Oefenvragen blok 2.6: Anxiety and stress
Probleem 1: Stress
Vraag 1: Welke van de onderstaande methodes op stress te meten is het meest
betrouwbaar?
A. Polygraaf
B. Biochemische analyse
C. Social Readjustment Rating Scale
D. Daily Hassle
Vraag 2: Welk systeem in het lichaam is verantwoordelijk voor de korte termijn reacties zoals
flight or fight?
A. Autonoom zenuwstelsel
B. HPA-as
C. General Adaption Syndrome
D. Allostatic load
Vraag 3: Het General Adaption Syndrome bestaat uit 3 fases, welke van de onderstaande
fases is hier NIET een van?
A. Stage of exhaustion
B. Alarm reaction
C. Startle respons
D. Stage of resistance
Vraag 4: Welke van de onderstaande functies is NIET een van de positieve werkingen van
cortisol?
A. Herstellen van functional balance
B. Gedrag en cognities die relevant zijn voor goal-directed behaviour
C. Stimuleert executieve functies
D. Inhibeert taak-irrelevante stimuli
Probleem 1: Stress
Vraag 1: Welke van de onderstaande methodes op stress te meten is het meest
betrouwbaar?
A. Polygraaf
B. Biochemische analyse
C. Social Readjustment Rating Scale
D. Daily Hassle
Vraag 2: Welk systeem in het lichaam is verantwoordelijk voor de korte termijn reacties zoals
flight or fight?
A. Autonoom zenuwstelsel
B. HPA-as
C. General Adaption Syndrome
D. Allostatic load
Vraag 3: Het General Adaption Syndrome bestaat uit 3 fases, welke van de onderstaande
fases is hier NIET een van?
A. Stage of exhaustion
B. Alarm reaction
C. Startle respons
D. Stage of resistance
Vraag 4: Welke van de onderstaande functies is NIET een van de positieve werkingen van
cortisol?
A. Herstellen van functional balance
B. Gedrag en cognities die relevant zijn voor goal-directed behaviour
C. Stimuleert executieve functies
D. Inhibeert taak-irrelevante stimuli