Toets: Methodiek en Psychologische Stromingen
Deel 1: Meerkeuzevragen
1. Wat is een belangrijk kenmerk van het lineaire model?
a) Het model draait om herhaling en evaluatie.
b) Het volgt een vast stappenplan om een doel te bereiken.
c) Het richt zich op het oplossen van conflicten binnen een systeem.
d) Het gaat altijd om het verbeteren van onderlinge relaties.
2. Welke fase van de regulatieve cyclus betreft het verzamelen
van informatie om een beter beeld van een cliënt te krijgen?
a) De evaluatiefase
b) De initiatiefase
c) De uitvoeringsfase
d) De analysefase
3. Wat betekent het wanneer men spreekt over de "micro"
wereld binnen de methodiek?
a) Grote maatschappelijke problemen zoals wetgeving en politiek
b) De omgeving waar hulpverlening wordt georganiseerd,
bijvoorbeeld school of werk
c) Kleine problemen van een individu of een kleine groep, zoals een
gezin of cliënt
d) De persoonlijke beleving en ervaringen van een cliënt
4. Welke observatiemethode is het beste als je gedrag in een
gestructureerde setting wilt vastleggen?
a) Ongestructureerde observatie
b) Systematische observatie
c) Participerende observatie
d) Zelfobservatie
5. Wat is het doel van een wondervraag in de sociaal
werkpraktijk?
a) Het onderzoeken van de emotionele reacties van de cliënt
b) Het vaststellen van de realistische mogelijkheden van de cliënt
c) Het verkennen van hoe de cliënt zich de toekomst voorstelt,
bijvoorbeeld over een jaar
d) Het formuleren van een doel dat de cliënt in korte tijd kan
bereiken
Deel 2: Waar of Niet Waar?
6. Het circulaire model kenmerkt zich door een lineaire aanpak
van doelstellingen.
a) Waar
b) Niet waar
7. Het doel van het observatieproces is alleen om feiten te
verzamelen, zonder enige interpretatie van die feiten.
a) Waar
b) Niet waar
8. De "normatieve wereld" in het 3-wereldenmodel verwijst
naar de emotionele en persoonlijke ervaring van een cliënt.
a) Waar
b) Niet waar
Deel 1: Meerkeuzevragen
1. Wat is een belangrijk kenmerk van het lineaire model?
a) Het model draait om herhaling en evaluatie.
b) Het volgt een vast stappenplan om een doel te bereiken.
c) Het richt zich op het oplossen van conflicten binnen een systeem.
d) Het gaat altijd om het verbeteren van onderlinge relaties.
2. Welke fase van de regulatieve cyclus betreft het verzamelen
van informatie om een beter beeld van een cliënt te krijgen?
a) De evaluatiefase
b) De initiatiefase
c) De uitvoeringsfase
d) De analysefase
3. Wat betekent het wanneer men spreekt over de "micro"
wereld binnen de methodiek?
a) Grote maatschappelijke problemen zoals wetgeving en politiek
b) De omgeving waar hulpverlening wordt georganiseerd,
bijvoorbeeld school of werk
c) Kleine problemen van een individu of een kleine groep, zoals een
gezin of cliënt
d) De persoonlijke beleving en ervaringen van een cliënt
4. Welke observatiemethode is het beste als je gedrag in een
gestructureerde setting wilt vastleggen?
a) Ongestructureerde observatie
b) Systematische observatie
c) Participerende observatie
d) Zelfobservatie
5. Wat is het doel van een wondervraag in de sociaal
werkpraktijk?
a) Het onderzoeken van de emotionele reacties van de cliënt
b) Het vaststellen van de realistische mogelijkheden van de cliënt
c) Het verkennen van hoe de cliënt zich de toekomst voorstelt,
bijvoorbeeld over een jaar
d) Het formuleren van een doel dat de cliënt in korte tijd kan
bereiken
Deel 2: Waar of Niet Waar?
6. Het circulaire model kenmerkt zich door een lineaire aanpak
van doelstellingen.
a) Waar
b) Niet waar
7. Het doel van het observatieproces is alleen om feiten te
verzamelen, zonder enige interpretatie van die feiten.
a) Waar
b) Niet waar
8. De "normatieve wereld" in het 3-wereldenmodel verwijst
naar de emotionele en persoonlijke ervaring van een cliënt.
a) Waar
b) Niet waar