WEEK 2 VOORONDERZOEK (OPSPORINGSONDERZOEK EN ONDERZOEK
DOOR DE RECHTER-COMMISSARIS)
Inleiding
Deze week verdiepen we ons in het vooronderzoek. Dit is de fase die aan het onderzoek ter
terechtzitting vooraf gaat. Binnen het vooronderzoek onderscheiden we het
opsporingsonderzoek en het onderzoek door de rechter-commissaris.
Het opsporingsonderzoek wordt uitgevoerd door opsporingsambtenaren (artikel 141 Sv)
onder leiding van de officier van justitie. In elke strafzaak vindt een opsporingsonderzoek
plaats. Dat onderzoek is er op gericht te achterhalen wat er precies is gebeurd; het
opsporingsonderzoek is gericht op waarheidsvinding. Een opsporingsonderzoek wordt in
veruit de meeste gevallen ingesteld naar aanleiding van een redelijk vermoeden dat een
strafbaar feit is begaan. Dit is wat Mevis noemt het klassieke domein in de opsporing. Het is
echter niet altijd noodzakelijk dat al een concreet strafbaar feit is begaan. Om ook de
georganiseerde criminaliteit te kunnen bestrijden heeft de wetgever de uitoefening van
bijzondere opsporingsbevoegdheden mogelijk gemaakt om onderzoek in te kunnen stellen
naar aanleiding van een redelijk vermoeden dat in georganiseerd verband zwaardere
misdrijven worden beraamd of gepleegd. Meer recent heeft de wetgever het mogelijk
gemaakt een aantal bijzondere opsporingsbevoegdheden aan te wenden ook als er slechts
aanwijzingen zijn dat een terroristisch misdrijf is of zal worden gepleegd.
In het opsporingsonderzoek maken de met opsporing belaste ambtenaren gebruik van
allerhande opsporingsmethoden en opsporingsbevoegdheden. Nu veelal sprake is van
vergaande overheidsbevoegdheden die inbreuk maken op grond- en mensenrechten van
burgers, is art 1 Sv voor de opsporing van groot belang: art 1 Sv heeft normerende werking.
Enkele opsporingsmethoden zullen deze week de revue passeren; volgende week worden
de verschillende bevoegdheden in het kader van de opsporing in detail besproken. De
opsporingsambtenaren leggen hun bevindingen – de resultaten van het
opsporingsonderzoek – vast in een proces-verbaal (art. 152 Sv). De OvJ zal vervolgens een
beslissing moeten nemen wat er verder met de zaak moet gebeuren. Zal hij verdachte al dan
niet vervolgen? Is de zaak gereed om verdachte voor de strafrechter te brengen? Hij kan ook
eerst besluiten de rechter-commissaris te vorderen onderzoek te verrichten; denk daarbij
bijvoorbeeld aan het horen van getuigen. Ook de verdachte kan de rechter-commissaris
verzoeken onderzoek te doen. De bevoegdheden van de rechter-commissaris worden
beschreven in Titel III van het tweede boek van het Wetboek van Strafvordering (art. 181 e.v.
WvSv).
De rechter-commissaris heeft ook vaak een machtigende rol vooraf, bij de toepassing van
ingrijpende dwangmiddelen, denk daarbij bijvoorbeeld aan het doorzoeken van een woning
of het plaatsen van een telefoontap. Ook nog nadat het onderzoek van de zaak op de
terechtzitting al is aangevangen, kan de zaak verwezen worden naar de rechter-commissaris
voor nader onderzoek.
Op 1 januari 2013 is de Wet versterking positie rechter-commissaris in werking treden. Deze
wet strekt ertoe de positie van de rechter-commissaris in het vooronderzoek in strafzaken te
versterken.
Literatuur
Capita Strafrecht, P.A.M. Mevis:
- Hoofdstuk 7, paragraaf V – VI.4.2 en XI (pag. 274 – 284 en 320 – 322);
- Hoofdstuk 8, paragraaf II – III en IX.1 – IX.3.2 (pag. 328 – 332 en 364 – 374);
- Hoofdstuk 9, paragraaf II – VI.1.3 en paragraaf X (pag. 394 – 418 en 446 – 452)
, Leerdoelen
Na bestudering van dit onderwerp kan de student:
de verschillende fasen in het strafproces en de betekenis van het vooronderzoek – het
opsporingsonderzoek en het onderzoek door de rechter-commissaris – voor het
strafproces als geheel toelichten;
vooronderzoek is altijd een voorbereidend onderzoek, 132 Sv. Als je wilt weten of
iets valt onder het voorbereidend onderzoek kijk dan naar dit artikel. Het doel van
dit onderzoek is de waarheid boven tafel krijgen. Het opsporingsonderzoek
betekent dat er een redelijk vermoeden van schuld is en de politie dan onder leiding
van de OvJ een onderzoek gaat verrichten. Het doel hiervan is het nemen van
strafvorderlijke beslissingen.
Het onderzoek door de RC: deze is slechts incidenteel betrokken bij het
opsporingsonderzoek en ziet meer toe op het onderzoek en is als een waarborg
voor het onderzoek (170 lid 2 Sv). Maar als hij erbij betrokken is dan kan hij op
vordering van de OvJ (181 lid 1 Sv) of op verzoek van verdachte (182 lid 1 Sv) maar
ook ambtshalve (182 lid 7 Sv) onderzoek verrichten, dit kan bijvoorbeeld zijn;
getuigen horen. Ook dient de RC te waken over de voortgang van het
opsporingsonderzoek 180 lid 1 Sv. De RC is een rechter.
uitleggen hoe een opsporingsonderzoek kan starten, daarbinnen verschillende
opsporingsmethoden herkennen en deze toetsen aan artikel 1 Wetboek van
Strafvordering;
dit kan beginnen bij een redelijk vermoeden van schuld?
de onderverdeling in de drie domeinen van opsporing uitleggen;
de onderverdeling is als volgt:
1. het redelijk vermoeden dat een strafbaar feit is begaan.
2. het redelijk vermoeden dat in georganiseerd verband ernstige misdrijven
worden beraamd of gepleegd.
3. aanwijzingen van een terroristisch misdrijf.
de rol, de positie en de taken en bevoegdheden van de rechter-commissaris in het
vooronderzoek toelichten;
zie leerdoel 1.
de rechten van een verdachte, met name rondom diens verhoor, toelichten en toepassen
aan de hand van een casus.
Onschuldpresumptie, 6 lid 2 EVRM (de opsporingsambtenaren moeten ervoor
zorgen dat alle feiten worden bekeken en als blijkt dat hij niet de verdachte of
dader is moet dit worden gezegd. Dit draagt bij aan het voorkomen dat een
onschuldige wordt veroordeeld.
Recht op informatie en op kennisneming van processtukken, 6 EVRM en 30 tot
en met 34 SV.
Recht te worden gehoord, algemeen in 35 Sv. Ook het laatst woord hoort
hierbij, 311 lid 4 Sv. Verder ook nog 257c lid 1 Sv van toepassing.
Aanspraak op vertaling en vertolking, 275 Sv, 27 lid 4 Sv.
Bijstand door een raadsman, (28 Sv, 38 Sv.)Nog niet gecodificeerd want
iedereen heeft vanaf arrest Salduz dat er een recht is op bijstand. Dit is bij het
politieverhoor. De politie moet zeggen dat jij hier recht op hebt maar jij kan er
ook afstand van doen.
Voortvarendheid (zorgen dat de vaart erin blijft), 36 Sv.
Onderzoeksafdelingen laten verrichten, 182 lid 1 Sv.
Geen medewerking aan de eigen veroordeling, 14 onder g IVBPR.
DOOR DE RECHTER-COMMISSARIS)
Inleiding
Deze week verdiepen we ons in het vooronderzoek. Dit is de fase die aan het onderzoek ter
terechtzitting vooraf gaat. Binnen het vooronderzoek onderscheiden we het
opsporingsonderzoek en het onderzoek door de rechter-commissaris.
Het opsporingsonderzoek wordt uitgevoerd door opsporingsambtenaren (artikel 141 Sv)
onder leiding van de officier van justitie. In elke strafzaak vindt een opsporingsonderzoek
plaats. Dat onderzoek is er op gericht te achterhalen wat er precies is gebeurd; het
opsporingsonderzoek is gericht op waarheidsvinding. Een opsporingsonderzoek wordt in
veruit de meeste gevallen ingesteld naar aanleiding van een redelijk vermoeden dat een
strafbaar feit is begaan. Dit is wat Mevis noemt het klassieke domein in de opsporing. Het is
echter niet altijd noodzakelijk dat al een concreet strafbaar feit is begaan. Om ook de
georganiseerde criminaliteit te kunnen bestrijden heeft de wetgever de uitoefening van
bijzondere opsporingsbevoegdheden mogelijk gemaakt om onderzoek in te kunnen stellen
naar aanleiding van een redelijk vermoeden dat in georganiseerd verband zwaardere
misdrijven worden beraamd of gepleegd. Meer recent heeft de wetgever het mogelijk
gemaakt een aantal bijzondere opsporingsbevoegdheden aan te wenden ook als er slechts
aanwijzingen zijn dat een terroristisch misdrijf is of zal worden gepleegd.
In het opsporingsonderzoek maken de met opsporing belaste ambtenaren gebruik van
allerhande opsporingsmethoden en opsporingsbevoegdheden. Nu veelal sprake is van
vergaande overheidsbevoegdheden die inbreuk maken op grond- en mensenrechten van
burgers, is art 1 Sv voor de opsporing van groot belang: art 1 Sv heeft normerende werking.
Enkele opsporingsmethoden zullen deze week de revue passeren; volgende week worden
de verschillende bevoegdheden in het kader van de opsporing in detail besproken. De
opsporingsambtenaren leggen hun bevindingen – de resultaten van het
opsporingsonderzoek – vast in een proces-verbaal (art. 152 Sv). De OvJ zal vervolgens een
beslissing moeten nemen wat er verder met de zaak moet gebeuren. Zal hij verdachte al dan
niet vervolgen? Is de zaak gereed om verdachte voor de strafrechter te brengen? Hij kan ook
eerst besluiten de rechter-commissaris te vorderen onderzoek te verrichten; denk daarbij
bijvoorbeeld aan het horen van getuigen. Ook de verdachte kan de rechter-commissaris
verzoeken onderzoek te doen. De bevoegdheden van de rechter-commissaris worden
beschreven in Titel III van het tweede boek van het Wetboek van Strafvordering (art. 181 e.v.
WvSv).
De rechter-commissaris heeft ook vaak een machtigende rol vooraf, bij de toepassing van
ingrijpende dwangmiddelen, denk daarbij bijvoorbeeld aan het doorzoeken van een woning
of het plaatsen van een telefoontap. Ook nog nadat het onderzoek van de zaak op de
terechtzitting al is aangevangen, kan de zaak verwezen worden naar de rechter-commissaris
voor nader onderzoek.
Op 1 januari 2013 is de Wet versterking positie rechter-commissaris in werking treden. Deze
wet strekt ertoe de positie van de rechter-commissaris in het vooronderzoek in strafzaken te
versterken.
Literatuur
Capita Strafrecht, P.A.M. Mevis:
- Hoofdstuk 7, paragraaf V – VI.4.2 en XI (pag. 274 – 284 en 320 – 322);
- Hoofdstuk 8, paragraaf II – III en IX.1 – IX.3.2 (pag. 328 – 332 en 364 – 374);
- Hoofdstuk 9, paragraaf II – VI.1.3 en paragraaf X (pag. 394 – 418 en 446 – 452)
, Leerdoelen
Na bestudering van dit onderwerp kan de student:
de verschillende fasen in het strafproces en de betekenis van het vooronderzoek – het
opsporingsonderzoek en het onderzoek door de rechter-commissaris – voor het
strafproces als geheel toelichten;
vooronderzoek is altijd een voorbereidend onderzoek, 132 Sv. Als je wilt weten of
iets valt onder het voorbereidend onderzoek kijk dan naar dit artikel. Het doel van
dit onderzoek is de waarheid boven tafel krijgen. Het opsporingsonderzoek
betekent dat er een redelijk vermoeden van schuld is en de politie dan onder leiding
van de OvJ een onderzoek gaat verrichten. Het doel hiervan is het nemen van
strafvorderlijke beslissingen.
Het onderzoek door de RC: deze is slechts incidenteel betrokken bij het
opsporingsonderzoek en ziet meer toe op het onderzoek en is als een waarborg
voor het onderzoek (170 lid 2 Sv). Maar als hij erbij betrokken is dan kan hij op
vordering van de OvJ (181 lid 1 Sv) of op verzoek van verdachte (182 lid 1 Sv) maar
ook ambtshalve (182 lid 7 Sv) onderzoek verrichten, dit kan bijvoorbeeld zijn;
getuigen horen. Ook dient de RC te waken over de voortgang van het
opsporingsonderzoek 180 lid 1 Sv. De RC is een rechter.
uitleggen hoe een opsporingsonderzoek kan starten, daarbinnen verschillende
opsporingsmethoden herkennen en deze toetsen aan artikel 1 Wetboek van
Strafvordering;
dit kan beginnen bij een redelijk vermoeden van schuld?
de onderverdeling in de drie domeinen van opsporing uitleggen;
de onderverdeling is als volgt:
1. het redelijk vermoeden dat een strafbaar feit is begaan.
2. het redelijk vermoeden dat in georganiseerd verband ernstige misdrijven
worden beraamd of gepleegd.
3. aanwijzingen van een terroristisch misdrijf.
de rol, de positie en de taken en bevoegdheden van de rechter-commissaris in het
vooronderzoek toelichten;
zie leerdoel 1.
de rechten van een verdachte, met name rondom diens verhoor, toelichten en toepassen
aan de hand van een casus.
Onschuldpresumptie, 6 lid 2 EVRM (de opsporingsambtenaren moeten ervoor
zorgen dat alle feiten worden bekeken en als blijkt dat hij niet de verdachte of
dader is moet dit worden gezegd. Dit draagt bij aan het voorkomen dat een
onschuldige wordt veroordeeld.
Recht op informatie en op kennisneming van processtukken, 6 EVRM en 30 tot
en met 34 SV.
Recht te worden gehoord, algemeen in 35 Sv. Ook het laatst woord hoort
hierbij, 311 lid 4 Sv. Verder ook nog 257c lid 1 Sv van toepassing.
Aanspraak op vertaling en vertolking, 275 Sv, 27 lid 4 Sv.
Bijstand door een raadsman, (28 Sv, 38 Sv.)Nog niet gecodificeerd want
iedereen heeft vanaf arrest Salduz dat er een recht is op bijstand. Dit is bij het
politieverhoor. De politie moet zeggen dat jij hier recht op hebt maar jij kan er
ook afstand van doen.
Voortvarendheid (zorgen dat de vaart erin blijft), 36 Sv.
Onderzoeksafdelingen laten verrichten, 182 lid 1 Sv.
Geen medewerking aan de eigen veroordeling, 14 onder g IVBPR.