Brein & Cognitie
Hoorcollege week 5 – Motorsystem
2-12-2019
Als je je eigen bewegingen niet kan waarnemen, kan je ook moeilijk
bewegen.
Niveaus in de motor hierarchy:
o Aan de oorsprong van bewegingen liggen actiepotentialen.
(neurale commands)
o Actiepotentialen worden naar spieren gestuurd, die creëren
samentrekkingen (spieractivatie)
o Spieren zorgen ervoor dat gewrichten gaan draaien
(gewrichtshoeken)
o Dat zorgt ervoor dat onze hand gaat bewegen (snelheid)
o Uiteindelijk behaal je je doel. (bv kopje oppakken)
Deze stappen kun je op heel veel verschillende manieren uitvoeren: welke spieren gebruik je, welke
gewrichtshoeken gebruik je. Op elk niveau heb je meerdere mogelijkheden om een bewegingen te
maken.
Voorbeeld kopje oppakken op tafel:
1. Je moet het kopje zien visuele informatie moet naar het brein (via de retina, thalamus, V1,
V2, etc, dorsaal pad en uiteindelijk parientaal schors). De parientaal schors heeft ook
informatie over de stand van ons lichaam, dus waar je hand is. Je moet 2 dingen weten: waar
het kopje is en waar je hand is.
2. Parientaal schors stuurt informatie naar de frontale gebieden de frontale gebieden gaan
de grijpbeweging plannen.
3. De voorbereide informatie wordt doorgestuurd naar het ruggenmerg. De neuronen in
frontale kwabben maken verbindingen met neuronen in het ruggenmerg.
4. De neuronen in het ruggenmerg maken verbindingen met motorneuronen, deze sturen
informatie naar de spieren waardoor spieren samentrekken.
5. Als je een beweging maakt, moet de rest van het lichaam wel stabiel blijven. (anticiperen op
de consequenties van de armbeweging). Hiervoor gebruik je gebieden in de hersenstam.
6. Als je het kopje vastpakt, worden signalen via vingers (sensorische informatie) teruggestuurd
naar het brein (afferent). Deze informatie uit de zintuigelijke receptoren in vingertoppen
komt binnen in de parientaal schors.
Basale ganglia: betrokken bij het beginnen en stoppen van de beweging en bij hoeveel kracht je
nodig hebt.
Cerebellum: betrokken bij het correctiemechanisme van een beweging.
, Primaire motorische schors (M1) ontvangt informatie van de prefrontaal cortex en premotor cortex.
Prefrontale cortex plant de beweging / bereid de beweging voor
Premotor cortex organiseert de beweging
Motor cortex voert de actie uit
M1 ontvangt actiepotentialen (signalen) uit de premotorische gebieden. M1 heeft een
somatotopische representatie van de verschillende lichaamsdelen. Ledematen die dicht bij elkaar
zitten in het lichaam, zitten ook dicht bij elkaar in de M1.
- Gebieden betrokken bij benen: mediaal (neuronen in die gebieden sturen de benen aan)
- Gebieden betrokken bij gezicht: lateraal
Hoorcollege week 5 – Motorsystem
2-12-2019
Als je je eigen bewegingen niet kan waarnemen, kan je ook moeilijk
bewegen.
Niveaus in de motor hierarchy:
o Aan de oorsprong van bewegingen liggen actiepotentialen.
(neurale commands)
o Actiepotentialen worden naar spieren gestuurd, die creëren
samentrekkingen (spieractivatie)
o Spieren zorgen ervoor dat gewrichten gaan draaien
(gewrichtshoeken)
o Dat zorgt ervoor dat onze hand gaat bewegen (snelheid)
o Uiteindelijk behaal je je doel. (bv kopje oppakken)
Deze stappen kun je op heel veel verschillende manieren uitvoeren: welke spieren gebruik je, welke
gewrichtshoeken gebruik je. Op elk niveau heb je meerdere mogelijkheden om een bewegingen te
maken.
Voorbeeld kopje oppakken op tafel:
1. Je moet het kopje zien visuele informatie moet naar het brein (via de retina, thalamus, V1,
V2, etc, dorsaal pad en uiteindelijk parientaal schors). De parientaal schors heeft ook
informatie over de stand van ons lichaam, dus waar je hand is. Je moet 2 dingen weten: waar
het kopje is en waar je hand is.
2. Parientaal schors stuurt informatie naar de frontale gebieden de frontale gebieden gaan
de grijpbeweging plannen.
3. De voorbereide informatie wordt doorgestuurd naar het ruggenmerg. De neuronen in
frontale kwabben maken verbindingen met neuronen in het ruggenmerg.
4. De neuronen in het ruggenmerg maken verbindingen met motorneuronen, deze sturen
informatie naar de spieren waardoor spieren samentrekken.
5. Als je een beweging maakt, moet de rest van het lichaam wel stabiel blijven. (anticiperen op
de consequenties van de armbeweging). Hiervoor gebruik je gebieden in de hersenstam.
6. Als je het kopje vastpakt, worden signalen via vingers (sensorische informatie) teruggestuurd
naar het brein (afferent). Deze informatie uit de zintuigelijke receptoren in vingertoppen
komt binnen in de parientaal schors.
Basale ganglia: betrokken bij het beginnen en stoppen van de beweging en bij hoeveel kracht je
nodig hebt.
Cerebellum: betrokken bij het correctiemechanisme van een beweging.
, Primaire motorische schors (M1) ontvangt informatie van de prefrontaal cortex en premotor cortex.
Prefrontale cortex plant de beweging / bereid de beweging voor
Premotor cortex organiseert de beweging
Motor cortex voert de actie uit
M1 ontvangt actiepotentialen (signalen) uit de premotorische gebieden. M1 heeft een
somatotopische representatie van de verschillende lichaamsdelen. Ledematen die dicht bij elkaar
zitten in het lichaam, zitten ook dicht bij elkaar in de M1.
- Gebieden betrokken bij benen: mediaal (neuronen in die gebieden sturen de benen aan)
- Gebieden betrokken bij gezicht: lateraal