LEREN IN ORGANISATIE: ORGANISATIEKUNDE
ARTIKEL UHL-BIEN RELATIONAL LEADERSHIP THEORY: EXPLORING THE SOCIAL
PROCESSES OF LEADERSHIP AND ORGANIZING
INTRODUCTION
Hoewel het concept van relatiegericht gedrag al bestaat sinds de eerste formele onderzoeken naar leiderschap
in organisaties is de term relationeel leiderschap verrassend nieuw. Hierdoor is de betekenis nog onzeker.
De term relationeel betekent dat iemand houdt van mensen en gedijt is in relaties.
Traditioneel onderzoek naar leiderschap onderzoekt gedragsstijlen die relatiegericht zijn, wat attent en
ondersteunend betekent of leiderschapsgedrag gericht op het ontwikkelen van hoge kwaliteit.
Relationele leiderschapstheorie: sociale doelstellingen van leiderschap en organisatie
Vertrouwen, werkrelaties.
In recente ontwikkeling wordt het echter gebruikt om iets heel anders voor relationele leiderschap te
beschrijven namelijk: een kijk op leiderschap en organisatie als menselijke sociale constructies die komen voort
uit de rijke verbindingen en onderlinge afhankelijkheden van organisaties en hun leden
In tegenstelling tot een meer traditionele oriëntatie, die relaties vanuit het standpunt van individuen
beschouwt als onafhankelijke, discrete entiteiten, begint een 'relationele' oriëntatie met processen en niet met
personen, en beschouwt personen, leiderschap en andere relationele realiteiten als gemaakt in processen.
Het tweede, en minder bekende, relationele perspectief beschouwt kennis als sociaal geconstrueerd en sociaal
gedistribueerd, niet als 'mind stuff' die door individuen is geconstrueerd of geaccumuleerd en opgeslagen
Een relationele oriëntatie aannemen betekent erkennen dat organisatorische verschijnselen bestaan in
onderling afhankelijke relaties en intersubjectieve betekenis. Vanuit dit perspectief is weten altijd een proces
van relateren; relateren is een constructief, continu proces van betekenisgeving - een actief relationeel proces
van het creëren van (gemeenschappelijke) inzichten op basis van taal; betekenis kan nooit worden
uitgesproken, en heeft ook geen uiteindelijke oorsprong, ze is altijd bezig met maken; en betekenissen worden
beperkt door sociaal-culturele contexten.
Toegepast op leiderschap, richt een relationele oriëntatie zich niet op het identificeren van kenmerken van
individuen die betrokken zijn bij leiderschapsgedrag of uitwisselingen, maar eerder op de sociale
constructieprocessen waarmee bepaalde inzichten van leiderschap tot stand komen.
THE ENTITY (INDIVIDUAL REALITY) PERSPECTIVE
Entiteitsperspectieven nemen individuele keuzevrijheid aan, dat 'het organisatieleven wordt gezien als het
resultaat van individuele actie'. Individuen worden gezien als 'entiteiten', met een duidelijke scheiding tussen
hun innerlijke zelf en externe omgevingen. Deze individuen worden gezien als "het vermogen om te redeneren,
te leren, te uitvinden, te produceren en te beheren", wat dient als basis voor veronderstellingen dat "de"
realiteit "van management wordt begrepen als individuele creatie en controle van orde.
Studies die aansluiten bij dit perspectief verklaren relaties op basis van de eigenschappen en het gedrag van op
elkaar inwerkende individuen of organisatie.
ARTIKEL UHL-BIEN RELATIONAL LEADERSHIP THEORY: EXPLORING THE SOCIAL
PROCESSES OF LEADERSHIP AND ORGANIZING
INTRODUCTION
Hoewel het concept van relatiegericht gedrag al bestaat sinds de eerste formele onderzoeken naar leiderschap
in organisaties is de term relationeel leiderschap verrassend nieuw. Hierdoor is de betekenis nog onzeker.
De term relationeel betekent dat iemand houdt van mensen en gedijt is in relaties.
Traditioneel onderzoek naar leiderschap onderzoekt gedragsstijlen die relatiegericht zijn, wat attent en
ondersteunend betekent of leiderschapsgedrag gericht op het ontwikkelen van hoge kwaliteit.
Relationele leiderschapstheorie: sociale doelstellingen van leiderschap en organisatie
Vertrouwen, werkrelaties.
In recente ontwikkeling wordt het echter gebruikt om iets heel anders voor relationele leiderschap te
beschrijven namelijk: een kijk op leiderschap en organisatie als menselijke sociale constructies die komen voort
uit de rijke verbindingen en onderlinge afhankelijkheden van organisaties en hun leden
In tegenstelling tot een meer traditionele oriëntatie, die relaties vanuit het standpunt van individuen
beschouwt als onafhankelijke, discrete entiteiten, begint een 'relationele' oriëntatie met processen en niet met
personen, en beschouwt personen, leiderschap en andere relationele realiteiten als gemaakt in processen.
Het tweede, en minder bekende, relationele perspectief beschouwt kennis als sociaal geconstrueerd en sociaal
gedistribueerd, niet als 'mind stuff' die door individuen is geconstrueerd of geaccumuleerd en opgeslagen
Een relationele oriëntatie aannemen betekent erkennen dat organisatorische verschijnselen bestaan in
onderling afhankelijke relaties en intersubjectieve betekenis. Vanuit dit perspectief is weten altijd een proces
van relateren; relateren is een constructief, continu proces van betekenisgeving - een actief relationeel proces
van het creëren van (gemeenschappelijke) inzichten op basis van taal; betekenis kan nooit worden
uitgesproken, en heeft ook geen uiteindelijke oorsprong, ze is altijd bezig met maken; en betekenissen worden
beperkt door sociaal-culturele contexten.
Toegepast op leiderschap, richt een relationele oriëntatie zich niet op het identificeren van kenmerken van
individuen die betrokken zijn bij leiderschapsgedrag of uitwisselingen, maar eerder op de sociale
constructieprocessen waarmee bepaalde inzichten van leiderschap tot stand komen.
THE ENTITY (INDIVIDUAL REALITY) PERSPECTIVE
Entiteitsperspectieven nemen individuele keuzevrijheid aan, dat 'het organisatieleven wordt gezien als het
resultaat van individuele actie'. Individuen worden gezien als 'entiteiten', met een duidelijke scheiding tussen
hun innerlijke zelf en externe omgevingen. Deze individuen worden gezien als "het vermogen om te redeneren,
te leren, te uitvinden, te produceren en te beheren", wat dient als basis voor veronderstellingen dat "de"
realiteit "van management wordt begrepen als individuele creatie en controle van orde.
Studies die aansluiten bij dit perspectief verklaren relaties op basis van de eigenschappen en het gedrag van op
elkaar inwerkende individuen of organisatie.