Aantekeningen
handschriftonderwijs
Samenvatting thema 7
Les 1: Het belang van schrijfonderwijs, pengreep en zithouding
Van handschriftonderwijs zijn er geen kerndoelen. In kerndoel 8 en 9 wordt schrijven wel benoemd.
beter denken, onthouden, betere motoriek
Juiste schrijfwijzes:
- driepuntsgreep
- vierpuntsgreep
- duimovergreep
- al la ronde
Vaardigheden voor de goede pengreep; gecontroleerde handfuncties:
Lateralisatie: ontwikkeling motorische vaardigheden, niet meer symmetrische bewegingen.
Lateralisatie is nodig voor schrijven, groep 3 leerlingen kunnen hierdoor moeite krijgen met schrijven
als de lateralisatie fase nog niet is aangebroken.
Dynamische driepuntsgreep: schrijven met vingers in plaats van de onderarm
Statische pengreep: vingers en soms pols bewegen niet tijdens het schrijven
, Pendruk: kracht waarmee iemand op zijn pen drukt.
Greepdruk: kracht waarmee iemand in zijn pen drukt.
Posities van de hand:
- Hand onder schrijfregel, meestal bij rechtshandigen
- Hand ligt boven schrijfregel en kromt (bokkenpootje), vaak bij linkshandigen
- Hand ligt op de schrijfregel (veegpositie voor linkshandigen)
De overige hand vormt een soort haventje waaruit wordt geschreven.
Les 2: Voorbereidend schrijven
Voorwaarden om te kunnen leren schrijven:
1. Aanleren zithouding
2. Aanleren penhouding
3. Kennismaken en oefenen schrijfmaterialen
4. Sporen en patronen maken
5. Het letteren
6. Werken met vormingseisen
7. Handvoorkeur
Zithouding
- Evenwicht houden
- Spierkracht rug en buik
- Zittijd langzaam opbouwen
- Bij onvoldoende rompbalans zie je jonge kinderen steun zoeken bij tafel
Pengreep
- Veel dynamische fijnmotorische activiteiten (bijvoorbeeld tolletje)
- Spelenderwijs handfunctie oefenen
- Tussen 4 en 6 jaar: asymetrische motoriek handbeweging
- Leren door imiteren (leerkracht heeft voorbeeldfunctie)
- Werken met dikker materiaal (bijvoorbeeld wasco)
Kennismaken en oefenen schrijfmaterialen
- Veel verschillende materialen
- Tegenstellingen ervaren
- Pengreep leren doseren
- Doelgericht hanteren van materiaal
Sporen en patronen maken
- Bewegingservaring opdoen
- Grafomotorisch werken: het accent ligt op bewegen; weinig aandacht voor vormgeving
Letteren: werken met letters, zonder schrijven (letterherkenning)
- Richten op waarneming en productie
- Leren schrijven vraagt instructie
- Voorbeelden: magneetjes, tijdschrift, klei, hamertje tik
Werken met vormgevingseisen:
handschriftonderwijs
Samenvatting thema 7
Les 1: Het belang van schrijfonderwijs, pengreep en zithouding
Van handschriftonderwijs zijn er geen kerndoelen. In kerndoel 8 en 9 wordt schrijven wel benoemd.
beter denken, onthouden, betere motoriek
Juiste schrijfwijzes:
- driepuntsgreep
- vierpuntsgreep
- duimovergreep
- al la ronde
Vaardigheden voor de goede pengreep; gecontroleerde handfuncties:
Lateralisatie: ontwikkeling motorische vaardigheden, niet meer symmetrische bewegingen.
Lateralisatie is nodig voor schrijven, groep 3 leerlingen kunnen hierdoor moeite krijgen met schrijven
als de lateralisatie fase nog niet is aangebroken.
Dynamische driepuntsgreep: schrijven met vingers in plaats van de onderarm
Statische pengreep: vingers en soms pols bewegen niet tijdens het schrijven
, Pendruk: kracht waarmee iemand op zijn pen drukt.
Greepdruk: kracht waarmee iemand in zijn pen drukt.
Posities van de hand:
- Hand onder schrijfregel, meestal bij rechtshandigen
- Hand ligt boven schrijfregel en kromt (bokkenpootje), vaak bij linkshandigen
- Hand ligt op de schrijfregel (veegpositie voor linkshandigen)
De overige hand vormt een soort haventje waaruit wordt geschreven.
Les 2: Voorbereidend schrijven
Voorwaarden om te kunnen leren schrijven:
1. Aanleren zithouding
2. Aanleren penhouding
3. Kennismaken en oefenen schrijfmaterialen
4. Sporen en patronen maken
5. Het letteren
6. Werken met vormingseisen
7. Handvoorkeur
Zithouding
- Evenwicht houden
- Spierkracht rug en buik
- Zittijd langzaam opbouwen
- Bij onvoldoende rompbalans zie je jonge kinderen steun zoeken bij tafel
Pengreep
- Veel dynamische fijnmotorische activiteiten (bijvoorbeeld tolletje)
- Spelenderwijs handfunctie oefenen
- Tussen 4 en 6 jaar: asymetrische motoriek handbeweging
- Leren door imiteren (leerkracht heeft voorbeeldfunctie)
- Werken met dikker materiaal (bijvoorbeeld wasco)
Kennismaken en oefenen schrijfmaterialen
- Veel verschillende materialen
- Tegenstellingen ervaren
- Pengreep leren doseren
- Doelgericht hanteren van materiaal
Sporen en patronen maken
- Bewegingservaring opdoen
- Grafomotorisch werken: het accent ligt op bewegen; weinig aandacht voor vormgeving
Letteren: werken met letters, zonder schrijven (letterherkenning)
- Richten op waarneming en productie
- Leren schrijven vraagt instructie
- Voorbeelden: magneetjes, tijdschrift, klei, hamertje tik
Werken met vormgevingseisen: