, Leeruitkomst 1: 4 vragen
Normatieve professionaliteit: de professional (leraar) is zich altijd bewust van
zijn betrokkenheid als persoon, die geconfronteerd wordt met morele dilemma’s
en ethische vragen, een persoon die zich bewust is van zingeving en
levensbeschouwing en met dit geheel verantwoord weet om te gaan.
Gesprek: Het is belangrijk dat vragen zo gesteld worden dat de gewenste
informatie verkregen wordt en betrouwbaar is, er geen suggestieve vragen
worden gesteld en de gesprekspartner tot zijn recht komt. Drie voorwaarden: 1)
Congruentie (meent wat hij zegt) 2) empathie (medeleven) 3) positieve blik
(aanvaarden)
Observatie: het doelgericht en systematisch waarnemen van gedragingen en
uitingen van één of meerdere personen of van een gebeurtenis met de bedoeling
het waargenomen te beschrijven en samen te vatten. Voorwaarden: 1) Bewust en
gericht observeren 2) Zo objectief mogelijk. Methoden: 1) longitudinale
observatie (personen observeren) 2) cross-sectionel observatie (op gedragingen
observeren)
Onderzoek d.m.v. een experiment: via opdrachten nodig je het kind uit om
bepaalde handelingen te verrichten, waardoor je in een korte tijd een redelijk
inzicht krijgt in zijn gedragingen. Situaties: 1) ontwikkelingsfase 2) moeilijkheden
3) afwijkend gedrag 4) belevingswereld.
Onderzoeksopdracht samenstellen:
- Formuleer wat je wilt weten.
- Een voor het kind geschikte activiteit zoeken in een passende situatie.
- Een observatieformulier ontwikkelen dat met zo weinig mogelijk
schrijfwerk zo veel mogelijk informatie oplevert.
Procedure:
1. Vraag of het kind het spel kent
2. Zo ja, welke regels het hanteert.
3. Zo nee, dan geef je een korte uitleg van het spel.
4. Het kind begint met het spel.
5. Jij observeert en vult het observatieformulier in.
Sociogram: een onderzoekmethode waarbij je gebruik maakt van een
vragenlijst. Nadeel is dat het een moment opname is. Relaties onderzocht:
- Relaties op basis van vriendschap.
- Relaties op basis van samenwerken aan een taak.
Je krijgt pas een goed beeld wanneer je:
1. De methode een aantal keren toepast.
2. Let op de wijze waarop je de methode toepast.
3. De verzamelde gegevens nader onderzoekt.
4. Met de uitkomsten daadwerkelijk iets doet om negatief gedrag om te
buigen naar de gewenste richting.
5. Observeert.
Toetsen en testen: lijkt op een onderzoek. Nadelen: