Velden 2015
Misverstanden tussen gesprekspartners komen overal voor maar vaak ook snel opgelost door
communicatieregels en inlevingsvermogen. Voor mensen met een hersenaandoening vaak lastiger.
CVA: weinig oogcontact (of te veel), Parkinson: geen initiatief, fronto-temporale dementie: sociaal
ongepaste opmerkingen cognitieve communicatieproblemen. Kunnen subtiel zijn maar relatie
tussen patiënt en hulpverlener negatief beïnvloeden. Iemand heeft nooit alleen een cognitief
communicatieprobleem. Cognitieve communicatieproblemen zijn communicatieproblemen als
gevolg van cognitieve stoornissen waarbij afasie is uitgesloten, veroorzaakt doordat het brein door
neurologische aandoening minder goed functioneert. Kan acuut optreden door directe
hersenbeschadiging of langzaam door neurodegeneratieve aandoening.
Vroeger werd het ook wel rechterhemisfeersyndroom genoemd: en dus communicatieproblemen
(zonder afasie) alleen zouden voorkomen bij mensen met schade in rechterhersenhelft. Echter
kunnen door links frontale of subcorticale hersenbeschadigingen tot communicatieproblemen leiden
(taal zit immers links). Heesbeen: verschillende oorzaken bijvoorbeeld: probleem met de verdeelde
aandacht, vertraagde informatieverwerking, een probleem met de interpretatie van niet-letterlijke
taal of een verminderde concentratie: goede diagnostiek is daarom onmisbaar.
Meest voorkomende verschijnselen in de praktijk: soms is verband tussen cognitieve stoornis en
invloed op de communicatie eenduidig maar vaak zijn de symptomen en oorzaken complexer. Gezien
de complexiteit in interactie tussen cognitie en communicatie is een overlap in symptomen hierbij
onvermijdelijk. Zie tabel en aantal onduidelijke toegelicht:
- Verminderd begrip van indirecte bedoelingen: we willen tactvol zijn en zijn daarom vaak niet
direct: bv ‘het is frisjes hier’ voor ‘ik zou willen dat de verwarming aan gaat’. PHA hebben
moeite met begrijpen hiervan en kunnen zo gedesinteresseerd overkomen.
, - Moeite met hoofdlijn van gesprek of verhaal: door aandachts- en concentratieproblemen,
vertraagde informatieverwerking, geheugenproblemen, executieve problemen veel
reageren of afdwalen als ze zelf iets vertellen. Geen eenduidig advies door veelheid aan
mogelijke oorzaken.
- Moeite met begrijpen en/of produceren van non-verbale expressies: zowel bij vlakke
expressie als bij ontremde expressie ervaren PHA vaak normale emoties.
- Afwijkend oogcontact: oorzaak: opzichzelfstaand hersenverschijnsel, deel van verminderde
emotionele expressie, visueel neglect of probleem in verdeelde aandacht. Valkuil: minder
non-verbale communicatie en minder contact met PHA.
- Problemen met omschakelen naar het volgende gespreksonderwerp: oorzaken: vertraagde
informatieverwerking, verminderd executief functioneren, kunnen ook te snel al
overschakelen.
- Problemen met het communiceren volgens ‘sociale regels’ (taalgebruiksproblemen):
veranderd beurtgedrag (afwisselend spreken, luisteren), onvoldoende rekening houden met
de voorkennis of interesse van de luisteraar, moeite om binnen de kaders van de sociale
situatie te blijven. Valkuil: problemen beurtgedrag kunt u gesprek gaan mijden; ‘komt toch
niks uit’ (bij verminderd spreekinitiatief), of ‘dan duurt het weer zo lang’ (bij
breedsprakigheid). Geen eenduidige strategie.