Vragen NEW week 2 Internationaal recht
1. Welk van de onderstaande stellingen over het decentrale karakter van het
internationale recht is het meest juist?
A. In het internationale recht bestaat geen centrale wetgever, regels vloeien
bijvoorbeeld voort uit verdragen en gewoonte.
B. In het internationale recht bestaat geen centraal gezag om handhavend op te
treden, er is geen gemeenschappelijk leger.
C. In het internationale recht bestaat geen algemeen systeem van verplichte
rechtsmacht, er is geen mondiale rechter.
D. Alle bovenstaande stellingen zijn juist.
2. Voor de doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde gelden
verschillende stelsels. In Nederland geldt een:
A. Monistisch stelsel
B. Dualistisch stelsel
C. Gematigd monistisch stelsel
D. Gematigd dualistisch stelsel
3. Welk orgaan is in Nederland bevoegd om goedkeuring aan een verdrag te
verlenen of te onthouden?
A. De regering
B. De Eerste Kamer
C. De Tweede Kamer
D. De Staten-Generaal
4. Op internationaal niveau kennen we drie soorten samenwerkingsverbanden.
Welke van de volgende opties is geen soort internationaal samenwerkingsverband?
A. Supranationale organisatie.
B. Extra-gouvernementele organisatie.
C. Intergouvernementele organisatie.
D. Non-gouvernementele organisatie.
1. Welk van de onderstaande stellingen over het decentrale karakter van het
internationale recht is het meest juist?
A. In het internationale recht bestaat geen centrale wetgever, regels vloeien
bijvoorbeeld voort uit verdragen en gewoonte.
B. In het internationale recht bestaat geen centraal gezag om handhavend op te
treden, er is geen gemeenschappelijk leger.
C. In het internationale recht bestaat geen algemeen systeem van verplichte
rechtsmacht, er is geen mondiale rechter.
D. Alle bovenstaande stellingen zijn juist.
2. Voor de doorwerking van internationaal recht in de nationale rechtsorde gelden
verschillende stelsels. In Nederland geldt een:
A. Monistisch stelsel
B. Dualistisch stelsel
C. Gematigd monistisch stelsel
D. Gematigd dualistisch stelsel
3. Welk orgaan is in Nederland bevoegd om goedkeuring aan een verdrag te
verlenen of te onthouden?
A. De regering
B. De Eerste Kamer
C. De Tweede Kamer
D. De Staten-Generaal
4. Op internationaal niveau kennen we drie soorten samenwerkingsverbanden.
Welke van de volgende opties is geen soort internationaal samenwerkingsverband?
A. Supranationale organisatie.
B. Extra-gouvernementele organisatie.
C. Intergouvernementele organisatie.
D. Non-gouvernementele organisatie.