Week 1 – Bestuursrecht
Waarneembaar (staat):
• Bevolking
• Vertegenwoordigers
• Grondgebied
o Grenzen worden vastgesteld middels verdragen (ook water en luchtruim)
o Binnen het grondgebied exclusieve rechtsmacht voor allen binnen territoir.
Vier fundamentele eisen
1. Wetmatigheid van bestuur
2. Rechterlijke controle
3. Evenwicht tussen de verschillende machten (wetgevende, besturende en rechtsprekende)
4. Eerbiediging van grondrechten
Twee uitgangspunten
1. Legaliteitsbeginsel: handelen op grondslag van een wet en conform die wet
2. Specialiteitsbeginsel: slechts die belangen behartigen ter bescherming waarvan de betrokken
regeling in het leven is geroepen
Bestuursrecht
• Partijen
• Bestuurshandelingen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur (a.b.b.b.)
• Handhaving en rechtsbescherming
• Rechterlijke macht
• Algemene wet bestuursrecht
• Heeft betrekking op het openbaar bestuur.
• Heeft betrekking op hetgeen het openbaar bestuur doet.
• Heeft betrekking op zijn relatie tot de burgers
Bestuursorgaan
Art. 1:1 lid 1 sub a Awb: a-organen
• Rechtspersoon krachtens publiekrecht; organen van die rechtspersoon
o Staat, provincies, gemeenten, waterschappen
Art. 1:1 lid 1 sub a Awb: b-organen
• Person met openbaar gezag
o Kiesraad, registratiekamer, DNB
Belanghebbende
Art. 1:2 lid 1 Awb
• “onder belanghebbende wordt verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken”
,Belanghebbende (derde belanghebbende)
Criteria:
- Objectief bepaalbaar
o Niet alleen in iemands persoonlijke belevingswereld, maar ook te delen door anderen
- Persoonlijk belang
o Ook individualiseringsvereiste genoemd
o Nabijheid: territoriale effecten, wel geval tot bekijken
o Concurrentiebelangen: aantoonbare invloed van besluit in kwestie op belangen van
de belanghebbende
- Eigen belang
o Andermans belangen slechts met machtiging
o Ideële belangen zijn nooit eigen belang
- Rechtstreeks bij het besluit betrokken
o Rechtstreeks belang vanuit twee ankerpunten en vijf vuistregels. De ankerpunten zijn
▪ Een derde moet als belanghebbende bij een besluit worden aangemerkt als
dat besluit in beginsel jegens hem onrechtmatig kan zijn in de zin van art.
6:162 en derhalve aan het relativiteitsvereiste van art. 6:163 wordt voldaan.
▪ Een particulier – in de context van afgeleid belang: de derde – toegang moet
hebben tot de bestuursrechter en dus als belanghebbende moet worden
aangemerkt als hij door een besluit wordt geraakt in een recht of rechtens
beschermd belang.
De vijf vuistregels zijn richtinggevend bij de toepassing van het leerstuk van afgeleid belang door de
bestuursrechters:
1. Het leerstuk van afgeleid belang is niet aan de orde als de derde in kwestie, naast een
mogelijk afgeleid belang, een zelfstandig eigen belang heeft dat bij het besluit rechtstreeks
betrokken is
2. Verder zou afgeleid belang niet aan een derde moeten worden tegengeworpen als zijn bij het
besluit betrokken belang materieel niet parallel loopt met dat van de eerst betrokkene
3. Een afgeleid belang moet de derde niet worden tegengeworpen als de betrokkenheid van zijn
rechts- of belangpositie bij het besluit een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming
rechtvaardigt
4. Afgeleid belang kan daarentegen wel aan de derde worden tegengeworpen als zijn belang
parallel loopt met dat van de eerst betrokkene bij dat besluit betrokken is
5. Ten slotte zou de thans soms toegepaste verwevenheidscorrectie op afgeleid belang niet
meer moeten worden toegepast.
- Actueel belang
o Niet te onzekere, toekomstige factoren, de gevolgen moeten (min of meer) zeker zijn
- (Feitelijk belang (geen fictie))
Besluitbegrip
Centrale vragen besluitbegrip:
• Waarom onderscheid typen besluiten?
• Begrip besluit en welke typen?
Onderscheid van belang voor:
• Binding
• Toepasselijke normen
• Rechtsbescherming
,Besluiten en andere handelingen
• Rechtshandeling / feitelijke handeling
• Besluit
• Plannen
• Algemeen verbindende voorschriften
• Beleidsregels
• Beschikkingen
Overheidshandelen
Feitelijke
Rechtshandelingen
handelingen
Zonder rechtsgevolg Publiekrechtelijke Privaatrechtelijke
Van bestuursorgaan
Met rechtsgevolg in de zin van art. 1:1 Van andere instantie
Awb
Mondeling Schriftelijk
Voor concreet geval
Van algemene
strekking
Besluiten
Art. 1:3 lid 1 Awb
• Rechtshandeling
• Publiekrechtelijk
• Schriftelijk
• Beslissing
• Bestuursorgaan
Soorten besluiten
• Besluiten van algemene strekking (BAS)
• Beschikkingen
Besluiten van algemene strekking
• Algemeen verbindend voorschrift (a.v.v.)
• Beleidsregels
• Plannen
Ad A.V.V.
Besluiten die regels inhouden die voor herhaalde malen toepasbaar zijn en die worden gemaakt door
bestuursorganen die de bevoegdheid daartoe ontlenen aan de grondwet of een andere wet (wet in
materiële zin
, Ad beleidsregels
Werking beleidsregels
• Intern
• Extern (indirecte gevolgen)
Ad beleidsregels – vervolg
Art. 1:3 lid 4 Awb
• Een algemene regel niet zijnde een a.v.v.;
• Omtrent de afweging van belangen, de vaststelling feiten of de uitleg wettelijke voorschriften
bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan;
Welke is vastgesteld bij besluit.
Art. 4:81 Awb
1. Een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of
onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid.
2. In andere gevallen kan een bestuursorgaan slechts beleidsregels vaststellen voor zover dit bij
wettelijk voorschrift is bepaald.
Ad beleidsregels versus a.v.v.
• Geen wettelijke grondslag nodig
• Afwijkingsmogelijkheid aanwezig
• Binden het bestuur en niet de burger
Beschikking
Art. 1:3 lid 2 Awb: “Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is,
met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan.”
Twee mogelijkheden
1. Persoonscriterium
2. Zaakscriterium