald uitgangspunt.
o Veel musea gesponsord -> bepaald doel.
- Issues bij het inhuren van historici:
o Krijgen historici wel genoeg vrijheid om te schrijven en te concluderen wat zij willen?
o Krijgen historici wel toegang tot alle documenten en archiefstukken die nodig zijn?
Frank van Vree – Een onverteerd verleden. Nederland en zijn koloniale geschiedenis.