kennis en vaardigheden om
leerlingen voor te bereiden op
deelname aan de arbeidsmarkt of
verdere studie.
- Socialisatie: Het overdragen van
normen, waarden en gedrag om
leerlingen te integreren in de
samenleving.
- Allocatie: Het toewijzen van
leerlingen aan maatschappelijke
posities via onderwijsprestaties en
diploma’s.
- Legitimatie: Onderwijs legitimeert
ongelijkheid door prestaties te
presenteren als een resultaat van
verdienste.
- Reproductie: Het in stand houden
van sociale ongelijkheden door
overdracht van sociale structuren en
culturele waarden.
- Emancipatie: Het bevorderen van
individuele ontplooiing en sociale
mobiliteit.
-
Instituties en institutionalisering Instituties: Instituties zijn sociale structuren
die bestaan uit formele en informele regels,
normen, waarden en praktijken die het
gedrag van individuen reguleren. Ze bieden
een raamwerk voor voorspelbaar gedrag en
ordenen de samenleving.
Bv. het behalen van een startkwalificatie is
een formele institutie of de leerplichtwet in
NL.
Rol in onderwijs: reguleert toegang,
kwaliteit en normen.
Institutionalisering: Het proces waarbij
informele praktijken en gedragspatronen in
de samenleving worden omgezet naar
formele, geaccepteerde regels en structuren.
Bv. overgang van informeel thuisonderwijs
naar basisscholen.
Rol in onderwijs: formaliseert en
standaardiseert onderwijspraktijken.
Structure & Agency Shilling
De interactie tussen sociale structuren
, (structure) en de handelingsvrijheid van
individuen (agency). Kernbegrip om te
begrijpen hoe individuen en systemen elkaar
wederzijds beïnvloeden.
Structure: de sociale systemen, regels en
patronen die het gedrag van individuen
beïnvloeden en beperken. (bv, de
toelatingsregels van het onderwijssysteem
bepalen wie er naar mavo.havo, vwo kan)
Agency: verwijst naar de capaciteit van
individuen om keuzes te maken en hun
eigen gedrag te sturen, zelfs binnen de
beperkingen van structuren.
Relatie tussen structure en agency →
Structuratietheorie Giddens → structure en
agency staan niet los van elkaar, maar
werken voortdurend op elkaar in. Structuren
beïnvloeden agency, en agency draagt bij
aan de reproductie of verandering van
structuren.
Structuratietheorie Verbindt micro- (individueel handelen) en
macro- (sociale structuren) niveaus. Het
biedt inzicht in hoe sociale verandering
mogelijk is binnen bestaande structuren.
Principes van de structuratietheorie:
1. Dualiteit van structuur
- Structuren zijn zowel input als output van
menselijk handelen.
Input: Structuren bieden kaders en middelen
voor gedrag.
Output: Door menselijk handelen worden
structuren bevestigd of aangepast.
2. Structuren als regels en bronnen
- Structuren bestaan niet onafhankelijk van
individuen. Ze worden gevormd en in stand
gehouden door menselijk gedrag.
Regels: De normen en conventies die
gedrag sturen
Bronnen: Middelen die mensen kunnen
inzetten, zoals geld, kennis of sociale
netwerken.
Discursief en praktisch bewustzijn Concept binnen de structuratietheorie.
Mensen handelen vaak zonder volledig
bewust te zijn van de structuren die hen