Periodeweek 1 .............................................................................................................................. 1
Literatuur: H14 stad en samenleving in verandering ................................................................... 1
Hoorcollege: ............................................................................................................................ 1
Periodeweek 2 .............................................................................................................................. 5
Literatuur: H5 een typologie van stadsplattegronden ................................................................. 5
Oefenvragen bij hoorcollege 1 ................................................................................................... 6
Hoorcollege: ............................................................................................................................ 6
Periodeweek 4 ............................................................................................................................ 11
Literatuur: H7 de systemen van openbare ruimte .................................................................... 11
oefenvragen bij hoorcollege 2 .................................................................................................. 13
Hoorcollege 3 ........................................................................................................................ 14
Tentamen vragen (door studenten) ....................................................................................... 19
Periodeweek 5 ............................................................................................................................ 20
Literatuur: H4 stedelijk Ensemble ........................................................................................... 20
Hoorcollege 4 ........................................................................................................................ 20
Periodeweek 6 ............................................................................................................................ 26
Vragen bij vorige college .......................................................................................................... 26
Quiz: van vandaag:.................................................................................................................. 27
Hoorcollege ........................................................................................................................... 28
Periodeweek 7: stad als sociaal domein ...................................................................................... 32
Hoorcollege ........................................................................................................................... 32
Periodeweek 8: Klimaar in de stad ............................................................................................... 36
Hoorcollege ........................................................................................................................... 36
Leerdoelen per hoofdstuk + uitwerking: .......................................... Error! Bookmark not defined.
ALGEMENE LEERDOELEN EN TOETSCRITERIA ............................... Error! Bookmark not defined.
,Periodeweek 1
Literatuur: H14 stad en samenleving in verandering
- Het ‘programma’ van de stad = bestaansreden van de stad: mensen gaan in een stad wonen omdat iets
hen daartoe aantrekt (verschillende factoren of combinatie daarvan) > bedrijven met vestigen
- In de uitwerking van het idee van ‘de functionele Stad’ heeft vijf hoofdkenmerken:
1. Functiescheiding
2. Tegengaan van metropoolvorming; bevorderen van stedelijke spreiding
3. Samenhang van stedenbouw en volkshuisvesting
4. Accent op nationaal wegennetwerk; achterblijven van regionale netwerken
5. Bewerking en beheersing van natuur en landschap
- Het antropoceen: het tijdperk waarin de fysieke toestand van de aarde ingrijpend beïnvloed wordt en
verandert door toedoen van menselijk ingrijpen
→ sinds tweede industriële revolutie
- Metropool = moederstad: stad die middelpunt vormt van een regio op politiek, wetenschappelijk, cultureel
en sociaal niveau.
- Kortom, er is sprake van een veranderende maat schappelijke context, die leidt tot nieuwe steden
bouwkundige opgaven, waaruit vervolgens de vraag voortvloeit wat dit betekent voor de steden
bouwkundige discipline.
- In de stad komt alles samen
Hoorcollege:
Leerdoelen: (antwoorden staan in literatuur)
- Kan een globaal beeld schetsen van de ontwikkeling van Nederlandse steden vanaf ca. 1650 tot nu
- Kan uitleggen wat wordt bedoeld met ‘stedelijk programma’ en kan hier voorbeelden van geven
- Kan een overzicht geven van de belangrijkste ontwikkelingen in het ruimtegebruik van na WO II tot heden
- Heeft een actueel beeld van relevante trends en ontwikkelingen in ‘de stad van morgen’
• Literatuur is leidraad voor toets en hoorcollege vult dit aan > lees het voor college
• Als je leerdoelen beheerst komt het wel goed.
• Meerkeuze en open vragen
• Wat is stedenbouwkunde?: het vakgebied (onderdeel van bouwkunde), dat onderzoek doet naar
wenselijke en mogelijke ontwikkelingen voor bestaande en nieuw in te richten gebieden inclusief de
openbare ruimte.
→ het gaat niet alleen over ontwerpen maar ook over onderzoeken. > om hiermee te ontwerpen
→ het nadenken en inrichten van een plek > vol = stad, minder vol = landschappelijk
• Invloeden op stedenbouwkunde:
1. Onderzoek en ontwerp
2. Stad en landschap
3. Bebouwd gebied en onbebouwd gebied (openbare ruimte)
4. Fysieke omgeving en sociale omgeving = op basis van behoefte van samenleving wordt ontworpen
5. Verleden – heden – toekomst = stad is nooit af > je voegt telkens nieuwe laag toe
1
,• Waarom willen we wonen in de stad (deriot)? we hebben de neiging om ernaartoe te trekken om
verschillende redenen die in onze behoeftes voorzien.
→ vroeger was programma van stad niet zo goed dat het allemaal in behoeftes kon voorzien
• Wat is het programma van de stad: wat zijn de functies van de stad: redenen waarom iemand er wil wonen
→ stad = vorm + functie
• Stedelijk programma = bestaansreden van de stad: Je hebt verschillende dingen nodig in een stad:
= veranderd continu door wensen, maatschappelijke ontwikkelingen, enzovoort
- Wonen
- Werk
- Recreatie
- Cultuur
- Vervoer
- zorg
• stedenbouw = de opkomst van de functionele(welvaart)stad
• ontwikkeling van de Europese stad: architect Price vat stedelijk evolutie samen in drie soorten ei in
chronologische volgorde: city as an egg:
1. gekookt ei = middeleeuwen: historische stad
→ stappeling van functies:
- dichtbevolkt, compact centrum, beschermd door verdedigingsmuren.
- stadsplattegronden waren ontworpen op basis van veiligheid: stad > stadsmuur > gracht
- Van de oirdeningh der steden (1600): handboek ideaal stad > voor gezonder leven
→ water als levensader, verdedigingswerken en markten voor handel.
→ inspiratie voor aanleg/uitbreiding hollandse steden
- einde middeleeuwse stad: industriële revolutie = modernisering wapens = kanonkracht maakte
stadsmuren overbodig
> steden konden niet meer groeien, bevolking deed dit wel = niet meer leefbaar = muren weg
= hier parken gebouwd als ontwikkelingslocatie voor woningbouw gegoede burgerij
2. gepocheerd oei = industriële revolutie (1700-1900): industriële stad
→ functiemenging: mening van wonen en werken (in dezelfde blokken, voor interactie/ geen vervoer)
- overgang historisch > industriële stad: bouw van fabrieken, bedrijven en arbeidswijken als
nieuwe vormen van stadsuitbreiding = slechte gezondheidsomstandigheden
- de kern behoudt zijn oude functie als het belangrijkste gebied waar de macht is gevestigd, maar
eromheen zijn groeiende ringen woonwijken, bedrijventerreinen en infrastructuurnetwerken die
nutsvoorzieningen en transport leveren.
3. roerei = moderne tijd (WOII tot nu): functionele stad
→ functiescheiding: wonen en werken apart, ondersteunt door transport (in aparte blokken)
- overgang gepocheerd ei naar roerei: Maar het centrum kan niet standhouden. de kern van de
stad wordt overweldigd door zijn eigen groei = kern van stad stort in.
- het is er te druk en mensen gaan naar plekken buiten de stad verhuizen omdat het door auto's nu
veel handiger ( goedkoper en fijner) is om te wonen, werken en winkelen bij de buitenste wegen dan
in het drukke stadscentrum = randstad
- = meest relevante vorm van stedelijke ontwikkeling vandaag de dag.
- overgang industriële stad naar functionele stad: de neergang van traditionele industriële activiteiten
in stadscentra en de opkomst van nieuwe vormen van economische en sociale organisatie/technologie.
= verschuiving van stedelijke planning en ontwikkeling:
- plan van functiescheiding in Amsterdam: AUP = algemeen uitbreidingsplan, door van Eesteren
- = functionele stad: niet langer organisch gegroeid (eerste fases), vanaf ideeën over stedenbouw
functioneel gepland: maakbaar
→ later bleek dat mensen niet alles laten plannen door overheid.
2
, • 5 hoofdkenmerken van de functionele stad:
1. functiescheiding = strikte scheiding tussen stedelijke functies wonen, werken, verkeer en recreatie.
→ voordelen voor gezondheid en efficiëntie, nadelen reistijd en sommige gebieden niet aantrekkelijk meer
2. tegengaan van metropoolvorming en bevorderen van stedelijke spreiding = onbeheerste groeiende stad met grote omvang
voorkomen zodat er geen problemen ontstaan op gebied van verkeer, economie,.. door opstellen van nota’s
3. samenhang van stedenbouw en volkshuisvesting = dichtheid van aantal woningen
- overheid hield greep op woningproductie om spreiding te realiseren en om groei van grote gemeenten af te remmen werden
‘groeikernen’ aangewezen = stad of plaats die als overloop dient voor overvolle stad.
= bestaande steden liepen leeg en inwoners spreiden zich over land
= gebundelde deconcentratie
→ uiterlijk: bloemkoolwijk = woonwijken in groeikernen in vorm van bloemkolen = voordelig voor verkeer
- urbaan = stedelijk
- sub urbaan = beetje stedelijk > industriële naar functionele stad
- ruraal = landelijk
4. Accent op nationaal wegennetwerk; achterblijven van regionale netwerken = poging om beleid voor ruimtelijke ordening en
wegenbeleid af te stemmen
- afstemming vond plaats op A wegen = N wegen die steden verbinden kregen minder aandacht
- ontwikkeling wegen zijn niet gelijk opgegaan met ontwikkeling van steden en zijn nu overbelast
5. bewerking en beheersing van natuur en landschap: nu bouwen we overal waar we willen, we zorgen hiervoor met machines
- voortborduren op traditie van inpolderen tot bruikbaar land, door industriële revolutie
- hierdoor enorme schaalvergroting en uitbreiding van bv landbouwgebieden/ verbinding tussen gebieden
= was gunstig voor spreiden van economische en stedelijke ontwikkeling
• kritiek op functionele stad:
- gericht op auto daardoor ten koste van bruikbaarheid
- binnenstadbeleving: kil, sfeerloos, onherbergzaam
- milieu en visserij: wilde geen inpoldering en protesteerde
- einde van de moderne stedenbouw: kritieken op functionele ‘zielloze karakter’ en door afnamen
van industriële samenleving. grote industrieën werden kleiner of verdwenen waardoor er minder
behoefte was aan grote stukken grond voor deze activiteiten
• Tweede modernisering = niet meer 1 centrum = poli centrisch opgebouwd
= er heeft enorme schaalsprong plaatsgevonden. (klein > groter > poli centrisch)
= heeft consequenties over nadenken programma van de stad
• werkgelegenheid veranderd = programma van stad veranderd
• metropool: zeer grote stad met bijgelegen stedelijke gebieden waaronder voorsteden
• de moderne ‘metropool’ = netwerk stad = verbind alles met elkaar (door infra netwerken) en is poly
centrisch opgebouwd, waardoor het 1 geheel vormt
• tapijtmetropool = stedelijk gebied gebaseerd op lapjesdeken waarin elk gebiedje een eigen specifiek
karakter heeft
= 'grijze' gebieden transformeren tot duidelijke plekken > gebieden langs A4 veranderen: non-plek in plek
= dat winkelcentrum onder grote brug met snelweg eroverheen
• fragmentarische stad = plekken die eerst aan rand lagen liggen nu in steden
4. toekomst: wat voor ei? hangt af van toekomstige vervoerskosten, onbetaalbaar = geen roerei
- Grote steden, die leiden tot kleinere, dichtere metropolen?
- vervoer op basis van hernieuwbare energiebronnen succesvol genoeg om steden in staat te stellen
zich verder uit te strekken in de steeds zeldzamer wordende open ruimte van de aarde?
- meer ruimtelijke kwaliteit gewenst, 3 kwaliteiten:
1. duurzame esthetische kwaliteit = Ongenoegen met de vaak armoedige esthetische kwaliteit
2. duurzame functionele kwaliteit = Veranderende bevolkingssamenstelling en leefstijlen bleken moeilijk inpasbaar
3. duurzame constructieve kwaliteit = meer duurzame stedenbouw, met aandacht voor inpassing in het landschap,
minder verspilling van grondstoffen
• hoe ziet de stad van morgen eruit? benoem enkele belangrijke TRENDS in de samenleving die relevant zijn
voor het ontwerp/inrichting van de stad?
- klimaatbewust
- veranderingen in economie > circulair bouwen
3