Brein & Cognitie
Hoorcollege week 5 – neurocognitie
3-12-2019
Cognitie: verzamelnaam alles wat te maken heeft met intelligent gedrag
o Emoties, Waarneming, Bewustzijn, taal
Neurocognitie: beschrijven van de neurale processen van gedachten
o Proberen om de koppeling tussen psychologische constructen en de hersenen te begrijpen
Hebb: introduceerde het idee van de cell assemblies. Alle psychologische constructen (perceptie,
geheugen, taal, bewustzijn, emoties) komen tot uiting doordat cellen met elkaar in verbinding staan
(cell assemblages)
Dorsale stroom: belangrijk gebied hierin is de V5 (MT), deze is gespecialiseerd in het analyseren van
visuele beweging.
o Lesie in MT: je ziet alleen stilstaande beelden (geen beweging)
Psychofysica: psyche meten door een test, drempelwaarde bepalen, psychometrische kromme
o Voorbeeld bewegende stippen: perceptuele drempelwaarde
Neuronen meten: elk neuron in de MT heeft een receptief veld. Elk neuron is alleen gevoelig voor de
veranderingen in zijn eigen receptieve veld. Wil het neuron responderen, dan moet de verandering
plaatsvinden in het receptieve veld van het neuron.
o Voorbeeld: bewegende stippen in het receptieve veld luisteren naar actiepotentialen.
o Aantal actiepotentialen meten ten opzichte van het aantal stippen dat in dezelfde richting
beweegt.
o Neurometrische kromme
De neurale drempelwaarde is gelijk aan de perceptuele drempelwaarde (wat wij waarnemen) Één
neuron kan vertellen of de stippen omhoog gaan of omlaag gaan. Je hebt nu een koppeling gemaakt
van gedrag naar neuron.
Neuronen zijn dus de basis van een waarneming, gedachte en andere cognitieve processen.
Meerdere neuronen komen samen om cel assemblages (neurale netwerken) te vormen, deze
representeren complexe gedachten.
Neuronen: de basis voor cognitie
, Cell assemblages (netwerken/structuren) vindt je in de associatiegebieden van het brein: gebieden
waar verschillende informatie gecombineerd wordt.
o De associatiegebieden omvatten alle gebieden in de cortex, behalve de primaire cortex (A1,
S1, V1, M1 etc.)
o Verschil tussen associatie cortex en primaire cortex is het patroon van connecties
Primarie sensorische gebieden zijn de gebieden waar sensorische informatie als eerste binnen komt.
High-order visuele, somatosensorische en auditieve gebieden liggen dicht bij de respectievelijke
primaire gebieden. Dit is waar sensorische informatie verder wordt verwerkt.
De 3 associatiegebieden (prefrontaal, limbisch, parientaal-temporaal-occipitaal (PTO) ) zijn waar:
o Verschillende modalities worden gecombineerd.
o Aandacht wordt verdeeld
o Er vindt planning plaats
o Dingen worden onthouden
o Andere complexe cognitieve processen vinden plaats
Premotor gebieden zijn de higher-order motor gebieden die opdrachten sturen naar de primaire
motorische gebieden.
Primaire motorgebieden zenden opdrachten naar spieren via het ruggenmerg.
Dorsale stroom: waar-stroom (ruimtelijke beweging)
o Eindigt in de posterior parientaal cortex (PPC)
o Lesie in de parientaal associatie cortex verlies van aspecten van ruimtelijke cognitie.
Hierdoor kan je visuele stimuli niet in de ruimte lokaliseren en geen bewegingen naar deze
stimulie maken. Je kan wel normaal objecten herkennen.
Ventrale stroom: wat-stroom (objectherkenning, gezichtsherkenning)
Hoorcollege week 5 – neurocognitie
3-12-2019
Cognitie: verzamelnaam alles wat te maken heeft met intelligent gedrag
o Emoties, Waarneming, Bewustzijn, taal
Neurocognitie: beschrijven van de neurale processen van gedachten
o Proberen om de koppeling tussen psychologische constructen en de hersenen te begrijpen
Hebb: introduceerde het idee van de cell assemblies. Alle psychologische constructen (perceptie,
geheugen, taal, bewustzijn, emoties) komen tot uiting doordat cellen met elkaar in verbinding staan
(cell assemblages)
Dorsale stroom: belangrijk gebied hierin is de V5 (MT), deze is gespecialiseerd in het analyseren van
visuele beweging.
o Lesie in MT: je ziet alleen stilstaande beelden (geen beweging)
Psychofysica: psyche meten door een test, drempelwaarde bepalen, psychometrische kromme
o Voorbeeld bewegende stippen: perceptuele drempelwaarde
Neuronen meten: elk neuron in de MT heeft een receptief veld. Elk neuron is alleen gevoelig voor de
veranderingen in zijn eigen receptieve veld. Wil het neuron responderen, dan moet de verandering
plaatsvinden in het receptieve veld van het neuron.
o Voorbeeld: bewegende stippen in het receptieve veld luisteren naar actiepotentialen.
o Aantal actiepotentialen meten ten opzichte van het aantal stippen dat in dezelfde richting
beweegt.
o Neurometrische kromme
De neurale drempelwaarde is gelijk aan de perceptuele drempelwaarde (wat wij waarnemen) Één
neuron kan vertellen of de stippen omhoog gaan of omlaag gaan. Je hebt nu een koppeling gemaakt
van gedrag naar neuron.
Neuronen zijn dus de basis van een waarneming, gedachte en andere cognitieve processen.
Meerdere neuronen komen samen om cel assemblages (neurale netwerken) te vormen, deze
representeren complexe gedachten.
Neuronen: de basis voor cognitie
, Cell assemblages (netwerken/structuren) vindt je in de associatiegebieden van het brein: gebieden
waar verschillende informatie gecombineerd wordt.
o De associatiegebieden omvatten alle gebieden in de cortex, behalve de primaire cortex (A1,
S1, V1, M1 etc.)
o Verschil tussen associatie cortex en primaire cortex is het patroon van connecties
Primarie sensorische gebieden zijn de gebieden waar sensorische informatie als eerste binnen komt.
High-order visuele, somatosensorische en auditieve gebieden liggen dicht bij de respectievelijke
primaire gebieden. Dit is waar sensorische informatie verder wordt verwerkt.
De 3 associatiegebieden (prefrontaal, limbisch, parientaal-temporaal-occipitaal (PTO) ) zijn waar:
o Verschillende modalities worden gecombineerd.
o Aandacht wordt verdeeld
o Er vindt planning plaats
o Dingen worden onthouden
o Andere complexe cognitieve processen vinden plaats
Premotor gebieden zijn de higher-order motor gebieden die opdrachten sturen naar de primaire
motorische gebieden.
Primaire motorgebieden zenden opdrachten naar spieren via het ruggenmerg.
Dorsale stroom: waar-stroom (ruimtelijke beweging)
o Eindigt in de posterior parientaal cortex (PPC)
o Lesie in de parientaal associatie cortex verlies van aspecten van ruimtelijke cognitie.
Hierdoor kan je visuele stimuli niet in de ruimte lokaliseren en geen bewegingen naar deze
stimulie maken. Je kan wel normaal objecten herkennen.
Ventrale stroom: wat-stroom (objectherkenning, gezichtsherkenning)