Je ziet het mededingingsrecht eigenlijk voortdurend om je heen. Of het nou gaat om de klimaatcrisis of
over vuurwerk. Dat vuurwerkverbod wat we gaan invoeren, daar zie je dus een hoop
vuurwerkhandelaren met onverkoopbare voorraad. Dat is ding één, dingetje twee:
vuurwerkhandelaren in onze regio zeggen, als wij het vuurwerk niet mogen verkopen dan gaan
consumenten een halfuurtje rijden en het in Duitsland alsnog halen. En dan zijn wij ons marktaandeel
kwijt. Dat is mededinging: dat is beginnen met nadenken over mededinging. En dat zie je bijna
dagelijks terug in het nieuws. Dat de industrie zegt: als wij aan deze maatregelen moeten voldoen dan
gaat dat ons marktaandeel kosten, dan gaat dat ons verkoop kosten en gaan wij minder omzet maken
in Nederland. Dit gaat over concurrentie. En een van de dingen die ik graag wil bereiken in deze
colleges is dat jullie dat niet alleen zien als een paar artikelen in de wet, maar dat jullie zien dat een
hele hoop recht/beleid kan worden verklaard op basis van concurrentieoverwegingen. Ik wil jullie een
beetje rechtseconomisch inzicht geven en een beetje laten denken als econoom. Want jullie zijn
getraind als juristen en die denkt aan juridische rechtmatigheden. Juridische rechtmatigheid, als er
een bord staat met een snelheid van 50, dan mag je niet sneller rijden dan die snelheid. Dan hou je je
aan de wet. Je mag niet fietsen met je smartphone. Maar wij zijn allemaal economische dieren. Wij
calculeren allemaal in ons hoofd: wat gaan we nu doen? Dit mag niet, maar wat is de pakkans en wat is
de boete? Ik ga alsnog gewoon op mijn smartphone of ik rijd te hard. Dus ja, we overtreden dan
allemaal de wet. Maar de jurist in ons zegt: iedereen houdt zich eraan. Maar dat is onzin. Bijna
niemand houdt zich altijd braaf aan de wet. En zeker ondernemingen houden zich niet altijd braaf aan
de mededingingsregels.
Overzicht
› Inleiding op het vak en huishoudelijke mededelingen
• Voorkennis, literatuur, werkgroepen
› Economie van de mededinging
• Wat is een markt?
• Wat is concurrentie?
• Wat is de rol van het recht hierbij?
› Beginselen van mededingingsrecht
• Basisbegrippen van mededingingsrecht
Wat ik jullie wil laten zien in dit vak is dat je naast juridische merkwaardigheden ook economische
merkwaardigheden hebt en politieke merkwaardigheden en psychologische merkwaardigheden hebt.
En al die merkwaardigheden komen bij elkaar en die bepalen uiteindelijk de mate waarin we ons
houden aan die juridische merkwaardigheden. Als ik snel thuis wil zijn (psychologie), dan overtreed ik
die (juridische) regel. Ik ga met jullie niet de psychologie en sociologie van het recht bespreken, maar
de psychologie speelt wel een rol. Daarover komen we te spreken als het gaat over kartels. Waarom
doen mensen dat? Maar ik ga het zeker met jullie hebben over economische merkwaardigheden. En ik
hoop dat jullie daarvan de rest van jullie leven lol gaan hebben. Dus dit is een beetje mijn inleiding.
We gaan kijken naar de rol van het recht bij de marktorganisatie. Officieel is het het ‘recht der
economische ordening’. Ik vind dat mooi, omdat dit uiteindelijk is waar het wat mij betreft om gaat.
We proberen door het recht de economie te ordenen, te herreguleren. We weten allemaal hoe
economie functioneert: de wet van vraag en aanbod. Als je dat in je hoofd hebt zitten kun je een
heleboel dingen verklaren. We gaan het nog wel verfijnen, maar dat marktmodel hebben jullie meestal
wel aardig in de smiezen. Maar de marktwerking is niet altijd optimaal. Hoe kun je dat dan herordenen
door middel van het recht?
Huishoudelijke mededelingen – I
› Voorkennis van Europees recht
• Enige kennis van de instellingen, procedures en interne marktrecht wordt op
voortgebouwd
› Literatuur
• Bundel(s) (veranderingen t.o.v. vorig jaar)
• Boek
• Nestor
› Facultatieve werkgroepen
› Disclaimer
1
,Dit is een vak wat grotendeels voortbouwt op Europees recht. 98% van het mededingingsrecht is
Europees recht. Zelfs de Mededingingswet die wij hebben is gewoon copy paste Europees recht. Dus
het heeft wel zin als je je Europeesrechtelijke kennis even opfrist.
Wat gebruiken we als literatuur? De bundel van het vorige academische jaar staat wel online. Dat doe
ik omdat ik hem ieder jaar wel kan aanvullen, maar ik kan ook gewoon zeggen: er is een vaste groep
arresten waarmee je ruim 90% van het mededingingsrecht kunt begrijpen. En die vaste groep arresten
staat in de bundel en die kun je gewoon gebruiken en wat er gebeurt aan recente uitspraken zal ik door
middel van hyperlinks verwerken in mijn colleges.
Je mag zowel het boek als de bundels als je eigen aantekeningen gewoon meenemen naar het
tentamen. Mijn gedachte daarachter is dat al dat soort dingen gewoon verzameling van kennis is. Het
is geen zin om jullie te vragen om die kennis te gaan stampen. Ik kan en wil van jullie niet vragen om al
die pagina’s uit je hoofd te leren + daarbij nog het boek. Dat is onzin. Niet in de laatste plaats omdat
jullie later in de juridische praktijk niet op die manier zullen werken. Je werkt dan met voorbereiding
en alle juridische bronnen binnen handbereik waarin je kan zoeken en uit kunt citeren etc. Ik maak die
bundel beschikbaar, die kun je meenemen. Jullie kunnen ook tijdens het tentamen gebruik maken van
Eurlex. Dus jullie hebben het complete recht van de EU tot jullie beschikking tijdens het tentamen.
Dus die kennis kunnen jullie gewoon meenemen. Wat ik wel wil is dat jullie leren werken met die
kennis. Dat jullie de vaardigheid ontwikkelen om snel in het arrest te vinden wat er staat en om dat te
reflecteren: is het wel zinvol wat hier staat en hoe zou dat anders kunnen zijn bij een casus die net iets
afwijkt van de casus die speelt in het arrest. Dus die bundels staan online en er zullen een paar
arresten bijkomen die toegankelijk zijn via Nestor en die kun je gewoon tot je nemen.
Het boek heb ik geschreven. Je moet zorgen dat je daar de laatste druk van hebt. De ellende met het
mededingingsrecht is dat het zich regelmatig ontwikkeld. Dat betekent ook dat mijn didactische
inzichten zich ontwikkelen en dat ik dus nadenk over nieuwe manieren om jullie dit rechtsgebied zo
snel en zo goed mogelijk over te dragen. Mijn digitale doorgeefluik is Nestor, houd dat in de gaten.
Er zijn facultatieve werkgroepen. Die zijn optioneel (niet verplicht). Als je er komt, kom dan
voorbereid. Als er voldoende plek is ben je alleen welkom als je voorbereid bent. Je hoeft je niet aan te
melden o.i.d. Voorbereid zijn houdt in dat je in ieder geval een begin van de casusoplossing hebt
bedacht en dat je bereid bent daarover te spreken. Eerst met je medestudenten en daarna met de hele
groep. Ik ga zo min mogelijk zeggen tijdens zo’n werkgroep. We willen dat jullie de oplossing naar
voren brengen en op elkaars input reageren.
De disclaimer bij dit vak is als volgt: ik ben overtuigd Europeaan. Waar wij het bijvoorbeeld gaan
hebben over de mededingingsregels gericht op lidstaten (bijv. staatssteunverbod) ben ik ervan
overtuigd dat het een goede zaak is om zoveel mogelijk Europees te regelen. Ik hou van Europese
integratie. Jullie hoeven niet even overtuigd een Europeaan te zijn, maar weet dat ik met die
achtergrond een deel van dat onderwijs ga inkleuren. Weet ook dat ik meer en meer twijfel over
mededinging als iets moois/iets goeds. Dat is een beetje contra-intuïtief. Laten we het zo zeggen: ik
doe Europees milieurecht en economisch (mededingings)recht. En voor Europees milieurecht kan je
gewoon heel duidelijk zeggen: ik hou van een zo hoog mogelijk niveau van milieubescherming. Dat is
heel intuïtief. Maar mededinging is veel minder intuïtief: waarom zou je concurrentie willen hebben?
Je kunt zeggen: concurrentie is goed voor ons. Dat zorgt ervoor dat ondernemingen (bijvoorbeeld
laptopfabrikanten) voortdurend proberen elkaar af te troeven. Zodat de nieuwe laptop die ze maken
nog goedkoper en nog beter/mooier is dan de vorige, zodat jij overstapt naar dat nieuwe model van die
fabrikant. En daar gaat de andere fabrikant weer op reageren met nog mooiere spullen etc. Dat is
concurrentie, dus dat is goed voor ons. Tegelijkertijd is concurrentie ook een heel verspillend systeem.
Concurrentie kan ook tot hele ongewenste effecten leiden. Mijn buurman is een melkveehouder. We
betalen in de supermarkt bijna niets voor zuivel, zo weinig dat een aantal melkveehouders inmiddels
niet meer in staat is om de kostprijs uit de marktopbrengst te halen. Dat is toch vreemd, dat
concurrentie tot dat soort dingen leidt. Net zoals dat het vreemd is dat concurrentie ertoe leidt dat wij
bepaalde maatregelen gewoon niet nemen. Terwijl iedereen zegt: dat moet je gewoon doen. Dus ik
weet niet helemaal zeker meer of ik nog wel zo’n fan ben van mededinging en daarmee van
mededingingsrecht.
Een deel van het mededingingsrecht en een deel van de beperkingen van de mededinging die er zijn,
zijn intuïtief. Ik denk dat we het er allemaal over eens kunnen zijn dat je tegen kartels gewoon
knalhard kan optreden. Kartels is gewoon witteboordencriminaliteit en dat moet je gewoon bestraffen.
2
, Maar plakken wij het label ‘kartel’ misschien niet wat te snel op bepaalde vormen van samenwerking?
Dat is een vraag die op dit moment wel speelt in mijn academische hoofd. En dat is ook wat ik ga
proberen te doen in dit vak. Ik reflecteer op het recht. Ik ken het recht, ik kan werken met het recht
maar ik heb ook een mening over dat recht. Ik vind dat de manier waarop het hof sommige arresten
wijst en ik vind de manier waarop sommige stukken mededingingsrecht in elkaar zitten, onverstandig.
En ik ga jullie uitleggen wat ik onverstandig vind en hoe het wat mij betreft beter zou kunnen. Dat is
mijn kritische reflectie op het recht en dat is ook wat ik graag wil dat jullie gaan laten zien op het
tentamen.
Dus de disclaimer is belangrijk omdat ik reflecteer op het recht. Kritische reflectie is een van de
leerdoelen van dit vak, daar ga ik ook op toetsen. En ik wil jullie ook laten zien hoe je kan reflecteren.
Mijn reflectie is dus vanuit de gedachte dat ik fan ben van Europa en ik niet zo goed weet of
mededinging echt wel zo verstandig is.
Leerdoelen van dit vak
• Kritische evaluatie en ontwerp vaardigheden
• Het recht kennen, kunnen toepassen en kunnen herontwerpen
• Overzicht: maak zelf een thematische inhoudsopgave voor de bundel
en flowcharts
• Analyse: kort zelf arresten in
• Herontwerp: bespreek oplossingen met medestudenten
• Wat is (her)ontwerpen en hoe doe je het?
Dan zijn we bij de leerdoelen. Kritische evaluatie en ontwerp vaardigheden. Dat zijn eigenlijk in de
notendop de leerdoelen. Dat is wat je moet kunnen aan het eind van dit vak en dat is ook wat ik ga
toetsen. En om dat te doen moet je het recht kennen, kunnen toepassen en kunnen herontwerpen.
Kennen is gewoon weten hoe het kartelverbod in elkaar zit, weten welke arresten daarbij horen en dan
die arresten vinden en weten dat je die rechtsoverweging moet hebben om zo snel mogelijk te weten
wat het hof vindt over het begrip mededingingsbeperking of overeenkomst of onderneming of
whatever. Dat is eigenlijk niet het hele spannende deel.
Als je kijkt naar het tentamen reserveer ik in de toets matrijs 10 of maximaal 15% van de punten voor
kennis van het mededingingsrecht. Dan krijg je nog zo’n 35% voor het kunnen toepassen van het recht.
Toepassen van het recht is wat ik straks ga doen als ik met een advocaat praat. Hij komt, ik heb recht
in mijn hoofd zitten en dan ga ik met hem praten en dan zeg ik: dit is een relevant arrest maar als je
dat toepast op de feiten van jouw casus moet je dat net wat anders zien en dan zou ik dat arrest erbij
halen en dan zo reproduceren. Dus dat zijn die toepassingsvaardigheden. Dat is opzich redelijk
spannend maar het is niet het academische niveau wat wij zouden moeten nastreven in een master
rechtsgeleerdheid.
Dat is herontwerpen. Dat betekent dat je kritisch nadenkt over het recht: is dit wel verstandig recht?
Zouden we dat niet beter op een andere manier kunnen insteken? En dat is waar op het tentamen
ongeveer 50% van de punten voor gereserveerd zijn. Herontwerpen is iets wat veel juristen heel eng
vinden. Wat dat betreft zijn we allemaal heel stereotype mensen. Je bent misschien inderdaad opgeleid
om het recht te kennen, maar ik denk niet dat dat is wat een academische jurist zou moeten kunnen
doen. Volgens mij moet een academische jurist kunnen bijdragen aan de stand van het recht. Het recht
is het voorwerp van onze wetenschap. Wij weten als jurist dingen van het recht. Maar kunnen we dat
recht ook beter begrijpen? Kunnen we nadenken over bijvoorbeeld de effecten van een
mededingingsrechtelijke regel in de realiteit en op basis daarvan reflecteren op dat recht?
Ik ga een voorbeeld gebruiken. Jullie hebben allemaal wel iets meegekregen over het feit dat er
problemen zijn in de digitale wereld. Het feit dat het internet op dit moment voor een groot deel van de
mensen Google is, Facebook en Amazon. En die ondernemingen hebben dus een gate keeper functie.
Die zijn eigenlijk de poortwachter van het internet. Als wij iets zoeken dan zoeken we niet maar dan
googlen we. Dus Google zit eigenlijk als een toegangspoort op dat internet. En als je iets verder
nadenkt dan zie je dat er nog meer van die gate keepers zijn. Ik zie hier redelijk wat Apple apparatuur
staan. Op Apple zit een vrij dichtgetimmerd besturingssysteem en (zeker voor het besturingssysteem
van de Iphone) geldt dat de toegangspoort tot zo’n Apple device is de Appstore. Als je in die Appstore
zit kun je jouw app/software distribueren. Zit je er niet in dan is het helaas pindakaas en dan zul je
jouw mooie software nooit kunnen delen met iemand die Ios gebruikt. Hoe moet je met die gate keeper
functie omgaan in het recht? Dat is een heel makkelijk 1-2tje. Als jullie een beetje hebben
3