Competentievergroting
bij een jeugdige
ZELF PROFESSIONEEL OPVOEDEN
,Inhoudsopgave
Inleiding Pagina 2.
1. Persoonsgegevens Pagina 2.
2. Beschrijving praktijksetting Pagina 3.
3. Reden van aanmelding Pagina 3.
4. Samenvatting van de vergaarde informatie per hulpmiddel Pagina 4.
- Gesprek met zijn mentor/hoofdocent
- Gesprek met zijn moeder
- Gesprek met Dean/silhouet
- Dossieranalyse
- Observatie
5. Model van competentiebalans en conclusie competentieanalyse Pagina 6.
- Model van competentiebalans 12-17 jaar
- Conclusie van de competentieanalyse
6. Werkplan inclusief bijbehorende doelen, voorwaarden en afspraken Pagina 11.
- Werkpunten
- Voorwaarden
- Middelen
- Sterke punten
- Afspraken
7. Verantwoording werkplan Pagina 16.
- Beschrijving van competentiegericht werken i.c.m. het werkplan
8. Reflectie Pagina 17.
- Spiraalmodel van Korthagen
9. Literatuurlijst Pagina 18.
Bijlagen Pagina 19.
A. Gesprek met mentor/docent
B. Gesprek met moeder
C. Gesprek/silhouet Dean
D. Dossieranalyse
E. Uitwerking observatie
F. Ontwerp planner
G. Uitwerking smartwerkpunten
H. Toestemmingsformulier ouders
I. Toestemmingsformulier Dean
Pagina 1 van 18
, Inleiding
Mijn naam is ............................., tweedejaars student pedagogiek aan de HAN in Nijmegen.
Voor het vak ‘zelf professioneel opvoeden’ heb ik de opdracht gekregen om een jeugdige te
vinden die ik mogelijk zou kunnen helpen bij het vergroten van zijn competentievermogen
a.d.h.v. een competentieanalyse en een compleet draaiboek. Dit draaiboek bevat doelen,
voorwaarden, werkpunten, middelen en afspraken om uiteindelijk tot gedragsverandering
en/of verbetering te komen. Door hieraan mee te werken en de stappen uit het draaiboek op
te volgen, zou de jeugdige hier uiteindelijk baat bij kunnen hebben en kan dit helpen in de
praktijk om bijvoorbeeld zijn gedrag af te stemmen passend bij de situatie thuis, op school en
in de vrije setting. Mijn keuzes die ik tijdens de analyse en het verdere verloop beschrijf
worden verantwoord via betrouwbare literatuur en komt dan ook uitgebreid aan bod. Ik sluit
dit verslag af met een terugblik op mijn eigen handelen en waarbij ik vervolgens op
methodische wijze reflecteer op mijn opgedane
(Vizier Op Scherp, z.d.) inzichten. Ieder individu heeft lichamelijke behoeften;
behoefte aan veiligheid & zekerheid, aan sociaal
contact, erkenning & waardering en uiteindelijk
behoefte aan zelfrealisatie. Lagere behoeften
moeten eerst bevredigd worden voordat een hogere
behoefte gerealiseerd kan worden. De eerste vier
niveaus worden dan ook deficiëntiebehoeften
genoemd omdat deze telkens opnieuw bevredigt
moeten worden. Zelfrealisatie kan nooit volledig
worden bevredigd omdat men telkens nieuwe punten
blijft vinden om te verbeteren. Met de gedachtegang
van Maslow in het achterhoofd ga ik mij verdiepen in
de behoeften van Dean (Willemse, 2015, p. 10).
Persoonsgegevens
De jeugdige die ik heb gekozen voor het uitvoeren van de competentievergroting bij een
jeugdige heet Dean. Dit is niet zijn echte naam. Ik heb gekozen voor een andere naam om
zijn privégegevens anoniem te houden. Deze naam zal ook telkens gebruikt worden in dit
verslag. Dean is een jongen van …. jaar oud en geboren op (geboortedatum). Hij woont
samen met zijn vader, moeder en zusje (…. jaar) in een eengezinswoning in ‘Plaatsnaam’.
Zijn ouders zijn de wettelijke vertegenwoordigers en verzorgen hem ook. Dean is met zijn
ouders in (datum) vanuit (naamland) naar Nederland verhuisd. Hij wordt dan ook meertalig
opgevoed. Op dit moment wordt er thuis (taal-land), Engels en Nederlands gesproken. Dean
zit nu in de eerste klas op middelbare school ‘Naamschool’ waar hij vmbo-basis+ onderwijs
volgt. Voordat hij naar de middelbare school is gegaan, heeft Dean op vier verschillende
scholen gezeten om te werken aan zijn Nederlandse taal, bewegelijkheid, concentratie en
gedrag. Zijn laatste basisschoolperiode heeft hij doorgebracht op het speciaal basisonderwijs
‘………’ in ‘Plaatsnaam’. Dean wordt op school omschreven als een behulpzame, vrolijke en
bewegelijke jongen die erg houdt van dansen en kletsen. Hij staat in eerdere rapporten dan
ook beschreven als gemotiveerde leerling. Zodra Dean denkt dat hij iets goed kan, gaat hij
vrolijk en gemotiveerd aan de slag. Bij moeilijke opgaven is zijn humeur en inzet echter
minder goed. Het niet-talige intelligentieniveau van Dean is zeer wisselend opgebouwd.
Taken waarbij hij logisch moet redeneren gaan hem gemiddeld af, maar taken die een
beroep doen op het ruimtelijk inzicht maakt hij zwak voor zijn leeftijd. Bij multidisciplinair
onderzoek is vastgesteld dat hij een lichte spraakstoornis en ADHD heeft. Door zijn innerlijke
drukte, beperkte leermogelijkheden en taalontwikkelingsstoornis kan het voor hem soms
lastig zijn om op aansluiting te vinden met leeftijdsgenootjes. Tweemaal per week krijgt Dean
logopedie aangeboden op school om zijn taal en spraakvermogen te verbeteren en heeft hij
een thuiscoach die hem motiveert en helpt bij het maken van zijn huiswerk.
Pagina 2 van 18