1.2 wat is bestuursrecht
Het bestuursrecht heeft betrekking op het openbaar bestuur, op hetgeen het openbaar bestuur doet
en op zijn relatie tot de burgers. Tot het openbaar bestuur behoren de besturen van gemeenten,
provincies en waterschappen, de ministeries en vele andere overheidsinstanties.
Wat het bestuursrecht regelt:
- Organisatie
- Bevoegdheden
- Normering
- Handhaving
- Rechtsbescherming
Het bestuursrecht heeft betrekking op alle beleidsterreinen waarop het openbaar bestuur werkzaam
is. Wat het bestuur doet, doet het altijd op een bepaald terrein: het handelt dus altijd in het kader
van een of meer bijzondere delen van het bestuursrecht. Een bestuursorgaan geeft nooit een
vergunning zonder meer, maar altijd voor een specifieke activiteit.
1.3 het belang en de plaats van het bestuursrecht
Bij bestuursrecht is maatschappelijk belang er belangrijk. Het gaat hierbij steeds om verzoeken en of
aanspraken van burgers en bedrijven jegens de overheid, bv studiefinanciering. Andersom vormen de
door burgers en bedrijven te betalen belastingen de grootste inkomsten voor de overheid. Het
heffen van belastingen en de daaraan verbonden procedures behoren ook tot (fiscale) bestuursrecht.
Ook alle dingen waar vergunningen bij komen kijken speelt bestuursrecht een rol. Het bestuursrecht
bemoeit zich dus met enorm veel facetten van het maatschappelijk leven. Dat is deels zo omdat de
overheid steeds meer taken aan zich heeft getrokken. Tegelijk zijn mensen mondiger geworden en is
er een sterke behoefte aan uitgebreide rechtsbescherming ontstaan.
Naast het streven naar deregulering (overheid minder taken geven) zijn er ook initiatieven genomen
om de rechtspraak doelmatiger te maken. Het bestuursrecht is uitgegroeid tot een belangrijk
rechtsgebied dat een volwaardige plaats toekomt naast het privaatrecht en het strafrecht. Van een
strikte scheiding tussen die rechtsgebieden is overigens geen sprake. Het bestuur bedient zich van
privaatrecht en kan in bepaalde gevallen boete opleggen, hetgeen vanouds een strafrechtelijke
activiteit was.
Het belang van het vak bestuursrecht hangt direct samen met het maatschappelijke belang van het
bestuursrecht als rechtsgebied.
1.4 Nederlands bestuursrecht en Europees bestuursrecht
Nederlands bestuursrecht is verweven met Europees bestuursrecht, zowel met het EU-recht, als met
de mensenrechtenverdragen in het bijzonder het EVRM. Hof van justitie beïnvloed Nederlandse
recht en andersom. Zijn vooral Nederlandse organen die het EU-recht in Nederland toepassen, en
zijn het Nederlandse rechters die die toepassing beoordelen. Algemene zin ingegaan op de vraag in
hoeverre ons bestuursrechtelijke systeem direct door EU-recht en of EVRM wordt bepaald.
Inleiding bestuursrecht H2
2.1 inleiding
,Nederland is een democratische rechtstaat. Dat wil zeggen dat de overheid fundamentele rechten en
vrijheden van burgers dient te eerbiedigen en zich moet inzetten voor de verwerkelijking van die
rechten en vrijheid, terwijl dit alles geschiedt onder controle van de door het volk in vrije
verkiezingen gekozen volksvertegenwoordiging. Om de doelen van de rechtstaat te bereiken moet
aan vier fundamentele eisen worden voldaan:
- Wetmatigheid van bestuur
- Rechterlijke controle
- Evenwicht tussen verschillende machten
- Eerbieding van grondrechten
Twee uitgangspunten aanbod die de basis vormen van het bestuurlijke handelen: het
legaliteitsvereiste en het specialiteitsbeginsel. Het bestuur heeft voor vele handelingen een
grondslag nodig in een democratisch tot stand komen wet, en het bestuur dient te handelen conform
die wet wanneer het deze handelingen verricht. Dit worde het legaliteitsvereiste genoemd.
Daarnaast is er het specialiteitsbeginsel. Dit houdt in dat het bestuur bij de uitvoering van een
bepaalde wettelijke regeling slechts die belangen mag behartigen ter bescherming waarvan de
betrokken regeling in het leven is geroepen.
2.2 twee uitgangspunten
De reden waarom burgers uiteindelijk bereid zijn om deze legale roof (belasting te betalen) te
aanvaarden, is dat de betrokken bevoegdheden op een democratische tot stand gekomen wet in
formele zin berusten en op een zorgvuldige wijze worden uitgeoefend. De overheid mag burgers iets
verbieden of gebieden, inclusief het afstaan van geld en goederen, doch uitsluitend voor zover de
wet dat uitdrukkelijke toestaat (legaliteitsvereiste). Het verbod of gebod mag wel in een lagere
regeling staan, maar moet uiteindelijk een grondslag hebben in een wet in formele zin. Het
legaliteitsvereiste komt onder meer tot uitdrukking in veel grondrechtenbepalingen in de GW.
Enerzijds omdat aantastingen van grondrechten steeds een wettelijke basis behoeven. Anderzijds
omdat de wetgever de opdracht krijgt om regels te stellen die ertoe strekken bepaalde rechte te
doen verwezenlijken zie bv art. 18 en art. 20 GW.
Het legaliteitsbeginsel NIET DIE VAN STRAFRECHT!!, het bestuurlijke legaliteitsbeginsel: ieder
overheidsoptreden dient te berusten op een daar aan voorafgegane algemene regel (bv een
verordening, een ministeriele regeling enz.). Dat die regel gemaakt mag worden moet staan in de
Grondwet of een wet in formele zin. (de algemene regel moet dus gemaakt mogen worden).
Bestuursorganen moeten de heb gegeven bevoegdheden vervolgens uiteraard conform de daarvoor
geldende wettelijke regels en rechtsbeginselen uitoefenen. In een rechtsstaat hoeft niemand een
inbreuk op rechten en vrijheden te aanvaarden, zonder dat degene die de inbreuk veroorzaakt dat
mag. Bij een subsidie met verplichtingen is er dus sprake van een mengeling van begunstigend en
belastend optreden. Ook voor de meeste subsidies geldt dat die van een wettelijke grondslag moeten
zijn voorzien art. 4.23 Awb.
Het specialiteitsbeginsel, de overheid behartigd het algemeen belang, dit is heel breed en daarom
kan de overheid hier altijd achter verschuilen om slechte beslissingen te rechtvaardigen. Wetten
dienen daarom een specifiek belang en geven aan een of meer organen nauwkeurig omschreven
bevoegdheden om dat specifieke belang te behartigen. Het bestuur mag bij het gebruik van een
bevoegdheid, toegekend in een bepaalde wettelijke regeling, dus slechts het belang behartigen
waarvoor die regeling speciaal is vastgelegd.
2.3 de structuur van de bestuursrechtelijke normstelling
, Het bestuursrecht kent vele wetten, regelingen en voorschriften die normen bevatten. Er zijn normen
die bedoeld zijn voor overheidsinstanties, meer juridische gezegd: die overheidsinstanties als
geadresseerde hebben. EU-richtlijnen leggen bv verplichtingen op aan de lidstaten. De Grondwet
draagt de wetgever op om allerlei wetten te maken bv art. 107 GW. Beleidsregels bevatten normen
die meestal het bestuursorgaan dat de regels opstelt, binden. De meeste normen zijn echter gericht
tot burgers waaronder bedrijven en instellingen.
De staats- en bestuursrechtelijke regels kennen een hiërarchische opbouw. Een lagere regeling mag
daarbij niet in strijd komen met een hogere. Volgorde:
- Verdragen, bv EVRM, IVBPR
- Statuut
- Grondwet
- Wetten in formele zin
- Koninklijke besluiten die regels bevatten zoals amvb’s
- Ministeriele regelingen (verordeningen)
- Provinciale verordeningen
- Gemeentelijke verordeningen en waterschap verordeningen
- Beleidsregels
- Voorschriften/ verplichtingen verbonden aan een beschikking
Het statuut geeft een regeling voor de verhoudingen tussen Nederland en de andere landen van het
Koninkrijk. De Grondwet bevat naast de grondrechten veel organisatierecht, doch weinig tot de
burger gerichte regels, meer staatsrecht. Wetten in formele zin mogen gezien in lagere positie niet in
strijd zijn met de Grondwet. De rechter mag echter niet toetsen of een wet in strijd is met de
Grondwet art. 120 GW. De wetten in materiele zin die niet tevens wet in formele zin zijn, zij bevatten
naast andere bepalingen, algemeen verbindende voorschriften, gericht tot de burgers. Beleidsregels
zijn geen wettelijke regels en komen daarom onderaan het regelbouwwerk. Tenslotte zijn er nog
vergunningsvoorschriften. Zij mogen nooit in strijd zijn met algemene regels en in beginsel ook niet
met beleidsregels die op de beslissing tot verlening of weigering van een vergunning of op een
andere beschikking betrekking hebben.
Het in het schema weergegeven normenstelstel is hiërarchische van opbouw, er zijn vaak meerdere
wetten, regelingen nodig voor een vraag. Men zegt ook wel dat het normenstelstel (verticaal) geleed
is (d.w.z. uit meerdere onderdelen bestaat, vertakt) in de regel wordt dan het begrip verticale gelede
normstelling gehanteerd. Zo zijn voor bouwwerken de volgende dingen nodig:
- Wabo en Woningwet
- Bor en bouwbesluit amvb’s
- Mor, ministeriele regeling
- Bouwverordening (gemeentelijke verordening)
- Omgevingsvergunning (beschikking)
Voor bepaalde activiteiten soms meer wetten en de daarop gebaseerde regelgeving tegelijk van
belang zijn. Men spreekt ook wel van horizontale gelede normstelling. Vanwege het
specialiteitsbeginsel is horizontale gelede normstelling tot op zekere hoogte noodzakelijk, een wet
kan doorgaans bezwaarlijk alle belangen dienen die bij een activiteit spelen.
2.4 de algemene wet bestuursrecht