Opgave 1 (5 punten)
De beginselplicht tot handhaven is door de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van
State in haar jurisprudentie ontwikkeld. De beginselplicht tot handhaving houdt in dat
bestuursorganen in eerste instantie moeten handhaven. Beredeneer hoe deze
beginselplicht tot handhaving zich verhoudt tot gedogen en wanneer er in dat kader
kan worden afgezien van handhaving.
In 2004 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald, dat het
bestuursorgaan, gelet op het algemeen belang dat met handhaving is gediend, in beginsel
moet handhaven.
Er is geen beleidsvrijheid voor het bestuursorgaan om van het handhaven af te zien.
Op grond van de genoemde jurisprudentie kan het bestuursorgaan alleen maar afzien van
handhaving in twee gevallen:
● Indien er uitzicht is op legalisatie
● Of van een situatie waarin handhaving onevenredige gevolgen met zich meebrengt
in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, zodat van optreden in die concrete
situatie behoort te worden afgezien.
Opgave 2 (6 punten)
Sinds de invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 kent deze wet zowel de
maatregel als de bestuurlijke boete als bestuursrechtelijke sancties. Staat het de
gemeente vrij om bij een overtreding van de verplichtingen uit de Participatiewet te
kiezen uit deze sancties en waar in de wet is dat geregeld?
Nee, de gemeente heeft geen beleidsvrijheid om te kiezen. De PW geeft aan welke sanctie
moet worden toegepast. Bij overtreding van artikel 18 lid 2 PW moet de gemeente een
maatregel opleggen volgens artikel 18 leden 4 tot en met 10 PW. Bij overtreding van artikel
17 PW moet de gemeente een bestuurlijke boete opleggen volgens artikel 18a PW.
Casus 1 Anil en de Werkloosheidswet (28 punten)
Anil heeft een aanvraag gedaan voor een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet
(WW) en die uitkering wordt aan hem verleend. Maar na drie maanden in de WW gaat de
hoogte van de WW naar beneden en vindt Anil het lastig om rond te komen. Een vriend van
hem nodigt hem uit om wat extra bij te verdienen in zijn restaurant. Anil is enthousiast: dat
wil hij wel! Hij neemt zich voor om de extra inkomsten door te geven aan het UWV. Hij
verdient gedurende februari en maart € 3428,- per maand.
Begin april realiseert Anil zich dat hij vergeten is om het UWV op de hoogte te stellen van
zijn extra inkomsten. Hij doet dat alsnog en krijgt een week later een oproep van het UWV
voor een onderzoek in het kader van het toezicht op de naleving van de regels van de WW.
, Opgave 3 (7 punten)
Leg uit of Anil verplicht is de werkzaamheden in het restaurant te melden aan het
UWV.
De informatieplicht is geregeld in artikel 25 WW.
Antil heeft extra bijverdiensten in twee maanden ter hoogte van € 3428,-. Het werken en
betaald krijgen zijn feiten en omstandigheden die invloed hebben op zijn recht, de hoogte of
de duur van zijn WW-uitkering. Antil moet (op grond van artikel 25 WW) aan het UWV op zijn
verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mede delen,
waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de
WW-uitkering.
Ja, hij had deze inkomsten dus zodoende tijdig moeten melden aan het UWV op grond van
artikel 25 WW.
Vervolg Casus 1
Tijdens het inlichtingen gesprek geeft de medewerker van het UWV Anil aan dat er sprake is
van boetewaardig gedrag en stelt het benadelingsbedrag vast op € 2400,- (70% van €
3428,00).
Opgave 4 (7 punten)
Geef aan welke sanctie het UWV aan Anil gaat opleggen.
Artikel 25 WW jo artikel 27a WW
Het UWV zal hem een bestuurlijke boete op grond van artikel 27a WW opleggen wegens het
schenden van de informatieplicht op grond van artikel 25 WW. Antil heeft namelijk nagelaten
te melden dat hij is gaan werken in het restaurant van een vriend en daarmee inkomsten
heeft ontvangen.
Het UWV zal Anil een bestuurlijke boete opleggen op grond van artikel 25 WW jo artikel 27a
WW
Opgave 5 (14 punten)
Beredeneer hoe hoog de sanctie is die door het UWV aan Anil zal worden opgelegd.
Artikel 25 jo 27a WW
Artikel 2 Boetebesluit SZW
Artikel 2a lid 2 sub c Boetebesluit SZW
Artikel 1 jo artikel 4 lid 3 en 4 beleidsregel boete werknemer 2017
Er is sprake van schending van de informatieverplichting van artikel 25 WW door het niet
doorgeven van het verrichten van werkzaamheden. Artikel 27a WW bepaalt dat de
bestuurlijke boete gelijk is aan het benadelingsbedrag. Het UWV heeft het
benadelingsbedrag vastgesteld op € 2400,-
Om de hoogte van de boete te kunnen bepalen moet je eerst de mate van verwijtbaarheid
bepalen op grond van de artikelen in het Boetebesluit SZW en de Beleidsregel boete
werknemer 2017. De gedraging van Anil zal uitkomen op verminderde verwijtbaarheid op
grond van artikel 2a lid 2 sub c boetebesluit SZW.