Inleiding
o Hoge frequentie fluoride behouden door steeds kleine hoeveelheden te
gebruiken want deze beïnvloeden steeds de- en remineralisatie.
o Fluoride, daalt in de eerste 30 minuten na aanbod exponentieel af.
o In 3-6 uur tijd daalt de hoeveelheid ppm’s naar het niveau van voor de
toepassing.
o Wanneer 2x per dag fluoride wordt toegepast blijft de concentratie in
de tandplaque verhoogd.
o Er vormt een fluoridereservoir van CaF2 in plaque-, interstitiële vloeistof en op het glazuuroppervlak.
o Bij een lage pH lost het CaF2 op waardoor extra fluoride vrijkomt.
o Fluoride geeft pre-eruptief, geen cariës remmend effect, er wordt geen ‘weerstand’ tegen cariës opgebouwd.
o Werking fluoride is plaatsspecifiek en retentie van F- in speeksel, tandplaque en interstitiële vloeistof zou zo lang mogelijk moeten
duren.
Pre-eruptief effect
o Fluoridepreparaten met een systemisch effect zijn niet langer de eerste keuze.
o European Academy for Paediatric Dentistry (EAPD) aanbevolen hoeveelheid fluoride moet gebalanceerd
worden tussen schatting van cariësrisico en mogelijk risico voor toxische effecten van fluoride.
o Gebruik van f- door aanstaande moeders om gebit van kind te beschermen is niet evidence based.
Fluorose:
o Bij een geringe overdosis tijdens de pre-eruptieve
mineralisatie en maturatie van de elementen kan
tandfluorose ontstaan.
o De aanvaardbare dagelijkse inname is 0,05mg
fluoride/kg lichaamsgewicht.
o Minimale fluorose kan ontstaan wanneer F-
concentratie in bloed gedurende langere
perioden regelmatig stijgt boven 0,1 ug/ml
(normale waarde 0,01 ug/ml).
o Deze waarde bij kinderen bereiken Bij
kinderen tot 5 jaar kan fluorose ontstaan bij een
inname van 0.5 mg in een keer (bv. fluoride
tabletten).
o Gebruik F- in tandpasta verhoogt kans op
fluorose minder dan gebruik in vorm van tabletten of druppels.
o Bij 2-3% van kinderen.
Intra- en interindividuele verschillen:
o Hoe iemand of een enkel element reageert op fluoride is verschillend vanwege het feit dat fluoride zich niet homogeen door de mond
verspreid (zoals tabletjes komen vaak eenzijdig terecht).
o Kinderen die na het tandenpoetsen 1 slokje water nemen, daarmee spoelen en vervolgens 2 uur lang niet eten/drinken, hebben 25%
minder kan op het ontwikkelen van cariës dan de controlegroep.
o Alleen uitspugen van tp leidt niet tot minder cariës.
o 1x poetsen zonder spoelen is bijna even effectief als 2x poetsen met grondig spoelen.
Grondig spoelen F- wegspoelen uit plaquevloeistof en overige F- reservoirs (mucosa) waardoor tijd van fluoride om de- en
remineralisatie aan te gaan wordt ingekort.
o Onderzoek: hoeveelheid F- in speeksel na tandenpoetsen (en naspoelen) is bij personen met geringe activiteit 2x zo hoog als bij
anderen.
12.3: effect spoelactiviteiten na tandenpoetsen op F- retentie in
speeksel.
Beïnvloeding van de- en remineralisatie:
o Wanneer de pH onder de kritieke waarde daalt, is de plaque en interstitiële
vloeistof onderverzadigd t.o.v. het glazuur en kan glazuur oplossen.
o Wanneer de pH stijgt boven de kritieke waarde, is de plaque en interstitiële
vloeistof oververzadigd waardoor reprecipitatie van opgeloste mineraal kan
plaatsvinden.
o In rust (pH neutraal), zijn plaque- en interstitiële vloeistof oververzadigd en
zal er altijd een (re)mineraliserende werking zijn.
o De onder- of oververzadiging bepaalt of het glazuur in oplossing gaat, en niet de
pH.
o De oplosbaarheid van gefluorideerd-(fluorhydroxyapatiet)/glazuur speelt een rol.
o Mate van oververzadiging bepalat de snelheid van (re)precipitatie.
Calcium en fosfaat kunnen met fluoride reprecipiteren tot gefluorideerd hydroxyapatiet, i.p.v. oplossen vindt dan ombouw
plaats.
Gaat door totdat pH <0,5 en lager is plaque- en interstitiële vloeistof ook onderverzadigd voor gefluorideerd
hydroxyapatiet (waardoor het glazuur in aanwezigheid van fluoride kan demineraliseren), zal glazuur in aanwezigheid van
fluoride per zuurstoot minder oplossen.
Acute intoxicatie:
o In zuur milieu van maag wordt waterstoffluoride gevormd: H- + F+ HF (pKa 3,4: kan maag- en darmslijmvlies etsen.
Gevolg: buikpijn, misselijkheid, braken, transpiratie, diarree.
o Wanneer veel F- in de bloedbaan terecht komt, wordt vrij calcium gebonden waardoor hypocalciëmie kan ontstaan (tetanie,
convulsies, ademhalingsproblemen, hartritmestoornissen, hartstilstand kunnen optreden).
Hoogste concentratie F- na een halfuur bereikt.