Bedrijfseconomie SE4
Hoofdstuk 22; strategische keuzes
Hoofdoelen marketing:
- Informeren van doelgroep
- Creëren van markt
- Winnen van marktaandeel of klantenbehoud
Waardepropositie: belangrijk dat organisatie haar afnemers in
behoefte voorziet;
1. Functionele voordelen van klant (goede kwaliteit, weinig
onderhoud)
2. Verkleinende nadelen voor de klant (minder hoge prijs)
3. Meer emotionele waarde (creëren van een groepsgevoel)
Klantwaarde: de totale waarde van de aankopen van de klant in
periode dat de relatie met klant bestaat klant zo lang mogelijk
behouden
Klantwaardepropositie: alle aspecten van een product waarvoor een
klant wil betalen en bepaalt daarmee de opbrengsten en dus ook
succes van onderneming klant tevredenstellen en onderscheiden
van concurrent
Bedrijfstak bestaat uit bedrijven op dezelfde hoogte in de
bedrijfskolom binnen een bepaalde branche
Vijfkrachtenmodel: model van Porter om de aantrekkelijkheid van
een bedrijfstak te analyseren aantrekkelijkheid van een
bedrijfstak is afhankelijk van; leveranciers, kopers, potentiële
toetreders, substituten en de concurrenten
- Verticale concurrentie: gaat over de onderhandelingsmacht van
leveranciers en kopers
- Horizontale concurrentie: gaat over potentiële toetreders, interne
concurrentie en substituten die strijden om zelfde groep
consumenten
Interne concurrentie is afhankelijk van;
1. Aantal concurrenten; prijs/kwaliteit
2. Productdifferentiatie; mate waarin producten verschillen
3. Markcapaciteit; verhouding vraag en aanbod
Potentiële toetreders;
- Kapitaalintensief; veel kapitaalgoederen nodig in verhouding tot
aantal arbeidskrachten voordat er kan worden geproduceerd
- Schaalvoordelen; bij grotere productie heb je meer grondstoffen
nodig en bij grotere bestellingen sta je sterker in
prijsonderhandelingen
- Distributiekanalen; route die product aflegt naar klant
Substituten: een alternatief product dat het originele product kan
vervangen
Invloed van kopers hangt af van;
1. Prijsgevoeligheid; kopers die liever een lage prijs willen
Hoofdstuk 22; strategische keuzes
Hoofdoelen marketing:
- Informeren van doelgroep
- Creëren van markt
- Winnen van marktaandeel of klantenbehoud
Waardepropositie: belangrijk dat organisatie haar afnemers in
behoefte voorziet;
1. Functionele voordelen van klant (goede kwaliteit, weinig
onderhoud)
2. Verkleinende nadelen voor de klant (minder hoge prijs)
3. Meer emotionele waarde (creëren van een groepsgevoel)
Klantwaarde: de totale waarde van de aankopen van de klant in
periode dat de relatie met klant bestaat klant zo lang mogelijk
behouden
Klantwaardepropositie: alle aspecten van een product waarvoor een
klant wil betalen en bepaalt daarmee de opbrengsten en dus ook
succes van onderneming klant tevredenstellen en onderscheiden
van concurrent
Bedrijfstak bestaat uit bedrijven op dezelfde hoogte in de
bedrijfskolom binnen een bepaalde branche
Vijfkrachtenmodel: model van Porter om de aantrekkelijkheid van
een bedrijfstak te analyseren aantrekkelijkheid van een
bedrijfstak is afhankelijk van; leveranciers, kopers, potentiële
toetreders, substituten en de concurrenten
- Verticale concurrentie: gaat over de onderhandelingsmacht van
leveranciers en kopers
- Horizontale concurrentie: gaat over potentiële toetreders, interne
concurrentie en substituten die strijden om zelfde groep
consumenten
Interne concurrentie is afhankelijk van;
1. Aantal concurrenten; prijs/kwaliteit
2. Productdifferentiatie; mate waarin producten verschillen
3. Markcapaciteit; verhouding vraag en aanbod
Potentiële toetreders;
- Kapitaalintensief; veel kapitaalgoederen nodig in verhouding tot
aantal arbeidskrachten voordat er kan worden geproduceerd
- Schaalvoordelen; bij grotere productie heb je meer grondstoffen
nodig en bij grotere bestellingen sta je sterker in
prijsonderhandelingen
- Distributiekanalen; route die product aflegt naar klant
Substituten: een alternatief product dat het originele product kan
vervangen
Invloed van kopers hangt af van;
1. Prijsgevoeligheid; kopers die liever een lage prijs willen