Theorie = bedachte (hoeft niet geheel) constructie van de werkelijkheid
Wat is = werkelijkheid = empirie
Materieel vs. sociaal
Gedrag (individueel/collectief)
Meningen/percepties (individueel/collectief)
Instituties (extern, beperken/beïnvloeden gedrag/meningen)
Empirische benadering = hoe de wereld er feitelijk uitziet (wat/hoe/waarom) – feiten
Normatieve benadering = hoe de wereld er (wenselijk) uit zou moeten zien – waarden
Empirisch: wat is? Normatief: wat is wenselijk?
- Feiten (materieel & sociaal) - Waarden, morele posities
1) Beschrijven 1) Evalueren (goed/fout)
2) Verklaren 2) Voorschrijven (prescriptie)
3) Begrijpen
4) [Verklaren]
Verzameling en analyse van Filosofie, ethiek
observaties/waarnemingen (‘data’)
Theorie is samenhangend geheel van denkbeelden/uitspraken op relatief hoog abstractieniveau
└ Benadering = manier van kijken/perspectief
De empirische cyclus:
Concept = mental image, gedachtenconstructie, bouwstenen van theorie
Hypothese = specifieke verwachting die kan worden getoetst a.d.h.v. de empirie
└ Verificatie of falsificatie
Kenmerken goede concepten:
1) Duidelijk (clear & coherent)
2) Logisch consistent (zowel intern & extern)
3) Bruikbaar (mogelijk te operationaliseren)
Concept (als abstract idee) ≠ definitie (talige omschrijving) ≠ attribuut (eigenschap toe te
voegen aan concept)
, Sartori: ‘ladder of abstraction’: hoe specifieker (meer attributen), des te minder abstract een
concept, maar dan ook minder breed toepasbaar/bruikbaar
HC3 Inleiding Politieke Wetenschap: Epistemologie & ontologie (04/11)
‘Wetenschappelijk’: geordende kennis o.b.v. systematisch onderzoek
Ontologie = wanneer/in welke hoedanigheid bestaat iets? Is there a ‘real’ world ‘out there’? (zijnsleer)
Epistemologie = hoe kunnen we daar weet van hebben? Wat is kennis? (kennisleer)
Ontologische/epistemologische posities zijn onderdeel van je karakter
└ ‘a skin not a sweater’ – positie altijd aanwezig, onvermijdelijk, expliciet anders impliciet
Wetenschapsfilosofen stellen dat onderzoekers werken volgens een bepaald (vaak impliciet)
wereldbeeld, paradigma = set van ideeën en aannemen over de (sociale) realiteit en kennis (visie)
└ bevat ‘universeel erkende wetenschappelijk prestaties die, een tijd lang,
modelproblemen en oplossingen bieden voor een onderzoekersgemeenschap’ (Kuhn)
└ Onderliggende set van aannames onder ontologische/epistemologische positie
Door Copernicus’ visie over heliocentrisch zonnestelsel veranderde paradigma
Paradigma/wereldbeeld → benadering → theorie (grand/mid-range theory) → hypothese
(concrete stelling) [steeds specifieker]
Ontologie: foundationalisme/objectivisme/realisme vs. anti-foundationalisme/constructivisme/relativisme
Foundationalisme = ‘echte wereld’ bestaat ‘out there’, onafhankelijk van onze kennis ervan
Anti-foundationalisme = ‘echte wereld’ (die wel bestaat) is sociaal geconstrueerd
Epistemologie: positivisme/realisme (explanation) vs. interpretivisme (understanding)
└ Dubbele hermeneutiek: interpretatie van andermans interpretatie
Positivisme: de wereld bestaat onafhankelijk van onze kennis ervan
└ Met de fysieke werkelijkheid, de sociale werkelijkheid proberen te verklaren
Interpretivisme: wereld is sociaal geconstrueerd; bepaald door o.a. taal
└ Generalisatie: hopen? dat een specifiek geval leidt tot algemeen beeld
Kritisch realisme: ontologisch positivistisch & epistemologisch interpretivistisch
└ Meer dubbelzinnig; vruchtbaar, maar daardoor ook kwetsbaar (vluchtweg)
Wat volgt wat? → kip-ei verhaal, in boek (LMS) eerst ontologie dan epistemologie
Kwantitatief onderzoek = ‘iets’ met statistiek, cijfermatig
Inductief = theorievormend & deductief = theorie toetsend
Kwalitatief onderzoek is arbeidsintensiever → beperkt aantal cases, kleine N
Kwantitatief Kwalitatief
Meting cijfers/getallen Woorden/taal
Deductief/theorie toetsend Inductief/theorievormend
Positivistisch Interpretatief
Objectivistisch: kenbare externe Constructivistisch: werkelijkheid ‘resultaat’
werkelijkheid sociaal handelen
Kwalitatief politicologisch onderzoek:
- Inductief
- Holistisch, context-gevoleig
- Intensief-beschrijvend (thick description)
- Empathic neutrality: begripvolle houding