Leerdoelen Ethologie
Ethologie = gedragsleer
Studie van het gedrag van dieren
Uitleggen wat wordt bedoeld met uitwendige prikkels, inwendige prikkels,
uitwendige prikkel = komen uit de omgeving van een dier
inwendige prikkel = komt uit het lichaam van het dier zelf
sleutelprikkels, fysiologische motivatie
fysiologische motivatie = een inwendige prikkel
sleutelprikkel = prikkels die daadwerkelijk gedrag uitlokken, dieren kunnen niet op alle
prikkels uit de omgeving reageren
Uitleggen hoe uitwendige prikkels worden waargenomen
uitwendige prikkels worden waargenomen met de zintuigen, zoals horen, ruiken, proeven,
zien en voelen
Uitleggen wat wordt bedoeld met het Kindchenschema en supranormale prikkels
Kindchenschema is het uiterlijk van jonge dieren is schattig en hierdoor willen ouders voor
hun jongen zorgen
Supnormale prikkels = prikkels die leiden tot overdreven gedrag
Het verband aangeven tussen drempelwaarde en individuele variatie
Een prikkel moet eerst een bepaalde grens bereiken voordat een dier erop reageert, ofwel
drempelwaarde
Elk dier heeft een andere drempelwaarde, de variatie/verschil in drempelwaarde noem je
individuele variatie
Het verschil tussen aangeboren gedrag, aangeleerd gedrag en geschoold gedrag uitleggen,
en er voorbeelden van geven
Aangeboren(instinctief) gedrag vanaf geboorte aanwezig(genen), erft een dier
Bv een kitten die zich stil houdt als de moeder hem bij het nekvel pakt
Aangeleerd(ervarings) gedrag geleerd door levenservaring
Bv een hamster kan leren hoe een looprad werkt door ervaringen
Geschoold(getraind) gedrag getraind door mensen
Bv een hond die door de mens is aangeleerd o over hindernissen te springen
De termen foerageergedrag, vluchtgedrag en verdedigingsgedrag uitleggen
Foerageergedrag alle gedragingen die te maken hebben met voedsel zoeken
Vluchtgedrag al het gedrag wat een dier laat zien om te vluchten voor gevaar
Verdedigingsgedrag laat een dier zien als het zichzelf wil verdedigt tegen gevaar
Het doel van deze drie gedragingen is overleven al individu.
Uitleggen wat wordt bedoeld met sociaal, territoriaal, comfortgedrag, en rustgedrag
Sociaal gedrag gedrag van soortgenoten naar elkaar
Territoriaal gedrag verdedigen van het leefgebied van een groep dieren of een individueel
dier.
Het doel van deze gedragingen is de populatie behouden.
Comfortgedrag vertoont een dier om zichzelf prettig te voelen
Rustgedrag vertonen ze als ze de behoefte hebben om minder actief te zijn en uit te
rusten.
Voortplantingsgedrag, maternaal en exploratiegedrag uitleggen
Voortplantingsgedrag al het gedrag dat te maken heeft met voortplanting van een dier
Het doel van voortplantingsgedrag is het behouden van het soort.
Maternaal gedrag al het gedrag van moederdieren tegenover hun jongen
Ethologie = gedragsleer
Studie van het gedrag van dieren
Uitleggen wat wordt bedoeld met uitwendige prikkels, inwendige prikkels,
uitwendige prikkel = komen uit de omgeving van een dier
inwendige prikkel = komt uit het lichaam van het dier zelf
sleutelprikkels, fysiologische motivatie
fysiologische motivatie = een inwendige prikkel
sleutelprikkel = prikkels die daadwerkelijk gedrag uitlokken, dieren kunnen niet op alle
prikkels uit de omgeving reageren
Uitleggen hoe uitwendige prikkels worden waargenomen
uitwendige prikkels worden waargenomen met de zintuigen, zoals horen, ruiken, proeven,
zien en voelen
Uitleggen wat wordt bedoeld met het Kindchenschema en supranormale prikkels
Kindchenschema is het uiterlijk van jonge dieren is schattig en hierdoor willen ouders voor
hun jongen zorgen
Supnormale prikkels = prikkels die leiden tot overdreven gedrag
Het verband aangeven tussen drempelwaarde en individuele variatie
Een prikkel moet eerst een bepaalde grens bereiken voordat een dier erop reageert, ofwel
drempelwaarde
Elk dier heeft een andere drempelwaarde, de variatie/verschil in drempelwaarde noem je
individuele variatie
Het verschil tussen aangeboren gedrag, aangeleerd gedrag en geschoold gedrag uitleggen,
en er voorbeelden van geven
Aangeboren(instinctief) gedrag vanaf geboorte aanwezig(genen), erft een dier
Bv een kitten die zich stil houdt als de moeder hem bij het nekvel pakt
Aangeleerd(ervarings) gedrag geleerd door levenservaring
Bv een hamster kan leren hoe een looprad werkt door ervaringen
Geschoold(getraind) gedrag getraind door mensen
Bv een hond die door de mens is aangeleerd o over hindernissen te springen
De termen foerageergedrag, vluchtgedrag en verdedigingsgedrag uitleggen
Foerageergedrag alle gedragingen die te maken hebben met voedsel zoeken
Vluchtgedrag al het gedrag wat een dier laat zien om te vluchten voor gevaar
Verdedigingsgedrag laat een dier zien als het zichzelf wil verdedigt tegen gevaar
Het doel van deze drie gedragingen is overleven al individu.
Uitleggen wat wordt bedoeld met sociaal, territoriaal, comfortgedrag, en rustgedrag
Sociaal gedrag gedrag van soortgenoten naar elkaar
Territoriaal gedrag verdedigen van het leefgebied van een groep dieren of een individueel
dier.
Het doel van deze gedragingen is de populatie behouden.
Comfortgedrag vertoont een dier om zichzelf prettig te voelen
Rustgedrag vertonen ze als ze de behoefte hebben om minder actief te zijn en uit te
rusten.
Voortplantingsgedrag, maternaal en exploratiegedrag uitleggen
Voortplantingsgedrag al het gedrag dat te maken heeft met voortplanting van een dier
Het doel van voortplantingsgedrag is het behouden van het soort.
Maternaal gedrag al het gedrag van moederdieren tegenover hun jongen